Kritiek op de overheid is geen extremisme

De regering moet uitdragen en borgen dat wantrouwen tegen de overheid niet als extremistisch wordt gezien. Diensten zoals de AIVD en NCTV mogen dit niet als een bedreiging voor de democratie behandelen. In een rechtsstaat is kritiek op de macht namelijk een belangrijk en rechtmatig onderdeel om de overheid te controleren.

Motie van het lid Van Meijeren over uitdragen dat wantrouwen jegens de overheid of democratische instituties niet ondermijnend of extremistisch is

De kamer, constaterende dat de overheid, onder meer in publicaties van de AIVD en NCTV over «anti-institutioneel extremisme», wantrouwen jegens de overheid en democratische instituties presenteert als bedreiging voor de democratische rechtsorde; overwegende dat in een rechtsstaat de macht wordt begrensd door het recht en dat kritiek op en wantrouwen jegens die macht daarvan een legitiem en wezenlijk onderdeel zijn; verzoekt de regering uit te dragen, en in de werkwijze van haar diensten te borgen, dat het enkel uitdragen van de opvatting dat de overheid of democratische instituties niet te vertrouwen zijn, op zichzelf geen ondermijnende of extremistische activiteit is.
24 juni | FVD | Verworpen: 37–113 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (onzeker, 50%)

Argumenten voor: De partij maakt zich zorgen over verschuivingen in de machtsverdeling tussen de verschillende staatsmachten als gevolg van een te rekbaar begrip van het 'algemeen belang' [2] en wil dat de rechtszaal geen domein van activisten wordt [1]. Dit kan een reden zijn om de motie te steunen, aangezien de motie de overheid vraagt om de grenzen van legitieme kritiek te bewaken en te voorkomen dat het uiten van wantrouwen onterecht als extremisme wordt bestempeld, wat aansluit bij een focus op de integriteit van de rechtsstaat.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die direct tegen de motie ingaan.

Bronnen:

  1. "De rechtszaal niet als domein van activisten."
  2. "'algemeen belang' een te rekbaar begrip is gebleken, roept dit vragen op over mogelijke verschuivingen in de taakverdeling tussen wetgevende, uitvoerende en rech -terlijke macht. Bovenal is dit zorgelijk omdat deze ont -wikkeling bijdraagt aan een lager vertrouwen van veel Nederlanders in de rechtspraak. JA21 geeft de aanzet tot het moderniseren of opzeggen van internationale verdragen. Dit alles is zowel in het belang van de samenleving als (het aanzien van) de rechterlijke macht."