De regering moet uitdragen en borgen dat wantrouwen tegen de overheid niet als extremistisch wordt gezien. Diensten zoals de AIVD en NCTV mogen dit niet als een bedreiging voor de democratie behandelen. In een rechtsstaat is kritiek op de macht namelijk een belangrijk en rechtmatig onderdeel om de overheid te controleren.
Motie van het lid Van Meijeren over uitdragen dat wantrouwen jegens de overheid of democratische instituties niet ondermijnend of extremistisch is
De kamer,
constaterende dat de overheid, onder meer in publicaties van de AIVD en
NCTV over «anti-institutioneel extremisme», wantrouwen jegens de
overheid en democratische instituties presenteert als bedreiging voor de
democratische rechtsorde;
overwegende dat in een rechtsstaat de macht wordt begrensd door het
recht en dat kritiek op en wantrouwen jegens die macht daarvan een
legitiem en wezenlijk onderdeel zijn;
verzoekt de regering uit te dragen, en in de werkwijze van haar diensten te
borgen, dat het enkel uitdragen van de opvatting dat de overheid of
democratische instituties niet te vertrouwen zijn, op zichzelf geen
ondermijnende of extremistische activiteit is.
Argumenten voor: De partij stelt dat de vrije en veilige democratische rechtsstaat een groot goed is [1] en wil de vrijheid van meningsuiting beschermen [2]. Ook maakt de partij een onderscheid tussen het beschermen van het demonstratierecht en het aanpakken van ordeverstorende acties [4].
Argumenten tegen: De partij wil dat de overheid alle juridische ruimte benut, of zelfs verruimt, om organisaties die een radicale en antidemocratische ideologie verspreiden te kunnen verbieden [3]. Daarnaast is er een expliciete wens om de veiligheidsdiensten te versterken en hen meer wettelijke bevoegdheden te geven om weerbaar te blijven tegen dreigingen [5]. De motie, die vraagt om het uitsluitend uiten van wantrouwen jegens de overheid niet als ondermijnend te kwalificeren, zou de capaciteit van de diensten en de overheid om radicalisering en antidemocratische stromingen die de rechtsstaat ondermijnen aan te pakken, kunnen inperken [7580, 7459].
Bronnen:
"Het is duidelijk: onze vrije en veilige democratische rechtsstaat staat onder druk. Maar onze vrije manier van leven is niet onderhandelbaar. Dat geldt ook voor de mensen die het recht op demonstratie - een groot goed in onze rechtsstaat - misbruiken door gevaarlijke situaties te creëren op snelwegen of door universiteitsgebouwen te bezetten. Deze groepen lijken het vermogen niet meer te hebben om met elkaar in gesprek te gaan."
"We kiezen daarom voor een land van wetten en waarden; niet van wegkijkers en weglopers. Dat doen we niet om mensen buiten te sluiten, maar om onze persoonlijke vrijheid te beschermen. Zo zorgen we ervoor dat de vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten en veiligheid niet alleen op papier bestaan, maar voelbaar zijn op straat, op school en thuis. We vragen van iedereen die hier blijft dat ze onze wetten respecteren en onze samenleving versterken. We maken heldere afspraken over integratie: die is niet vrijblijvend, maar een plicht. We staan pal voor de agenten en diensten die ons veilig houden, en we geven ze de ruimte en middelen om te doen wat nodig is. En we zeggen eerlijk: wie onze waarden structureel afwijst, of zich zelfs tegen onze samenleving keert, heeft hier geen toekomst. Zo bouwen we aan een vrij en veilig Nederland dat niet bezwijkt onder haar eigen tolerantie voor het intolerante."
"We gaan radicalisering tegen: De opkomst van radicale politieke en religieuze stromingen vormt een bedreiging voor onze vrije samenleving. Stromingen als het politiek salafisme propageren een intolerant gedachtegoed dat haaks staat op onze democratische rechtsstaat. Maar ook streng conservatief christelijke organisaties vanuit de VS en organisaties rond het Kremlin ondermijnen hier onze vrijheid door een narratief te verspreiden tegen vrouwen- en homorechten. De VVD wil dat de overheid alle juridische ruimte benut, en waar nodig verruimt, om organisaties die een radicale, antidemocratische ideologie verspreiden te kunnen verbieden. Organisaties die terrorisme verheerlijken worden verboden. Hetzelfde geldt voor het oproepen tot of goedpraten van schadelijke praktijken als genitale verminking. We onderzoeken of vrouwenhaat kan worden aangemerkt als extremisme, zoals recent in het VK is gebeurd."
"We pakken ordeverstorende acties aan: We maken een scherper onderscheid tussen (vreedzame) demonstraties en ordeverstorende acties. Om het demonstratierecht te beschermen moeten we relschoppers identificeren die het demonstratierecht misbruiken om strafbare feiten te plegen en hen niet straffeloos laten wegkomen. Daartoe moderniseren we de wet op de openbare manifestaties en zetten we camera's met gezichtsherkenning in. Er komt een verbod op gezichtsbedekkende kleding en we stellen het blokkeren van vitale infrastructuur strafbaar. Het betuigen van steun aan verboden organisaties, zoals in het openbaar onder het mom van het demonstratierecht met vlaggen van terroristische organisaties zwaaien, wordt strafbaar gesteld. Zowel offline als online."
"Toekomstbestendige inlichtingen- en veiligheidsdiensten: We moeten meer investeren in onze veiligheids- en inlichtingendiensten. Het is van belang dat onze diensten beschikken over voldoende wettelijke bevoegdheden. We maken de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten toekomstbestendig, zodat we weerbaar blijven tegen toekomstige en nu nog onbekende dreigingen. Er komt lichter toezicht voor operaties tegen buitenlandse dreigingen en voor het onderscheppen van militaire communicatie dan voor inlichtingenwerk waarbij onze eigen burgers in beeld zijn. Daarnaast verstevigen we de wettelijke grondslag waarmee inlichtingendiensten structureel informatie kunnen delen met private bedrijven en breiden we het personeelsbestand van de diensten fors uit."