12 maart, Debat over Iran

Nederland buitende VS-Israël-oorlog tegen Iran

Het kabinet moet geen politieke of militaire steun verlenen aan de Amerikaanse en Israëlische oorlog tegen Iran. De oorlog tussen de VS, Israël en Iran brengt grote risico's met zich mee en Nederland moet zich buiten dit conflict houden. ›› 
12 maart | GL-PvdA | Verworpen: 65–85 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, verzoekt het kabinet geen politieke of militaire steun aan de Amerikaanse en Israëlische oorlog tegen Iran te verlenen.

Verminder afhankelijkheid van ingevoerde olie en gas

De regering moet een concreet plan maken om minder afhankelijk te zijn van ingevoerde olie en gas en meer duurzame energie op te wekken. De oorlog in het Midden-Oosten laat zien dat deze afhankelijkheid kwetsbaar maakt. ›› 
12 maart | PvdD | Verworpen: 33–117 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, constaterende dat de recente oorlog in het Midden-Oosten opnieuw laat zien hoe afhankelijkheid van fossiele energie leidt tot economische en politieke kwetsbaarheid; overwegende dat versnelling van de energietransitie en productie van duurzame energie in eigen land deze afhankelijkheid kunnen verminderen; verzoekt de regering met een concreet plan te komen om de afhankelijkheid van geïmporteerde olie en gas versneld af te bouwen en de productie van duurzame energie te vergroten.

Onderzoek naar oorlogsmisdaden steunen

De regering moet zich actief inzetten voor onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in deze oorlog en de internationale vervolging van verantwoordelijken ondersteunen. Want mogelijke schendingen van het internationaal recht moeten onafhankelijk worden onderzocht en daders ter verantwoording worden geroepen. ›› 
12 maart | PvdD, DENK, SP | Aangenomen: 117–33 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, overwegende dat bescherming van burgers, scholen en ziekenhuizen altijd geldt, ongeacht de dader; overwegende dat mogelijke schendingen van het internationaal recht altijd onafhankelijk moeten worden onderzocht en daders ter verantwoording moeten worden geroepen; verzoekt de regering zich actief in te zetten voor onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in deze oorlog en internationale vervolging van verantwoordelijken te ondersteunen.

Veroordeel Israël's aanvallen op Libanon

De regering moet de aanvallen van Israël op Libanon ondubbelzinnig veroordelen. Israël gebruikt witte fosfor boven woonwijken en veroorzaakt daarbij burgerslachtoffers, meldt Human Rights Watch. ›› 
12 maart | SP | Verworpen: 56–94 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, constaterende dat Israël illegale aanvallen uitvoert op Libanon met Libanese burgerslachtoffers tot gevolg; constaterende dat Human Rights Watch rapporteert dat Israël bommen met witte fosfor gebruikt boven woonwijken; verzoekt de regering de aanvallen van Israël op Libanon ondubbelzinnig te veroordelen.

Stop de oorlog in het Midden-Oosten

De regering moet samen met de EU, de Golfstaten en andere landen werken aan de-escalatie en gesprekken tussen de VS, Israël en Iran om de oorlog in het Midden-Oosten snel te beëindigen. Dit is nodig omdat deze landen nu in oorlog zijn en het hele gebied verder kan vervallen. ›› 
12 maart | SP | Aangenomen: 112–38 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, constaterende dat de VS, Israël en Iran in oorlog zijn en het hele MiddenOosten in oorlog dreigt te vervallen; verzoekt de regering om, waar mogelijk samen met de EU, de Golfstaten of andere landen, te komen tot de-escalatie en gesprekken tussen alle partijen om deze oorlog zo snel mogelijk te beëindigen.

Onafhankelijk onderzoek naar oorlogsmisdaden in Iran

De regering moet bijdragen aan onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in Iran en daarin de aanval op de Iraanse meisjesschool in Minab meenemen. Een meisjesschool in Minab werd gebombardeerd met 175 doden, wat de noodzaak van zo’n onderzoek onderstreept. ›› 
12 maart | SP, PvdD, DENK | Aangenomen: 87–63 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, constaterende dat in Iran burgerslachtoffers vallen door geweld van het Iraanse regime en aanvallen van de VS en Israël op Iran; overwegende dat het belangrijk is dat er onafhankelijk onderzoek plaatsvindt bij mogelijke oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen; overwegende dat een Iraanse meisjesschool in Minab is gebombardeerd met 175 doden tot gevolg; verzoekt de regering bij te dragen aan onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in Iran en daarin in ieder geval mee te nemen de aanval op de Iraanse meisjesschool in Minab, waar mogelijk in EU- en VN-verband.

Documenteren van schendingen door VS en Israël

De regering moet pleiten voor het documenteren en voorkomen van straffeloosheid van schendingen van het internationaal recht door Israël en de Verenigde Staten tijdens hun aanvallen op Iran en Libanon. Er zijn veel burgerslachtoffers gevallen en VN-experts veroordelen het bombardement op een meisjesschool in Minab. ›› 
12 maart | DENK, PvdD, SP | Verworpen: 56–94 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, constaterende dat VN-experts het bombardement op de meisjesschool in Minab veroordelen en dat verschillende internationale media berichten dat aangetoond is dat de VS deze school zouden hebben gebombardeerd; overwegende dat internationale organisaties aangeven dat er vele burgerslachtoffers zijn gevallen door de aanvallen van de VS en Israël op Iran en Libanon; verzoekt de regering om in internationaal verband te pleiten voor het documenteren en voorkomen van straffeloosheid van schendingen van het internationaal recht gepleegd door Israël en de Verenigde Staten tijdens hun aanvallen op Iran en Libanon.

EU moet mensenrechten in Iran beschermen

De regering moet bij EU-vergaderingen aandringen op documentatie en het voorkomen van straffeloosheid voor mensenrechtenschendingen in Iran. In Iran worden mensenrechten voortdurend geschonden. ›› 
12 maart | DENK, PvdD, SP | Aangenomen: 117–33 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, constaterende dat er in Iran aanhoudend schendingen gepleegd worden van de mensenrechten; verzoekt de regering bij EU-vergaderingen consequent het belang van documentatie en het voorkomen van straffeloosheid van mensenrechtenschendingen in Iran te bepleiten.

Nederlandse steun aan VS-Israël oorlog tegen Iran

De regering moet helder uitspreken dat Nederland nooit militaire of politieke steun zal geven aan de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran. De aanvallen schenden het internationaal recht. ›› 
12 maart | DENK | Verworpen: 37–113 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, constaterende dat de Nederlandse regering «begrip» heeft getoond voor de motieven voor de aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran; overwegende dat de aanvallen een schending zijn van het internationaal recht; verzoekt de regering om helder uit te spreken dat Nederland nooit militaire of politieke steun zal geven aan de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran.

Veroordelen van aanval op Iran door VS en Israël

De regering moet de oorlog die Israël en de Verenigde Staten voeren in Iran veroordelen als een schending van het internationaal recht. De aanvallen doden burgers, hebben geen VN-mandaat en zijn gebaseerd op onvoldoende bewijs van een directe dreiging. ›› 
12 maart | DENK, SP, GL-PvdA, PvdD, Volt | Verworpen: 30–120 |
De situatie in het Midden-Oosten
De kamer, constaterende dat de aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran vanwege de gemaakte burgerslachtoffers, het ontbreken van een internationaal mandaat en het ontbreken van bewijs over een concrete en op handen zijnde dreiging, een schending vormen van het internationaal recht; verzoekt de regering om de oorlog die Israël en de Verenigde Staten voeren in Iran te veroordelen als een schending van het internationaal recht.

Vast budget voor schoolgebouwrenovatie

De regering moet de middelen voor onderwijshuisvesting (schoolgebouwen) voortaan geoormerkt (voor een vast doel reserveren) beschikbaar stellen. Dit geld is nu vrij besteedbaar en komt niet altijd bij de scholen terecht. Veel gebouwen zijn verouderd en hebben dringend renovatie of nieuwbouw nodig. ›› 
1 april | PVV | Verworpen: 41–109 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat ruim een kwart van de schoolgebouwen toe is aan renovatie of nieuwbouw en dat volgens de PO-Raad circa 50% van de schoolgebouwen verouderd is; overwegende dat de middelen voor de onderwijshuisvesting niet geoormerkt zijn en daardoor niet altijd bij de schoolgebouwen terechtkomen; verzoekt de regering om de middelen voor onderwijshuisvesting voortaan geoormerkt beschikbaar te stellen, zodat deze daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering en vernieuwing van schoolgebouwen.

Makkelijkere subsidie voor duurzame scholen

De regering moet geld uit het Klimaatfonds, zoals de DUMAVA-regeling (subsidie voor scholen), sneller en makkelijker beschikbaar stellen. De huidige aanvraagprocedure is te ingewikkeld en duur. Simpele regels zorgen voor lagere energiekosten, een beter binnenklimaat en minder werk voor schoolbesturen. ›› 
1 april | JA21, GL-PvdA | Aangenomen: 116–34 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, overwegende dat verduurzaming van schoolgebouwen leidt tot lagere energiekosten, een beter binnenklimaat en doelmatigere inzet van publieke middelen, en zeker gezien de stijgende energiekosten hogere prioriteit verdient; overwegende dat uit de evaluaties van de tranches van de DUMAVAregeling blijkt dat (kleine) scholen vaak tegen knelpunten aanlopen, waaronder bureaucratische rompslomp, hoge kosten, advieskosten en voorbereidingstijd; verzoekt de regering te bevorderen dat middelen uit het Klimaatfonds, zoals de DUMAVA-regeling, sneller, eenvoudiger en laagdrempeliger beschikbaar worden gesteld voor de verduurzaming van schoolgebouwen en daarbij in ieder geval de aanvraagprocedure voor scholen te vereenvoudigen door bestaande belemmeringen voor scholen zo veel mogelijk weg te nemen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van OCW te informeren.

Subsidies voor duurzame en gezonde scholen

De regering moet onderzoeken hoe verduurzaming en een gezond binnenklimaat van scholen gestimuleerd kunnen worden, en dit actief bekendmaken bij gemeenten en schoolbesturen. Lagere energiekosten geven meer budget voor onderwijs. Een fris klaslokaal verbetert de concentratie en leerprestaties van leerlingen en leraren. ›› 
1 april | D66 | Aangenomen: 116–34 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat schoolgebouwen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behalen van klimaatdoelen; overwegende dat duurzame schoolgebouwen, bijvoorbeeld door goede isolatie en het gebruik van zonnepanelen, niet alleen bijdragen aan het klimaat, maar ook leiden tot lagere energiekosten; overwegende dat lagere energiekosten meer financiële ruimte creëren voor de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkeling van leerlingen; overwegende dat een gezond binnenklimaat van groot belang is voor het welzijn, de concentratie en de leerprestaties van leerlingen en leraren; overwegende dat voor gemeenten en schoolbesturen het overzicht van bestaande subsidies voor verduurzaming en een gezond binnenklimaat niet overzichtelijk is; verzoekt de regering te onderzoeken welke (aanvullende) mogelijkheden en regelingen er zijn om de verduurzaming en de verbetering van het binnenklimaat van nieuwbouw en bestaande schoolgebouwen te stimuleren, en deze mogelijkheden en bestaande regelingen actief en breed bekend te maken bij gemeenten en schoolbesturen.

Onderzoek naar staat schooltoiletten

De regering moet een onderzoek doen naar de staat van schooltoiletten. Bijna de helft van de leerlingen mijdt het toilet door slechte hygiëne en weinig privacy. Dit veroorzaakt buikpijn en verstopping. Een landelijk overzicht ontbreekt en de verantwoordelijkheid is verdeeld over schoolbesturen en gemeenten. Het onderzoek brengt de situatie in kaart voor gezondere scholen. ›› 
1 april | GL-PvdA, JA21, 50PLUS | Aangenomen: 135–15 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting tot doel heeft om schoolgebouwen toekomstbestendig, veilig en gezond te maken; constaterende dat uit onderzoek van het MDL Fonds blijkt dat bijna de helft van de leerlingen niet of weinig naar het toilet gaat vanwege gebrekkige hygiëne en onvoldoende privacy, wat leidt tot gezondheidsklachten zoals buikpijn en verstopping; overwegende dat er op dit moment geen landelijk beeld is van de staat van en toezicht op schooltoiletten en dat de verantwoordelijkheden voor de toiletten tussen scholen, schoolbesturen en gemeenten verdeeld zijn; verzoekt de regering een onderzoek uit te voeren naar de staat van schooltoiletten, waarbij er onder andere wordt gekeken naar hygiëne en onderhoud, privacy en afsluitbaarheid, sociale veiligheid en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen betrokken partijen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van 2027 te informeren.

Toegankelijke schoolgebouwen wettelijk regelen

De regering moet wettelijk vastleggen dat scholen bij nieuwbouw, verbouwing en onderhoud aan Europese toegankelijkheidseisen voldoen. Schoolgebouwen mogen leerlingen met een beperking niet tegenhouden. Samen leren in de eigen buurt is belangrijk. Dit waarborgt gelijke kansen en helpt Nederland het VN-verdrag Handicap na te leven. ›› 
1 april | GL-PvdA | Verworpen: 54–96 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, overwegende dat leerlingen met een beperking nog steeds veel obstakels tegenkomen in het onderwijs, waaronder de toegankelijkheid van schoolgebouwen; overwegende dat het wenselijk is dat leerlingen met en zonder handicap zo veel mogelijk samen naar school gaan in de eigen buurt; van mening dat het schoolgebouw nooit de reden mag zijn dat een leerling niet naar school kan; constaterende dat Nederland zich in 2016 heeft gecommitteerd aan het VN-verdrag Handicap, waarin staat dat mensen met een beperking volwaardig mee moeten kunnen doen aan de samenleving, wat dus ook toegang van schoolgebouwen betreft; verzoekt de regering dat wettelijk wordt geregeld dat renovatie- en nieuwbouwprojecten voldoen aan Europese normen voor toegankelijkheid en dat bij tussentijds onderhoud toegankelijkheid altijd moet worden meegenomen.

Inzicht in uitgaven voor schoolgebouwen

De regering moet inzichtelijk maken hoeveel gemeenten ontvangen en uitgeven aan schoolgebouwen via het gemeentefonds (geld uit de algemene uitkering), en verschillen tussen gemeenten tonen. Nu is onduidelijk hoeveel geld echt naar scholen gaat, wat ongelijkheid veroorzaakt. ›› 
1 april | DENK | Verworpen: 65–85 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de onderwijshuisvesting en hiervoor middelen ontvangen via het gemeentefonds; constaterende dat deze middelen niet geoormerkt zijn, waardoor gemeenten beleidsvrijheid hebben in de besteding; overwegende dat hierdoor onduidelijk is in hoeverre beschikbare middelen daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering van schoolgebouwen, waardoor ongelijkheid tussen gemeenten kan ontstaan; verzoekt de regering om inzichtelijk te maken: – welke middelen gemeenten ontvangen voor onderwijshuisvesting via het gemeentefonds; – in hoeverre deze middelen daadwerkelijk worden besteed aan onderwijshuisvesting; – welke verschillen er bestaan tussen gemeenten in investeringen en kwaliteit van schoolgebouwen; verzoekt de regering voorts om dit inzicht voor de volgende begroting van het gemeentefonds aan de Kamer te doen toekomen.

Landelijke meting schoolgebouwkwaliteit

De regering moet een landelijke monitor voor schoolgebouwen invoeren met vaste meetmethoden. Zonder eenduidige normen blijft kwaliteit onduidelijk en is gerichte verbetering lastig. ›› 
1 april | DENK | Aangenomen: 133–17 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat er momenteel geen eenduidige en landelijke systematiek bestaat om de kwaliteit van schoolgebouwen inzichtelijk te maken; overwegende dat het ontbreken van uniforme indicatoren en meetmethoden, terwijl het ibo onderwijshuisvesting juist het belang van systematische monitoring benadrukt, gerichte verbetering bemoeilijkt; verzoekt de regering om: – bij de ontwikkeling van de landelijke monitor onderwijshuisvesting te werken met uniforme en meetbare indicatoren, waaronder in ieder geval het binnenklimaat, de energieprestatie en de onderhoudsstaat van schoolgebouwen; – deze indicatoren te baseren op eenduidige, landelijk vastgestelde normen en meetmethoden; – in de monitor expliciet inzicht te geven in de voortgang van renovatie en nieuwbouw en de ontwikkeling van de kwaliteit van de gebouwenvoorraad.

Kwaliteit schoolgebouwen eerst meten

De regering moet de kwaliteit van schoolgebouwen in kaart brengen voordat de nieuwe wet over huisvestingsplannen (IHP) ingaat. Er ontbreekt nu een duidelijk beeld van de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Deze nulmeting is nodig om de geplande verbeteraanpak goed op te zetten. ›› 
1 april | DENK | Aangenomen: 133–17 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat er momenteel geen volledig en eenduidig beeld bestaat van de kwaliteit van schoolgebouwen in Nederland; constaterende dat het wetsvoorstel inzet op een meer planmatige aanpak via het IHP, het integraal huisvestingsplan, maar dat inzicht in de huidige kwaliteit van schoolgebouwen ontbreekt; verzoekt de regering om voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet een nulmeting uit te voeren van de kwaliteit van schoolgebouwen, inclusief aspecten als bouwkundige staat, binnenklimaat en energieprestatie.

Nederlandse vlag bij hoger onderwijs

De regering moet regelen dat alle hogescholen en universiteiten de Nederlandse vlag hijsen bij hun gebouwen. Dit maakt het nationale symbool zichtbaar op instellingen voor hoger onderwijs. ›› 
1 april | Markusz | Verworpen: 49–101 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, verzoekt de regering te bewerkstelligen dat iedere hogeschool en/of universiteit de Nederlandse vlag hijst op en/of bij hun gebouwen.

Nederlandse voorbeeldfiguren zichtbaar maken

De regering moet bevorderen dat Nederlandse voorbeeldfiguren in wetenschap, innovatie en ondernemerschap structureel zichtbaar worden in publieke gebouwen en onderwijsinstellingen. Dit maakt nationale prestaties en iconografie zichtbaar voor burgers. ›› 
1 april | Markusz | Verworpen: 36–114 |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, verzoekt de regering te bevorderen dat publieke kennis- en onderwijsinstellingen structureel aandacht geven aan Nederlandse voorbeeldfiguren op het gebied van wetenschap, innovatie en ondernemerschap via zichtbare presentaties in gebouwen en onderwijsprogramma’s, dat nationale iconografie een zichtbare plaats krijgt binnen publieke instellingen en dat excellente Nederlandse prestaties structureel zichtbaarder worden gemaakt in het publieke domein, en de Kamer hierover binnen een jaar te informeren.