De regering moet een uitzondering op de stikstofregels maken voor de uitbreiding van Defensielocaties. Deze uitbreiding is nodig voor de nationale veiligheid. Projecten mogen niet stilvallen door stikstofregels. ››
De regering moet een groot droneoefengebied in Nederland zoeken en aanwijzen. Realistische oefeningen zijn essentieel om drones effectief in te zetten in de oorlogsvoering. Momenteel staat zo'n terrein niet in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. ››
De regering moet één samenhangend tijdpad maken voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Defensie heeft veel nieuwe locaties nodig. Een integrale planning is nodig om de start en opening van deze locaties af te stemmen op het budget, woningbouw, militaire mobiliteit en de beschikbare stikstofruimte. ››
De regering moet onderzoeken of hybride gebruik van landbouwgrond binnen het NPRD (het Nationaal Programma Ruimte Defensie) uitgebreid kan worden. Dit zorgt ervoor dat landbouwgrond behouden blijft en boerenbedrijven kunnen blijven bestaan. ››
De regering moet onderzoeken hoe bewoners en boeren gecompenseerd kunnen worden voor schaduwschade door het Nationaal Programma Ruimte voor de Rivier (NPRD). De huidige plannen zorgen voor waardedaling van woningen en onzekerheid, maar veel mensen krijgen nu wettelijk geen vergoeding. ››
De regering moet bij de uitvoering van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen voorrang geven aan het leger boven maatschappelijke belangen. Projecten voor woningbouw en natuur mogen niet wijken voor defensie, omdat dit schadelijk is voor de toekomst van Nederland. ››
De regering moet in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen gebruik maken van gedwongen onteigening. Dat is het vorderen van grond door de overheid. Er moeten oplossingen komen zonder dwang, omdat onteigening een enorme impact heeft op het leven van bewoners en ondernemers. ››
De regering moet bewoners en omwonenden structureel laten meebeslissen over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Dit programma heeft een grote impact op de mensen die naast de gekozen locaties wonen. ››
De regering moet islamitische gebedsruimtes op kazernes verbieden. Kazernes staan voor eenheid, discipline en loyaliteit aan Nederland. De islam hoort niet bij Nederland. ››
De regering moet alle stikstofregels schrappen. Deze regels blokkeren nu noodzakelijke projecten van Defensie. De veiligheid van Nederland en de militairen is belangrijker dan deze regels. ››
De regering moet kazernes beter beschermen tegen drones en moderne precisiewapens. Deze moderne dreigingen spelen een steeds grotere rol. Daarom moeten er systemen komen om deze wapens op te sporen, te storen en uit te schakelen. ››
De regering moet Defensie prioriteit geven op het spoor voor het transport van militair materieel, behalve tijdens de spits. Snelle en betrouwbare verplaatsing van dit materieel is nodig voor een slagvaardige krijgsmacht. ››
De regering moet bij Defensieprojecten voorrang geven aan lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijven (mkb). Dit geldt voor de aanbestedingen, de bouw, het onderhoud en de leveringen. Lokaal draagvlak is essentieel voor het slagen en het gebruik van deze projecten. ››
De regering moet per locatie een duidelijk doel en tijdpad vastleggen voor de uitbreiding van Defensielocaties. Hiervoor moeten afspraken worden gemaakt met gemeenten en provincies. Lokale overheden hebben deze duidelijkheid nodig om plannen voor de komende vier jaar goed te kunnen regelen. ››
De regering moet onderzoeken waar de krijgsmacht kan oefenen met zware explosieven. Er is nu slechts één terrein in Reek, waardoor er te weinig geoefend wordt. Een tweede locatie in Nederland of vaste plekken in het buitenland zijn nodig om de soldaten klaar te maken voor hun taken. ››
De regering moet een regiegroep opzetten met bedrijven en onderzoekers om het testen met drones te verbeteren. De huidige regels zijn te complex en er is niet genoeg ruimte om te oefenen. Samenwerking is nodig om problemen sneller op te lossen en de sector vooruit te helpen. ››
9 april om 15:30 - Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) (36746)
De regering moet onderzoeken of er uitzonderingen mogen komen op de nieuwe regels voor flexibele contracten. In de horeca en de zorg wisselt de vraag naar personeel namelijk sterk. Flexibele contracten, zoals het bandbreedtecontract (een contract waarbij de uren kunnen variëren), zijn daar noodzakelijk om op piektijden goed te kunnen werken. ››
De regering moet rapporteren of de grens van 130% in bandbreedtecontracten werkt voor sectoren met wisselende werkdruk. De Wet meer zekerheid flexwerkers bepaalt nu dat het aantal uren niet meer mag zijn dan 130% van het minimum. In sommige sectoren is deze grens echter te laag voor de praktijk. De regering moet indien nodig de wet aanpassen. ››
De regering moet een voorstel doen om de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor het kleinbedrijf te verkorten van twee jaar naar één jaar. Dit moet tegelijkertijd gebeuren met de invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers. Zo wordt het voor kleine werkgevers minder risicovol om mensen een vast contract te geven. ››