De regering moet geen nieuwe nationale regels invoeren die zorgen voor extra kosten of administratie voor het mkb (kleine en middelgrote bedrijven). Extra Nederlandse regels bovenop Europese regels zorgen namelijk voor te veel regeldruk. Dit schaadt de concurrentiepositie van ondernemers. ››
De regering moet een landelijke minimale vergunningsduur van tien jaar vaststellen voor schaarse vergunningen in de ambulante handel. Nu geven sommige gemeenten vergunningen voor slechts twee jaar. Hierdoor geven banken geen leningen voor belangrijke investeringen, omdat ondernemers het geld niet snel genoeg terugverdienen. ››
De regering moet marktpartijen zes maanden de tijd geven om oververzekering aan te pakken. Consumenten betalen nu te veel geld omdat zij bij aankopen vaak onnodige verzekeringen afsluiten. Deze verzekeringen dekken vaak zaken die al verzekerd zijn. De Autoriteit Financiële Markten (AFM), de toezichthouder op de financiële markt, wil dat deze praktijk stopt. ››
De regering moet in de Regeldrukmonitor apart laten zien hoeveel regeldrukkosten er bij het midden- en kleinbedrijf (MKB) neerslaan. Nu wordt wel gemeten hoeveel regels er verdwijnen, maar door nieuwe regels is de echte last voor ondernemers niet duidelijk. Zo krijgt het mkb inzicht in de netto-ontwikkeling van de regeldrukkosten. ››
De regering moet bij nieuwe regels met grote gevolgen voor het mkb (midden- en kleinbedrijf) beoordelen of kleine bedrijven relatief zwaarder worden belast. Kleine bedrijven hebben namelijk minder mensen voor administratie dan grote bedrijven. Als de lasten te hoog zijn, moet de regering kijken of een uitzondering mogelijk is en dit duidelijk maken. ››
De regering moet dit najaar een stappenplan presenteren voor een nieuwe rechtsvorm voor sociale ondernemingen. Hiermee wordt de maatschappelijke missie van het bedrijf officieel vastgelegd. Ook moet het bedrijf transparant zijn over de maatschappelijke waarde die het toevoegt. ››
De regering moet inzicht geven in de uitsluitingsregels van Invest-NL voor de landbouwsector. Innovatieve landbouwbedrijven mogen niet worden uitgesloten van publiek geld vanwege hun type product. Zij moeten worden beoordeeld op hun businesscase en maatschappelijke waarde. ››
De regering moet agrifood meenemen in innovatiegericht inkopen en de launching-customer-aanpak. Als eerste klant helpt de overheid innovatie in de landbouw sneller groeien. Dit is belangrijk voor landbouwtechnologie, voedselzekerheid en circulaire productie. ››
De regering moet samen met kennisinstellingen een uniforme set aan indicatoren voor valorisatie maken. Er ontbreekt nu een vergelijkbaar beeld van de resultaten. Valorisatie is het omzetten van wetenschappelijk onderzoek naar economische waarde. ››
De regering moet bestaande regelingen beter inzetten om het midden- en kleinbedrijf (MKB) te helpen bij procesinnovatie. Dit gaat om zaken als automatisering, digitalisering en robotisering. Deze technieken vergroten de productiviteit en de concurrentiekracht van bedrijven. ››
De regering moet onderzoeken welke regels ondernemers tegenhouden om te investeren in nieuwe technologieën, zoals automatisering of digitalisering. Het wegnemen van deze regeldruk is nodig om de innovatiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te versterken. ››
De regering moet zoeken naar manieren om kennis en technologie beter te financieren. Nu ontbreekt het aan structureel geld om nieuwe uitvindingen naar de markt te brengen. Hierdoor komen veel veelbelovende innovaties niet tot ontwikkeling. ››
De regering moet in Brussel garanties eisen dat de Europese strategie voor de veehouderij de Nederlandse veestapel niet laat krimpen. Mensen moeten zelf kunnen kiezen wat ze eten. De veehouderij is van groot belang voor de Nederlandse economie en de voedselzekerheid. ››
De regering moet bij de Europese Unie inzetten op meer ruimte voor verschillende soorten derogatie (vrijstellingen voor het gebruik van mest). Onderzoek van Wageningen Livestock Research laat zien dat het gebruik van rundveedrijfmest en een goede waterkwaliteit goed samen gaan. ››
2 september om 19:10 - Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de medisch hulpverlener acute zorg en de klinisch fysicus in de lijst van registerberoepen (36832)
De regering moet de taaleis voor alle beroepen in het BIG-register (het register voor zorgverleners) verhogen naar niveau C1. Nu verschillen de eisen per opleidingsniveau. Miscommunicatie door verpleegkundigen, bijvoorbeeld bij het overdragen van patiënten, is net zo risicovol als een fout bij een arts. ››
De regering moet landelijke regels maken voor de aanpassingsstage en de proeve van bekwaamheid. Nu bepalen zorginstellingen zelf hoe deze onderdelen verlopen. Er zijn duidelijke afspraken nodig over de inhoud, de beoordelaar en de taalvaardigheid. Dit maakt de toetsing eerlijk en gelijk voor iedereen. ››
De regering moet de taakverdeling tussen de klinisch fysicus en de hoofdbehandelaar vastleggen. Er is nu onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is wanneer hun taken elkaar overlappen. Deze rechtsonzekerheid moet worden opgelost voordat de nieuwe wet ingaat. ››
De regering moet een bekwaamheidsaantekening (een officiële erkenning van deskundigheid) instellen voor klinisch fysici met de specialisatie audiologie. Hiermee mogen zij zelfstandig werken met ioniserende straling. Deze specialisten voeren dit werk namelijk al veilig uit, maar de huidige wetgeving sluit hen nu uit. ››
De regering moet onderzoeken hoe de erkenning van buitenlandse diploma's in de zorg sneller kan. Er is namelijk een tekort aan zorgpersoneel. De regering moet barrières wegnemen en kijken of de duur van een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid verkort kan worden. Dit mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de zorg. ››
De Minister moet het effect van zelf betaald preventief gezondheidsonderzoek onderzoeken. Dit onderzoek kan zorgen voor meer zorgdruk en onnodige zorgen bij patiënten, maar het kan ook levens redden door ziektes op tijd te ontdekken. ››