De regering moet het garantiebedrag voor Wajongers niet meer in één keer stoppen. Als dit bedrag na vijf jaar werken vervalt, gaan mensen er nu in één klap honderden euro's per maand op achteruit. Door het bedrag stapsgewijs in drie jaar af te bouwen, krijgen Wajongers meer zekerheid en voorkomen we een plotselinge inkomensval.
Motie van de leden Lahlah en Jimmy Dijk over het in drie jaar afbouwen van het garantiebedrag voor Wajongers
De kamer,
overwegende dat het garantiebedrag is ingevoerd ter bescherming van
werkenden met een Wajong-uitkering, zodat zij er door de harmonisatie
van de Wajong niet plotseling sterk op achteruitgaan in inkomen;
constaterende dat het garantiebedrag voor Wajongers na vijf jaar werken
vervalt, waardoor betrokkenen in inkomen terugvallen, in sommige
gevallen met honderden euro’s per maand;
constaterende dat dit leidt tot grote onzekerheid voor Wajongers, die hier
al jaren hun leven op hebben ingericht;
verzoekt de regering te regelen dat het garantiebedrag voor Wajongers
die hiermee te maken krijgen niet abrupt vervalt, maar in drie jaar
stapsgewijs wordt afgebouwd.
Argumenten voor: De motie streeft naar het wegnemen van onzekerheid voor mensen met een Wajong-uitkering [Motie]. Een argument voor zou kunnen zijn dat het voorkomen van een abrupte inkomensval bijdraagt aan de continuïteit voor kwetsbare groepen, waar de partij in algemene zin oog voor zegt te hebben [1].
Argumenten tegen: De partij focust sterk op het vergroten van het verschil tussen werk en uitkering, waarbij gewerkt moet lonen [3][4]. Het loskoppelen van uitkeringen van de loonontwikkeling en het beperken van uitkeringen wordt gezien als instrument om dit te bereiken [2]. Het behouden of verlengen van een garantiebedrag voor arbeidsongeschikten kan in de visie van deze partij strijdig zijn met het streven om uitkeringen niet aantrekkelijker te maken dan werken en het beperken van het uitkeringenstelsel.
Bronnen:
"Meer en langer doorwerken moet lonen: We willen maatregelen nemen om mensen meer te laten werken. Iedereen is nodig op de arbeidsmarkt. We vinden daarom dat bij een stijgende levensverwachting, de pensioenleeftijd mee moet stijgen. We hebben oog voor de kwetsbare groepen. We ondersteunen het langer doorwerken door meer in te zetten op een Leven Lang Ontwikkelen. Zo zorgen we dat er genoeg mensen zijn om bijvoorbeeld in de zorg, het onderwijs of in de techniek te werken. Daarnaast geeft werk betekenis en zorgt het voor een sociaal vangnet."
"De lonen stijgen altijd harder: In Nederland stijgen uitkeringen automatisch elk half jaar mee met de gemiddelde stijging van cao-lonen, terwijl veel werkenden dus een minder hoge loongroei hebben. Uitkeringsgerechtigden zijn er de afgelopen jaren daardoor méér op vooruit gegaan dan veel mensen met een baan, zoals bouwvakkers of agenten. De huidige koppeling tussen minimumloon en uitkeringen zorgt ervoor dat veel werkenden er nooit méér op vooruit mogen gaan dan uitkeringsgerechtigden. Wij laten deze koppeling los en herstellen het verschil tussen werk en uitkering. Voortaan stijgen de uitkeringen, behalve de AOW en regelingen voor arbeidsongeschikten, mee met de inflatie in plaats van met de lonen."
"Uitkeringsplafond: Het mag niet meer gebeuren dat iemand door een stapeling van uitkeringen en toeslagen meer te besteden heeft dan iemand die hard werkt om rond te komen. We voeren een plafond in op de totale steun die één huishouden kan ontvangen. Dit uitkeringsplafond zorgt ervoor dat werken altijd loont. We nemen maatregelen om de stapeling van toeslagen en regelingen te beperken."
"Er komt een meerwerkstimulans: Voor te veel Nederlanders loont het niet om meer uren te werken door een wirwar aan toeslagen en heffingskortingen. Die uren leveren netto soms zelfs minder op dan het minimumloon. Daarom geven we een werkbonus aan tweeverdieners. Ook versoepelen we de Wet onderscheid arbeidsduur. Hierdoor krijgen werkgevers de ruimte om meer werken te belonen."