De regering moet laten onderzoeken of de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) meer diverse onderwerpen kan financieren. In de sociale en geesteswetenschappen overheerst nu vaak één bepaalde zienswijze. Hierdoor krijgen kritische of afwijkende invalshoeken bij onderwerpen zoals klimaat en gender nauwelijks kans in wetenschappelijk onderzoek.
Motie van de leden Keijzer en Boomsma over onderzoek naar door de NWO gehonoreerde onderzoeksvragen met een tegengestelde benadering van het dominante narratief
De kamer,
constaterende dat de Minister heeft toegezegd om in navolging van de
motie-Heite (31288–1219) te kijken of het onderzoek van pluriformiteit kan
worden versneld;
constaterende dat er met name in de sociale en de geesteswetenschappen
een heersend narratief bestaat op het gebied van bijvoorbeeld klimaat,
gender en kolonialisme en er hierdoor geen onderzoek wordt gedaan naar
onderwerpen die hiertegen schuren;
verzoekt de regering om in het verlengde van de navolging van motieHeite onderzoek te doen naar door de Nederlandse Organisatie voor
Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gehonoreerde onderzoeksvragen met
een tegengestelde benadering van het dominante narratief.
Argumenten voor: Er is geen directe ondersteuning in het programma te vinden voor het bevorderen van onderzoek dat schuurt tegen dominante narratieven op het gebied van gender of klimaat. De motie zou hypothetisch kunnen worden gesteund vanuit het algemene principe van wetenschappelijke pluriformiteit en diversiteit, maar het programma bevat geen expliciete uitspraken hierover.
Argumenten tegen: De partij stelt in haar programma expliciet dat de samenleving en het beleid moeten worden ontdaan van racistische stereotypen en uitsluiting die voortkomen uit het koloniale verleden [2]. Zij pleit voor meer aandacht in het curriculum voor het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis [1][3]. Een motie die impliceert dat kritisch onderzoek naar deze onderwerpen eenzijdig of problematisch is, staat haaks op het streven van de partij om het koloniale verleden actief te adresseren en te dekoloniseren [2].
Bronnen:
"Meer aandacht in het curriculum voor koloniaal verleden, slavernij verleden, migratiegeschiedenis en burgerschap, zodat onderwijs recht doet aan de volle diversiteit van onze samenleving. Er komt meer onderwijs over nondiscriminatie en de Grondwet."
"Dekolonisatie. Er komt een dekolonisatie-aanpak om de samenleving en het beleid te ontdoen van racistische stereotypen en vormen van uitsluiting die terug te voeren zijn op het koloniale verleden, waarbij er uiteraard ook aandacht is voor de nazaten van de contractarbeiders."
"Structurele financiering voor het Nationaal Slavernijmuseum. Het museum krijgt voldoende middelen om zijn rol te vervullen en vertelt het verhaal nadrukkelijk vanuit het perspectief van de nazaten van tot slaaf gemaakten."