Het kabinet moet de invoering van de vrachtwagenheffing uitstellen naar 1 januari 2027. Deze belasting voor vrachtwagen eigenaren gaat per 1 juli 2026 in en zorgt voor zeer hoge kosten. Er zijn op dit moment geen maatregelen om deze lasten voor de transportsector te verzachten.
Motie van de leden Eerdmans en Wilders
De kamer,
Constaterende dat verzachtende maatregelen ten aanzien van
groot transport ontbreken,
Constaterende dat per 1 juli 2026 de vrachtwagenheffing wordt
ingevoerd, waardoor eigenaren van vrachtwagens getroffen
worden door forse kostenstijgingen,
Verzoekt het kabinet de vrachtwagenheffing uit te stellen tot 1
januari 2027.
Waarom voor? De partij stelt dat de automobilist niet langer de melkkoe van de overheid mag zijn [2]. Aangezien de motie het besparen van forse kosten voor vrachtwageneigenaren beoogt, past uitstel binnen dit principe om de lastendruk op gebruikers van het wegennet te verminderen. Daarnaast pleit de partij voor correctie van bestaande maatregelen wanneer er sprake lijkt van symboolpolitiek die de welvaart schaadt [3], en verzet zij zich tegen nationale extra heffingen bovenop Europese afspraken [1].
Waarom tegen? Er zijn in het verkiezingsprogramma geen expliciete argumenten gevonden die pleiten voor de invoering van een vrachtwagenheffing of hogere lasten voor transporteurs.
Bronnen:
"Dezelfde regels voor iedereen binnen Europa. Dus geen nationale CO2-heffingen en geen extra regels bovenop de Europese afspraken." (0.676)
"De bereikbaarheid van steden, dorpen en landelijk gebied is verantwoordelijkheid van de overheid. Waar geen openbaar vervoer is, worden andere oplossingen gefaciliteerd, zoals b.v. buurtbusjes. De veiligheid in het verkeer van wandelaars en fietsers en van ouderen en gehandicapten komt steeds meer in het geding en het gedrang. Mobiliteit is geen luxe, maar een levensader voor jong en oud. De auto is vaak onmisbaar voor ouderen en gezinnen, zeker waar OV-verbindingen verdwijnen. De automobilist mag niet langer de melkkoe van de overheid zijn." (0.671)
"De wens om voorop te lopen, vaak met symboolpolitiek, was sterker dan een werkelijke toewijding aan vermindering van de CO2-uitstoot of aan het beschermen van de Nederlandse welvaart. Dat vraagt om nieuwe maatregelen en correctie van al bestaande maatregelen." (0.653)