Scholen moeten bij ongeoorloofd verzuim waarbij psychische of psychosociale klachten spelen, direct melden aan de leerplichtambtenaar. Vroegtijdige melding voorkomt dat jongeren langdurig uitvallen. ››
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer,
constaterende dat psychische klachten steeds vaker een rol spelen bij
(langdurig) verzuim en dat vroegtijdige betrokkenheid van de leerplichtambtenaar essentieel is om uitval te voorkomen;
overwegende dat tijdige signalering en afstemming tussen school, ouders
en leerplichtambtenaar noodzakelijk zijn;
verzoekt de regering om wettelijk te borgen dat scholen bij ongeoorloofd
verzuim waarbij psychische of psychosociale klachten een rol spelen,
verplicht zijn dit onverwijld te melden aan de leerplichtambtenaar, met
inachtneming van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals
bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.
Sluiten De regering moet borgen dat het geld voor leerlingen met veel verzuim ook daadwerkelijk wordt besteed aan het helpen van deze leerlingen. Scholen krijgen dit geld maar het is niet zeker dat het wordt gebruikt om die leerlingen te helpen. ››
26 maart | SP
| Verworpen: 58–92 | Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer,
constaterende dat het Besluit terugdringen schoolverzuim de bepaling
bekostiging bij verzuim in het voortgezet onderwijs schrapt;
constaterende dat scholen hierdoor ook bekostiging zullen ontvangen
voor leerlingen die veel afwezig zijn aan het begin van het schooljaar;
overwegende dat hiermee nog niet geborgd is dat dit geld ingezet wordt
om deze groep leerlingen te helpen, maar dat dit wel wenselijk is;
verzoekt de regering te borgen dat dit geld ook daadwerkelijk besteed
wordt aan deze groep leerlingen.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe leerplichtambtenaren beter kunnen worden ondersteund en getraind in een preventieve rol, zodat zij thuiszittende kinderen eerder kunnen helpen. Er zitten nu ongeveer 70.000 kinderen thuis zonder passend onderwijs, terwijl elk kind recht heeft op onderwijs. ››
26 maart | D66, GL-PvdA, CU
| Aangenomen: 131–19 | Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer,
constaterende dat er in Nederland naar schatting circa 70.000 kinderen
thuiszitten zonder passend onderwijs;
overwegende dat, zoals vastgelegd in het VN-Kinderrechtenverdrag en het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, ieder kind recht heeft op
onderwijs;
overwegende dat thuiszitten vaak het gevolg is van tekortkomingen in het
onderwijs- en zorgsysteem en niet aan het kind of de ouder zelf te wijten
is;
overwegende dat de huidige rol van de leerplichtambtenaar voornamelijk
gericht is op handhaving;
overwegende dat leerplichtambtenaren zelf aangeven dat zij graag niet
alleen een handhavende maar ook een meer preventieve taak zouden
willen vervullen;
overwegende dat als leerplichtambtenaren een meer preventieve taak
krijgen, zij hier ook in ondersteund en opgeleid moeten worden;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe leerplichtambtenaren het best
actief kunnen worden ondersteund en begeleid bij hun preventieve taak,
zodat zij thuiszitters eerder en beter kunnen helpen, en te zorgen voor een
eenduidige aanpak in alle gemeenten.
Sluiten De regering moet de rol en functie van samenwerkingsverbanden onderzoeken en de Kamer informeren over concrete plannen voor de OCW‑begroting 2027. Doelen van passend onderwijs zijn uit zicht, er zijn grote regionale verschillen en veel geld blijft ongebruikt. ››
26 maart | GL-PvdA, CU
| Aangenomen: 132–18 | Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer,
constaterende dat bij invoering van de Wet passend onderwijs 151
samenwerkingsverbanden zijn opgericht die de wettelijke taak kregen om
te zorgen dat alle leerlingen een passende onderwijsplek hebben met
ondersteuning waar nodig;
constaterende dat ruim tien jaar na invoering van passend onderwijs de
doelen verder uit zicht raken, met grote verschillen per regio en per
samenwerkingsverband;
constaterende dat sommige samenwerkingsverbanden een onverminderd
hoge financiële reserve hebben, ondanks pogingen vanuit Kamer en
kabinet om dit geld te herverdelen en te besteden aan de ondersteuning
van leerlingen;
verzoekt de regering om in de route naar inclusief onderwijs specifiek de
rol en functie van samenwerkingsverbanden tegen het licht te houden en
daarbij specifiek de beleidsadviezen uit het rapport Over de lijnen mee te
nemen, en de Kamer voor de OCW-begroting voor 2027 te informeren
over de concrete plannen.
Sluiten De regering moet de lessen uit het Thuiszitterspact en de onderzoeken omzetten in beleidsopties en wetsvoorstellen, samen met een uitvoeringsagenda naar de Kamer sturen. Want het aantal kinderen dat thuiszit zonder passend onderwijs is gestegen naar 70.000. ››
26 maart | GL-PvdA, CU
| Aangenomen: 111–39 | Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer,
constaterende dat het doel van de Wet passend onderwijs uit 2015 is dat
ieder kind onderwijs op maat krijgt;
constaterende dat in 2016 in het Thuiszitterspact is afgesproken dat in
2020 geen enkel kind thuiszit zonder passend onderwijs;
constaterende dat op verzoek van de Kamer in 2018 de knelpunten tussen
zorg en onderwijs, wetgeving en financiering in kaart zijn gebracht door
OCW en VWS;
constaterende dat vanaf 2019 is besloten tot de versnellingsagenda
Thuiszitterspact, diverse pilots met onderwijs-zorgarrangementen zijn
opgestart, verschillende financieringswijzen zijn onderzocht evenals
knelpunten in het stelsel en mogelijke oplossingen;
constaterende dat ondanks al deze inspanningen het aantal leerlingen dat
thuiszit zonder (passend) onderwijs al jaren stijgt en wordt geschat op
70.000;
constaterende dat veel projecten tijdelijk waren, problemen in wetgeving
en verschillende financieringsstromen tussen zorg en onderwijs nog
steeds niet zijn opgelost;
verzoekt de regering om de geleerde lessen uit de stapels met onderzoeken en rapporten te vertalen in beleidsopties en te verankeren in
wetsvoorstellen en samen met een uitvoeringsagenda naar de Kamer te
sturen.
Sluiten De regering moet elk jaar bijhouden hoeveel kinderen weinig of geen onderwijs krijgen, met input van experts en organisaties, en steeds onderzoeken hoe deze groep beter zichtbaar gemaakt kan worden. Zo kan het verzuimbeleid volledig en effectief zijn. ››
26 maart | CU
| Verworpen: 59–91 | Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer,
constaterende dat het kabinet met de Wet terugdringen schoolverzuim het
verzuimbeleid van scholen wil versterken, maar dat er desondanks
kinderen en jongeren die niet of niet volwaardig onderwijs krijgen buiten
beeld blijven, bijvoorbeeld als ze ingeschreven zijn bij een residentiële
instelling, tijdelijk onderwijs krijgen via een zorglocatie of minder
onderwijs krijgen via de Beleidsregel afwijken onderwijstijd;
verzoekt de regering om jaarlijks in beeld te brengen hoeveel kinderen en
jongeren naar schatting geen of geen volwaardig onderwijs krijgen,
hierbij nadrukkelijk indicaties van experts en vertegenwoordigende
organisaties mee te nemen en doorlopend te verkennen hoe deze beter in
beeld gebracht kunnen worden.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe een onderwijsperspectiefplan (opp) verplicht kan worden gesteld bij ziekteverzuim, zodat er snel actie wordt ondernomen en kinderen niet achterop raken. Vroegtijdige hulp bij ziekteverzuim werkt om verzuim te verminderen. ››
26 maart | CU
| Verworpen: 40–110 | Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer,
constaterende dat bij ongeoorloofd verzuim wettelijk is geborgd dat actie
door de school wordt ondernomen, maar dat dit bij geoorloofd verzuim
door ziekte niet het geval is;
overwegende dat vroegtijdige inzet bij ziekteverzuim, bijvoorbeeld via de
MAZL-methodiek, effectief kan bijdragen aan het verminderen ervan;
verzoekt de regering om te verkennen op welke wijze beter kan worden
geborgd dat er effectief actie wordt ondernomen bij geoorloofd verzuim
door ziekte, bijvoorbeeld door het verplicht stellen van een onderwijsperspectiefplan (opp) bij al het verzuim, zodat kinderen zo goed mogelijk
onderwijs kunnen volgen.
Sluiten De regering moet zorgen dat de school waar een leerling staat ingeschreven blijft verantwoordelijk voor het onderwijs, ook als de leerling tijdelijk elders les krijgt. Anders verdwijnen deze leerlingen uit het zicht en verliezen scholen hun gezamenlijke verantwoordelijkheid. ››
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer,
constaterende dat leerlingen die uitgeschreven zijn geheel uit zicht
verdwijnen;
overwegende dat scholen hier een gezamenlijke taak in dragen;
verzoekt de regering om voor alle situaties waarin leerlingen tijdelijk
elders onderwijs krijgen, bijvoorbeeld door een gesloten plaatsing,
digitaal onderwijs of een oza, te borgen dat de oorspronkelijke school van
inschrijving de regie houdt en verantwoordelijk blijft.
Sluiten De regering moet in het afwegingskader opnemen dat dure reparaties en levensduurverlengende maatregelen bij kunstwerken die bijna aan het einde van hun leven zijn, zo veel mogelijk worden vermeden. Dit voorkomt hogere kosten op de lange termijn. ››
26 maart | JA21
| Aangenomen: 145–5 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat Nederland voor een onderhouds- en vervangingsopgave met een tekort van 80 miljard euro staat;
constaterende dat hier niet voldoende middelen voor zijn gereserveerd;
constaterende dat de regering hierdoor ook binnen de instandhoudingsopgave moet prioriteren;
overwegende dat het verlengen van de levensduur in plaats van het tijdig
vernieuwen van het kunstwerk uiteindelijk tot meer kosten kan leiden;
verzoekt de regering bij het afwegingskader mee te nemen dat dure
correctieve en levensduurverlengende maatregelen zo veel mogelijk
worden voorkomen bij kunstwerken die het einde van hun levensduur
naderen.
Sluiten De regering moet bij het plannen van onderhoud wegen welke invloed kunstwerken op wegen hebben op de bereikbaarheid. Als deze kunstwerken uitvallen, blijven regio’s en belangrijke verkeersroutes slecht bereikbaar. ››
26 maart | JA21
| Aangenomen: 146–4 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat Nederland voor een instandhoudingsopgave met een
tekort van 80 miljard euro staat;
constaterende dat hier niet voldoende middelen voor zijn gereserveerd;
constaterende dat de regering hierdoor ook binnen de instandhoudingsopgave moet prioriteren;
overwegende dat er assets zoals kunstwerken zijn die deel zijn van
verkeersaders die als flessenhals werken;
overwegende dat bij uitval van deze assets de bereikbaarheid van een
regio of een belangrijke economische verkeersader ernstig in het geding
is;
verzoekt de regering de impact op de bereikbaarheid mee te wegen bij de
prioritering van de instandhoudingsopgave.
Sluiten De regering moet het alternatieve plan voor de tijdelijke Gerrit Krolbrug in Groningen gebruiken. Dit plan is met 6 miljoen euro bijna de helft goedkoper dan het huidige voorstel en zorgt voor een betere bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers. Een goede verbinding is essentieel voor de leefbaarheid en economie in de regio. ››
26 maart | BBB
| Verworpen: 67–83 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat tijdens de vervanging van de Gerrit Krolbrug in
Groningen voor de tijdelijke overbrugging voor fiets- en voetgangersverkeer minimaal drie jaar nodig zal zijn;
constaterende dat er een alternatief plan ligt voor een gescheiden
tijdelijke fiets- en voetgangersverbinding waarmee belemmeringen
worden voorkomen en de kosten uitkomen op circa 6 miljoen in plaats
van 11 miljoen;
overwegende dat infrastructuur niet alleen op kosten, maar ook op
bereikbaarheid, leefbaarheid en economische gevolgen moet worden
beoordeeld;
verzoekt de regering om de besluitvorming over de tijdelijke fiets- en
voetgangersbrug bij de Gerrit Krolbrug te baseren op deze geactualiseerde gegevens en het alternatieve plan met gescheiden verbinding als
uitgangspunt te nemen;
verzoekt de regering om de Kamer vóór het eerstvolgende commissiedebat over dit dossier te informeren over de uitkomst van deze herbeoordeling en de financiële en maatschappelijke afweging daarbij.
Sluiten De regering moet het bredewelvaartskader meewegen bij het kiezen van infrastructurele projecten. Zo zorgen investeringen niet alleen voor economische groei, maar ook voor een betere leefomgeving, gezondheid en regionale ontwikkeling. ››
26 maart | CDA, GL-PvdA
| Aangenomen: 98–52 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de rapporten van Wennink en Draghi benadrukken dat
duurzame economische groei en maatschappelijk verdienvermogen
onlosmakelijk samenhangen;
overwegende dat het bredewelvaartskader deze samenhang expliciet
maakt, doordat investeringen bijdragen aan zowel economische kracht als
leefbaarheid, gezondheid en regionale ontwikkeling;
verzoekt de regering om in het afwegingskader voor de prioritering van
infrastructurele projecten het bredewelvaartskader mee te wegen.
Sluiten De regering moet bij het prioriteren van infrastructurele projecten de meekoppelende belangen van woningbouw, regionale economie, weerbaarheid en defensie meewegen. Er ligt een grote onderhoudsopgave bij Rijkswaterstaat en ProRail en Europa zet stappen op de TEN-T-corridors. ››
26 maart | CDA, CU, SGP, D66
| Aangenomen: 143–7 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat er een grote instandhoudingsopgave is voor zowel
Rijkswaterstaat als ProRail;
constaterende dat het daarom van belang is om prioriteiten te stellen;
overwegende dat het van belang is om binnen de prioriteitsopgave werk
met werk te maken, zodat je middelen en doelen efficiënt kunt samenbrengen;
overwegende dat Europa stappen wil zetten op het gebied van de
TEN-T-corridors;
verzoekt de regering om in het afwegingskader voor de prioritering van
infrastructurele projecten de meekoppelende belangen op het gebied van
woningbouw, regionale economie, weerbaarheid en defensie (dual-use)
mee te wegen.
Sluiten De regering moet bij het afwegingskader uitvoerbaarheid meenemen, met aandacht voor financiën en milieuruimte. Zo kunnen meer infrastructuurprojecten daadwerkelijk worden uitgevoerd. ››
26 maart | D66
| Aangenomen: 116–34 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
overwegende dat de uitvoerbaarheid van groot belang is in de prioritering
van verschillende infrastructuurprojecten;
overwegende dat we deze kabinetsperiode zo veel mogelijk infrastructuurprojecten willen realiseren in Nederland;
verzoekt de regering om bij het afwegingskader het aspect van uitvoerbaarheid te betrekken, waarbij er in ieder geval wordt gekeken naar
financiën en milieuruimte;
verzoekt de regering om voor het uitvoeren van projecten voldoende
uitvoeringscapaciteit te organiseren.
Sluiten De regering moet geld dat pas vanaf 2031 beschikbaar is, nu al uitgeven aan het onderhoud van wegen en bruggen. Door wegen nu te repareren, voorkomt de regering grote schades en hoge kosten in de toekomst. Zo blijft de infrastructuur in Nederland veilig en bruikbaar. ››
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat vanwege financiële tekorten noodzakelijke reparaties
van het wegdek niet tijdig uitgevoerd kunnen worden;
overwegende dat via het coalitieakkoord voor 2031 tot en met 2035
jaarlijks 1,1 miljard euro beschikbaar wordt gesteld voor met name beheer
en onderhoud van infrastructuur, en 0,5 miljard euro structureel;
verzoekt de regering door middel van een kasschuif een deel van de via
het coalitieakkoord gereserveerde middelen voor beheer en onderhoud
beschikbaar te stellen voor noodzakelijke reparaties bij en onderhoud van
wegen, kunstwerken en andere infrastructuur in de periode 2026 tot en
met 2030, zodat uitstel met bijbehorende maatschappelijke en economische gevolgen voorkomen kan worden.
Sluiten De regering moet ervoor zorgen dat de uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat aansluit bij de noodzakelijke productiegroei voor instandhouding. Zonder voldoende capaciteit kan het onderhoud van wegen en waterwerken niet goed gebeuren. ››
26 maart | SGP, CU
| Aangenomen: 149–1 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
van mening dat eventuele apparaatstaakstellingen niet ten koste mogen
gaan van de noodzakelijke uitvoeringscapaciteit bij Rijkswaterstaat voor
onder meer voortvarende uitvoering van de instandhoudingsopgave;
verzoekt de regering in kaart te brengen wat de huidige en eventuele
nieuwe apparaatstaakstelling voortvloeiende uit het coalitieakkoord
betekent voor de uitvoeringscapaciteit en maakbaarheid bij Rijkswaterstaat, en de Kamer hierover binnen twee maanden te informeren;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de uitvoeringscapaciteit van
Rijkswaterstaat aansluit bij de noodzakelijke productiegroei voor
instandhouding.
Sluiten De regering moet duidelijk afstand nemen van plannen om de waardestijging van woningen te belasten. Extra belastingen op huizen zouden huishoudens harder treffen en hun ruimte om te besteden verminderen. ››
26 maart | PVV
| Verworpen: 51–99 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
overwegende dat het kabinet van plan is om huiseigenaren mee te laten
betalen aan infrastructuurprojecten door de waardestijging van hun
woning af te romen, al dan niet indirect middels een verhoging van de ozb
bij gemeenten;
van mening dat we in plaats van zwaardere belastingen voor huishoudens
juist zouden moeten pleiten voor belastingverlagingen, zodat mensen
weer wat lucht krijgen en wat ruimte in hun portemonnee;
verzoekt de regering om ondubbelzinnig afstand te nemen van plannen,
fiscale maatregelen of andere trucjes die een beslag leggen op (on)gerealiseerde waardestijgingen van de woningen van mensen.
Sluiten De regering moet van de motorrijtuigenbelasting een doelbelasting maken en het geld alleen gebruiken voor onderhoud en aanleg van wegen, spoor en bruggen. Nu gaat dit geld naar de algemene middelen en wordt het niet aan infrastructuur besteed. ››
26 maart | PVV
| Verworpen: 45–105 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
overwegende dat er jaarlijks vele miljarden euro’s aan wegenbelasting of
motorrijtuigenbelasting door de overheid worden opgehaald;
overwegende dat deze belastingen in de algemene middelen verdwijnen
en niet ten goede komen aan het verbeteren en onderhouden van onze
wegen, sporen, bruggen et cetera;
van mening dat we het geld moeten uitgeven voor de doelen waarvoor
het wordt opgehaald;
verzoekt de regering om van de motorrijtuigenbelasting een doelbelasting
te maken en deze opbrengsten enkel ten goede te laten komen aan het
onderhoud en de aanleg van infrastructuur.
Sluiten De regering moet instandhouding en veiligheid voorop stellen in het afwegingskader voor infrastructuur. Zonder voldoende middelen riskeren essentiële werken zoals het spui- en gemaalcomplex bij IJmuiden uitstel, wat de veiligheid in gevaar brengt. ››
26 maart | CU, SGP
| Aangenomen: 146–4 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de infrastructurele opgaven waar Nederland voor staat
enorm zijn en dat de instandhoudingsopgave groter is dan ooit;
overwegende dat er veel te weinig middelen beschikbaar zijn om alle
infrastructurele opgaven uit te voeren en er daarom keuzes gemaakt
moeten worden;
overwegende dat dit niet mag leiden tot uitstel van vervanging en
vernieuwing van voor het veilig voortbestaan van (delen van) Nederland
essentiële kunstwerken, zoals het spui- en gemaalcomplex bij IJmuiden;
verzoekt de regering om in het aangekondigde afwegingskader instandhouding en veiligheid voorop te stellen.
Sluiten De regering moet bij het beoordelen van infrastructuurprojecten expliciet kijken hoeveel ze bijdragen aan de Nederlandse economie en het verdienvermogen. Infrastructuur is de ruggengraat van onze samenleving en nodig voor duurzame groei. ››
26 maart | VVD
| Aangenomen: 140–10 | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer,
overwegende dat infrastructuur de ruggengraat vormt van onze samenleving en economie en daarmee van cruciaal belang is voor het behoud
en de versterking van de economische ontwikkeling in Nederland in alle
sectoren;
overwegende dat duurzame economische groei, waaronder een structurele economische groei van circa 1,5%, van groot belang is voor de
welvaart, de werkgelegenheid en het verdienvermogen van Nederland;
verzoekt de regering om in het afwegingskader voor infrastructuurprojecten expliciet rekening te houden met de bijdrage die projecten leveren
aan de economische ontwikkeling en het verdienvermogen van
Nederland.
Sluiten