26 maart, Tweeminutendebat Staat van de infrastructuur (CD 19/3)

Prioriteit voor uitvoerbare infraprojecten

De regering moet bij het beoordelen van infrastructuurprojecten expliciet kijken of ze binnen de huidige kabinetsperiode kunnen worden uitgevoerd, zodat haalbare projecten voorrang krijgen. Nederland heeft een grote infrastructuropgave en wil zo veel mogelijk projecten nu realiseren. ›› 
26 maart | VVD | Aangenomen: 89–61 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat er in Nederland een grote opgave ligt op het gebied van infrastructuur; overwegende dat het van belang is om in deze kabinetsperiode zo veel mogelijk infrastructuurprojecten daadwerkelijk te realiseren; overwegende dat bij de prioritering van projecten ook de realiseerbaarheid binnen de looptijd van de kabinetsperiode een relevante factor is; verzoekt de regering om in het afwegingskader voor infrastructuurprojecten expliciet rekening te houden met de periode waarbinnen projecten kunnen worden gerealiseerd, zodat projecten die binnen de kabinetsperiode uitvoerbaar zijn waar mogelijk prioriteit krijgen.

Kostenverdeling infrastructuur onderzoeken

De regering moet onderzoeken hoe de kosten voor aanleg en onderhoud van infrastructuur en de belastingen en accijnzen die gebruikers betalen, verdeeld zijn over groepen zoals forenzen, gezinnen en bezorgdiensten. Nu is onduidelijk wie welk deel betaalt ten opzichte van wat ze profiteren. ›› 
26 maart | GL-PvdA | Aangenomen: 101–49 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de kosten voor onderhoud en vervanging van onze infrastructuur de beschikbare budgetten fors overstijgen; overwegende dat de Minister heeft aangegeven op zoek te gaan naar mogelijkheden om «de koek te vergroten» en «baathebbers meer te laten bijdragen»; overwegende dat nu onduidelijk is hoe maatschappelijke kosten zoals die voor aanleg en onderhoud, maatschappelijke en particuliere baten en het leveren van een bijdrage in de vorm van belastingen en accijnzen zijn verdeeld over gebruikers van onze infrastructuur; verzoekt de regering om te laten onderzoeken hoe maatschappelijke kosten zoals die voor aanleg en onderhoud en het door gebruikers leveren van een bijdrage in de vorm van belastingen en accijnzen, zijn verdeeld over enkele voorbeelden van typische groepen gebruikers, zoals bijvoorbeeld langeafstandstransport, forenzen, gezinnen, kleine ondernemers met een bestelbus, bezorgdiensten, elektrisch versus fossiel et cetera.

Meer wegen om files te verminderen

De regering moet elk jaar ten minste één nieuw wegaanlegproject uitvoeren, vooral bij de drukste filepunten in Nederland. Het verkeer op de wegen wordt steeds drukker en de files nemen alleen maar toe. ›› 
26 maart | Markusz | Verworpen: 42–108 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het steeds drukker wordt op de Nederlandse wegen en het fileprobleem daardoor met de jaren toeneemt en zal toenemen; van mening dat het daarom noodzakelijk is om nieuwe wegen aan te leggen om de toestroom van alle auto’s op de weg aan te kunnen; verzoekt de regering om per kalenderjaar zeker één wegaanlegproject te realiseren en daarbij de focus te leggen op de fileknelpunten in Nederland.

Afsluiten MIRT-projecten voor nieuwe starten

De regering moet voor elk nieuw MIRT-project eerst twee bestaande MIRT-projecten afronden. De Nederlandse infrastructuur loopt vast omdat veel MIRT-projecten stil liggen. ›› 
26 maart | Markusz | Verworpen: 47–103 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de afgelopen jaren weinig vooruitgang is geboekt ten aanzien van de MIRT-projecten; constaterende dat de infrastructuur in Nederland mede door de gepauzeerde MIRT-projecten aan het vastlopen is; van mening dat er keihard gewerkt moet worden om de bestaande MIRT-projecten zo snel als mogelijk uit te voeren en af te ronden; verzoekt de regering om in het vervolg, alvorens ze een nieuw MIRT-project toevoegt, zeker twee MIRT-projecten af te ronden, zodat de doorstroom van de Nederlandse infrastructuur de gewenste vooruitgang krijgt.

Snelle inzet infrastructuurmiddelen

De regering moet het beschikbare geld voor infrastructuur snel gebruiken. Er ligt een grote klus, maar er is te weinig geld, dus moet het geld goed worden besteed. ›› 
26 maart | Markusz, VVD | Aangenomen: 147–3 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat er een grote opgave ligt op infrastructuur; overwegende dat het kabinet heeft aangegeven dat er te weinig middelen zijn om alle ambities op infrastructuur waar te maken; overwegende dat het geld dat beschikbaar is voor infrastructuur zo efficiënt en effectief mogelijk moet worden ingezet; verzoekt de regering om de beschikbare middelen, inclusief de middelen die in het coalitieakkoord voor infrastructuur ter beschikking zijn gesteld, zo goed en zo snel mogelijk aan het werk te zetten voor Nederland.
26 maart, Tweeminutendebat Toegankelijkheid van de huisartsenzorg (33578-171)

Meer regionale opleidingsplaatsen voor huisartsen

De regering moet afspraken maken met opleidingsinstituten om meer regionale opleidingsplaatsen voor huisartsen te creëren, met meetbare doelen voor spreiding. Regio's met een tekort hebben vaak weinig eigen studenten, waardoor meer lokale opleiding nodig is. ›› 
26 maart | BBB | Aangenomen: 131–19 |
Eerstelijnszorg
De kamer, constaterende dat regio’s met grote huisartsentekorten vaak ook regio’s zijn waar structureel weinig geneeskunde- en huisartsenstudenten vandaan komen; overwegende dat het huidige wettelijke kader ruimte laat voor regionale opleidingsroutes, extra opleidingscapaciteit en gerichte stimulansen, zonder selectie op basis van contractuele verplichtingen; overwegende dat het kabinet in gesprek gaat met opleidingsinstituten met geneeskunde- en huisartsenopleidingen om te bezien welke stappen die instellingen zelf, binnen de grenzen van de wet, kunnen zetten; verzoekt de regering om op basis van de lopende verkenning en de gesprekken met opleidingsinstituten, te komen tot concrete afspraken met opleidingsinstituten over het vergroten van het aantal regionale opleidingsplaatsen voor huisartsen, met specifieke aandacht voor tekortregio’s, en daarbij in samenwerking met veldpartijen meetbare doelstellingen vast te stellen voor regionale spreiding van opleidingsplaatsen; verzoekt de regering de Kamer uiterlijk het derde kwartaal van 2026 te informeren over de concrete afspraken en meetbare doelstellingen.

Private equity buiten de huisartsenzorg houden

De regering moet ervoor zorgen dat private-equitybedrijven en soortgelijke commerciële ketens niet meer in de huisartsenzorg mogen werken. Dit moet gebeuren door een aanpassing van de Wet integere bedrijfsvoering zorg, de wet die zorgverleners verplicht eerlijk te ondernemen. Huisartsen vervullen een essentiële rol in de zorg en hun positie mag niet misbruikt worden voor winst. ›› 
26 maart | SP | Verworpen: 63–87 |
Eerstelijnszorg
De kamer, constaterende dat de huisarts een essentiële rol vervult voor de Nederlandse zorg en dat die positie niet mag worden misbruikt voor winstbejag; overwegende dat de Kamer al tot twee keer toe heeft opgeroepen om private equity in de huisartsenzorg te verbieden, maar dat het kabinet dit blijft weigeren; verzoekt de regering om in de aangekondigde aanscherping van de Wet integere bedrijfsvoering zorg te regelen dat private-equitypartijen en vergelijkbare commerciële ketens worden geweerd uit de huisartsenzorg.

Praktijkruimte voor huisartsen als publieke taak

De regering moet onderzoeken hoe het waarborgen van voldoende praktijkruimtes voor huisartsen een publieke verantwoordelijkheid kan worden. Goede huisartsenzorg is een essentiële voorziening waar de overheid voor moet zorgen. ›› 
26 maart | SP |
Eerstelijnszorg
De kamer, constaterende dat de Kamer vorig jaar de motie-Dijk (36 666, nr. 10) over een regeling vanuit provincies waarbij huisartsen subsidie kunnen krijgen voor het (ver)bouwen van huisartsenpraktijken heeft aangenomen; constaterende dat het kabinet deze motie niet uitvoert, waardoor er geen publieke aanpak komt van het tekort aan praktijkruimtes; van mening dat goede huisartsenzorg een essentiële publieke voorziening is waar de overheid de randvoorwaarden voor moet creëren; verzoekt de regering om te onderzoeken op welke manier kan worden vastgelegd dat het waarborgen van voldoende praktijkruimtes voor huisartsen een publieke verantwoordelijkheid is.
26 maart, Tweeminutendebat Advies NZa deel 2 budgetbekostiging acute verloskunde (AV) (29247-481)

Escalaatmechanisme voor zorgplichtschending

De regering moet een escalatiemechanisme invoeren waarbij de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) bij structurele schending van de zorgplicht een bindende maatregel oplegt en de minister binnen drie maanden concrete beleidsmaatregelen treft en de Kamer hierover informeert. De zorgplicht is een open norm, waardoor handhaving complex is en structurele knelpunten onvoldoende worden opgelost. ›› 
26 maart | Markusz |
Acute zorg
De kamer, constaterende dat zorgverzekeraars op grond van de Zorgverzekeringswet een zorgplicht hebben om tijdige en toegankelijke zorg te garanderen, en dat de NZa belast is met het toezicht hierop; overwegende dat de zorgplicht in de praktijk een open norm is, waardoor handhaving complex is en structurele knelpunten onvoldoende worden opgelost; overwegende dat structurele schending van de zorgplicht niet alleen handhaving vereist, maar ook bestuurlijke en parlementaire opvolging; verzoekt de regering een escalatiemechanisme in te richten waarbij de NZa bij structurele schending van de zorgplicht verplicht een bindende maatregel oplegt en de Minister binnen drie maanden concrete beleidsmaatregelen treft en de Kamer hierover informeert.

Toegankelijkheid acute verloskunde waarborgen

De regering moet de toegankelijkheid van de acute verloskunde waarborgen. De beschikbaarheid van spoedeisende bevallingszorg staat onder druk, vooral in de regio. ›› 
26 maart | GL-PvdA | Aangenomen: 150–0 |
Acute zorg
De kamer, constaterende dat de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de acute verloskunde onder druk staan, bij uitstek in de regio; overwegende dat het afzien van budgetbekostiging de problemen in de geboortezorg niet oplost; verzoekt de regering de toegankelijkheid van de acute verloskunde te waarborgen en voor het einde van het jaar, in samenspraak met de beroepsgroepen, oplossingen aan de Kamer voor te leggen.

Behoud acute verloskunde in ziekenhuizen

De regering moet een maatregelenpakket presenteren om het verdwijnen van acute verloskunde in ziekenhuizen te stoppen. Nu moeten vrouwen steeds verder rijden om te bevallen omdat het aantal bevallingslocaties afneemt. ›› 
26 maart | SP | Verworpen: 72–78 |
Acute zorg
De kamer, constaterende dat het aantal ziekenhuislocaties dat volwaardige acute verloskunde biedt tussen 2015 en 2025 is afgenomen van 84 naar 71; overwegende dat de afstand die vrouwen moeten afleggen naar het ziekenhuis op het moment dat zij moeten bevallen hierdoor steeds groter wordt; overwegende dat het kabinet heeft besloten geen budgetbekostiging in te voeren in de acute verloskunde, maar ook niet met andere maatregelen komt die het verdwijnen van acute verloskunde uit ziekenhuizen serieus tegengaan; verzoekt de regering om met een maatregelenpakket te komen om te voorkomen dat acute verloskunde uit nog meer ziekenhuizen verdwijnt.

Pilot budgetbekostiging acute verloskunde

De regering moet de NZa opdracht geven een pilot te starten voor budgetbekostiging van acute verloskunde, gekoppeld aan de SEH. Dit moet de veiligheid van moeder en kind beschermen en sluitingen van afdelingen voorkomen. ›› 
26 maart | PVV | Verworpen: 40–110 |
Acute zorg
De kamer, overwegende dat goede en bereikbare geboortezorg essentieel is voor de veiligheid van moeder en kind; overwegende dat financiële onzekerheid voor ziekenhuisafdelingen kan bijdragen aan sluitingen en vertrek van personeel; overwegende dat acute zorg vraagt om stabiliteit en voorspelbaarheid in de financiering; verzoekt de regering om de NZa een aanwijzing te geven om een pilot te starten voor budgetbekostiging voor de acute verloskunde, gekoppeld aan andere acute zorg zoals SEH, en de Kamer over de uitkomsten ervan te rapporteren.

Actieplan voor bereikbare verloskundige zorg

De regering moet voor 1 januari 2027 een landelijk actieplan opstellen voor bereikbare acute verloskundige zorg. De bereikbaarheid staat onder druk en kan leiden tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's voor vrouwen en (ongeboren) kinderen. ›› 
26 maart | BBB | Verworpen: 61–89 |
Acute zorg
De kamer, constaterende dat de bereikbaarheid van acute verloskundige zorg in meerdere regio’s onder druk staat en dat verdere afname van capaciteit kan leiden tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s voor vrouwen en (ongeboren) kinderen; overwegende dat de regering heeft besloten geen budgetbekostiging voor acute verloskunde in te voeren; overwegende dat in het regeerakkoord wordt uitgegaan van overheidsregie op de spreiding en de bereikbaarheid van zorg en dat deze regie moet gelden voor zowel planbare als acute zorg, met bijzondere aandacht voor dunbevolkte regio’s en ziekenhuizen met minder volume; overwegende dat bestaande regionale samenwerkingsstructuren onvoldoende waarborgen bieden voor toekomstbestendige, tijdige toegang tot acute verloskundige zorg in alle regio’s; verzoekt de regering om, uiterlijk voor 1 januari 2027, in gesprek met onder meer de KNOV, de verloskundigen, gynaecologen, de SEH-artsen en de ambulancezorg, in samenwerking met ziekenhuizen, zorgverzekeraars en regionale netwerken, te komen tot een landelijk actieplan voor bereikbare acute verloskunde, waarin het volgende wordt uitgewerkt: – hoe tijdige toegang tot acute verloskundige zorg kan worden geborgd, onder andere door het gezamenlijk bepalen van medisch verantwoorde uitgangspunten voor bereikbaarheid en aanrijtijden per auto en openbaar vervoer, in relatie tot diagnose en urgentie; – het maken van heldere regionale afspraken over samenwerking, spreiding en achtervang van acute verloskundige voorzieningen; – het vastleggen van transparante criteria en randvoorwaarden voor het openen, behouden of sluiten van acute verloskundige afdelingen; kst-29247-482 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 482 1 – het borgen van passende en structurele financiering die ook in dunbevolkte regio’s en bij laagvolumeziekenhuizen de beschikbaarheid van acute verloskundige zorg velligstelt; verzoekt de regering voorts de Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang, met inzicht in bereikbaarheid, capaciteitsontwikkeling en knelpunten per regio.
26 maart, Tweeminutendebat Fiscaliteit (CD 11/3)

Geen btw-verhoging op bloemen en planten

Het kabinet moet de geplande btw-verhoging op bloemen en planten van 9% naar 21% niet invoeren. Deze verhoging zou bijna 400 miljoen euro omzet en 2.500 banen kosten en de maatschappelijke schade groter zijn dan het verwachte belastinginkomen. ›› 
26 maart | BBB | Verworpen: 52–98 |
Herziening Belastingstelsel
De kamer, constaterende dat de sierteeltsector nu nog een belangrijke bijdrage van 7,2 miljard euro levert aan de Nederlandse economie en export; constaterende dat Wageningen Universiteit in 2023 berekende dat een btw-verhoging van 9% naar 21% kan leiden tot een omzetverlies van 390 miljoen euro en het verdwijnen van 2.500 banen; overwegende dat de btw-verhoging volgens berekeningen bijna de helft minder inkomsten oplevert dan de door het kabinet gepresenteerde 338 miljoen euro en de maatschappelijke schade door faillissementen en WW-uitkeringen groter is dan de baten; overwegende dat de btw-verhoging bloemisten naar de knoppen helpt en dat bloemen betaalbaar moeten blijven voor iedereen; verzoekt het kabinet deze tulpentaks niet in te voeren.

Onderzoek naar grensverkeer en economie

De regering moet de gevolgrenstoerisme voor de economie onderzoeken en daarover regelmatig rapporteren. Steeds meer Nederlanders kopen producten over de grens vanwege prijsverschillen, wat de grensregio's schaadt. ›› 
26 maart | BBB | Verworpen: 60–90 |
Herziening Belastingstelsel
De kamer, constaterende dat Nederlanders steeds meer producten kopen over de grens vanwege de grote prijsverschillen, het zogenoemde grenstoerisme; overwegende dat deze ontwikkeling een steeds grotere variatie van producten omvat, zoals tabak, alcohol, brandstof maar ook eerste levensbehoeften en drogisterijartikelen; overwegende dat door het invoeren van de suikertaks het risico bestaat dat deze trend verergert; overwegende dat dit zeer nadelige effecten heeft voor de economie in met name de grensregio’s; verzoekt het kabinet om nauwkeurig de gevolgen van grenstoerisme voor de economische activiteit integraal te onderzoeken over alle productcategorieën, en daarover periodiek te rapporteren.

Pseudo‑eindheffing: problemen voor werkgevers

De regering moet in gesprek treden met de sector om oplossingen te zoeken voor de problemen van de pseudo‑eindheffing en voor 1 juni aan de Kamer rapporteren. De maatregel leidt tot hoge naheffingen voor werkgevers bij tijdelijk gebruik van fossiele voertuigen en legt extra administratieve lasten op rijscholen. ›› 
26 maart | CDA, VVD | Aangenomen: 124–26 |
Herziening Belastingstelsel
De kamer, constaterende dat de pseudo-eindheffing in de uitvoering enkele onwenselijke effecten heeft voor werkgevers in het algemeen en autoverhuurbedrijven, schadeherstelbedrijven en rijscholen in het bijzonder; overwegende dat de voorgenomen pseudo-eindheffing leidt tot hoge naheffingen voor werkgevers bij incidenteel gebruik van een vervangend fossiel voertuig, feitelijk onhaalbare versnelde elektrificatie afdwingt bij schadeherstel- en verhuurbedrijven en extra administratieve lasten inhoudt voor onder andere rijscholen; verzoekt de regering in gesprek te treden met de sector om te werken aan oplossingsrichtingen voor de onwenselijke effecten van de pseudoeindheffing, en hierover aan de Kamer uiterlijk 1 juni nader te rapporteren.

Administratieve lasten ondernemers verminderen

De regering moet fiscale regelingen met hoge administratieve lasten, zoals de WKR (werkkostenregeling) en de Wbso (wet belastingen op milieugrondslag), inventariseren, knelpunten in kaart brengen en samen met ondernemers concrete vereenvoudigingsvoorstellen uitwerken. Te veel administratiekosten houden ondernemers tegen om te investeren en te groeien. ›› 
26 maart | CDA, VVD | Aangenomen: 105–45 |
Herziening Belastingstelsel
De kamer, constaterende dat ondernemers in Nederland te maken hebben met diverse fiscale regelingen die gepaard gaan met hoge administratieve lasten en complexiteit, waaronder de WKR en de Wbso; overwegende dat deze complexiteit leidt tot onnodige kosten, tijdsverlies en onzekerheid voor ondernemers, en daarmee een rem vormt op ondernemerschap, innovatie en groei; overwegende dat een eenvoudiger en voor ondernemers beter uitvoerbaar fiscaal stelsel bijdraagt aan een beter ondernemingsklimaat met meer ruimte voor innovatie en groei; verzoekt de regering om met prioriteit, vanuit het perspectief van ondernemers, fiscale regelingen met hoge administratieve lasten, waaronder in ieder geval de WKR en de Wbso, te inventariseren, knelpunten in kaart te brengen en in nauwe samenwerking met ondernemers en relevante belangenorganisaties concrete vereenvoudigingsvoorstellen uit te werken; verzoekt de regering de Kamer uiterlijk op Prinsjesdag te informeren over de voortgang.

Belastingen op werk verlagen

De regering moet de belastingen op inkomen en arbeid verlagen door een eerlijkere belastingmix te kiezen. Zo blijft werken lonend en wordt de last niet éénzijdig bij gewone werknemers gelegd. ›› 
26 maart | GL-PvdA | Verworpen: 59–91 |
Herziening Belastingstelsel
De kamer, constaterende dat de komende kabinetsperiode de belastingen op inkomen en arbeid gaan stijgen met 13,7 miljard, op vermogen en winst met 2,7 miljard, op klimaat en milieu met 2,4 miljard en op de categorie overig met 1,6 miljard; van mening dat werken moet lonen en het dus onverstandig is om de rekening zo eenzijdig bij gewone werkende mensen te leggen; verzoekt de regering om bij het komende Belastingplan de belastingen op inkomen en arbeid te verlagen door met een betere belastingmix te komen.

Differentiatie belasting frisdrank op suikergehalte

De regering moet de belasting op frisdrank zonder alcohol snel onderscheidend maken naar suikergehalte en daarbij wetenschappelijk advies volgen. Een dergelijke maatregel kan de volksgezondheid verbeteren en geeft meteen gezondheidswinst, omdat jaren wachten op een brede suikerbelasting wordt voorkomen. ›› 
26 maart | GL-PvdA, D66 |
Herziening Belastingstelsel
De kamer, constaterende dat er breed draagvlak is voor het differentiëren van de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken naar suikergehalte; overwegende dat een dergelijke maatregel een bijdrage kan leveren aan de volksgezondheid; overwegende dat het zonde zou zijn om hiermee te wachten tot een brede suikerbelasting kan worden ingevoerd, omdat dan jaren verloren gaan en met snellere invoering al op korte termijn gezondheidswinst kan worden geboekt; verzoekt de regering de differentiatie van de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken zo spoedig mogelijk in te voeren en bij de vormgeving uit te gaan van wetenschappelijk onderbouwde adviezen.

Youngtimerregeling: geleidelijke overgang gewenst

De regering moet voor de zomer opties bedenken voor een geleidelijke overgang naar de youngtimerregeling en dit in de wetgeving opnemen. Een plotselinge verhoging van de minimumleeftijd van 16 naar 25 jaar in 2027 zou grote problemen opleveren voor kopers en verkopers van youngtimers. ›› 
26 maart | CU, D66 | Aangenomen: 124–26 |
Herziening Belastingstelsel
De kamer, overwegende dat met de aangenomen amendementen (36 812, nr. 102 en 36 813, nr. 9) op het Belastingplan 2026 de youngtimerregeling zodanig kort voor de ingangsdatum is gewijzigd dat daardoor onbedoelde neveneffecten voor verkopers en gebruikers van youngtimers zijn opgetreden, en dat deze effecten nog groter zullen worden als de minimumleeftijd vanaf 2027 in één stap van 16 naar 25 jaar gaat; overwegende dat deze onbedoelde neveneffecten te voorkomen zijn met een andere vormgeving van het transitiepad van de youngtimerregeling, bijvoorbeeld door de regeling te bevriezen op ingangsjaar 2012, gecombineerd met een hoger bijtellingspercentage over de economische waarde; spreekt uit dat moet worden afgezien van de verhoging van de minimumleeftijd voor youngtimers van 16 naar 25 jaar in 2027; verzoekt de regering voor de zomer met opties te komen voor een geleidelijker transitiepad voor de youngtimerregeling en dit vervolgens in de relevante wetgeving te verwerken; verzoekt de regering voorts een voorstel voor een e-timerregeling uit te werken, zodat elektrische leaseauto’s die na vier of vijf jaar vrijkomen uit de lease niet langer massaal naar het buitenland worden geëxporteerd, en hierbij zo nodig een horizonbepaling te hanteren om een toekomstige onverwachte beëindiging van de regeling te voorkomen.