De regering moet maatregelen uit het Sectorakkoord gaswinning versnellen en vastleggen in de nieuwe Mijnbouwwet. Dit is nodig om de vergunningverlening sneller te maken. Onvoorspelbare doorlooptijden remmen nu investeringen en schaden de leveringszekerheid. ››
De regering moet het beleid voor nieuwe vergunningen voor aardgaswinning op land herzien. De huidige daling van de gasproductie in Nederland zorgt voor een te grote afhankelijkheid van het buitenland. Bovendien is binnenlandse gaswinning beter voor het milieu en houdt het werkgelegenheid in Nederland vast. ››
De regering moet onderzoeken of kunstmatige intelligentie (AI) ondernemers persoonlijk kan informeren over Woo-besluiten (besluiten op basis van de Wet open overheid) en zienswijzeprocedures. Deze besluiten raken ondernemers namelijk direct in hun bedrijf. ››
De regering moet met de Raad voor de rechtspraak in overleg gaan over de snelheid van rechtszaken. Het is namelijk niet acceptabel dat de snelheid van een procedure afhangt van de woonplaats van een burger. ››
De regering moet bestuursorganen stimuleren om informatie over belangrijke maatschappelijke onderwerpen actief openbaar te maken. Dit vergroot de transparantie en bespaart kosten voor het behandelen van Woo-verzoeken (verzoeken om informatie via de Wet open overheid). ››
De regering moet de afhandeling van Woo-verzoeken (Wet open overheid) vereenvoudigen en de rol van de Woo-functionaris versterken. Dit zorgt voor een efficiëntere procedure en snellere afhandeling van verzoeken. ››
De regering moet de Kamer informeren over de regels voor het vrijgeven van gegevens over landgebruik van boeren onder de Wet open overheid (Woo). Gewascodes geven namelijk te weinig informatie over de werkelijke uitstoot naar het milieu om als emissiegegevens te dienen. ››
De regering moet een plan maken om lokale deskundigheid te vergroten. Nu worden Europese middelen nog niet goed gebruikt omdat er te weinig mensen zijn om dit uit te voeren. Door meer lokale kennis op te bouwen, worden landen minder afhankelijk van Nederlandse ambtenaren en externe adviseurs. ››
De regering moet Bonaire, Sint-Eustatius en Saba betrekken bij de besluitvorming over de 30 miljoen euro. Dit geld moet volledig worden ingezet voor nieuwe maatregelen om de kosten van levensonderhoud te verlagen. Zo krijgen mensen meer financiële zekerheid en wordt het geld niet alleen gebruikt voor bestaande regelingen. ››
De regering moet de 30 miljoen euro voor Caribisch Nederland gebruiken om vaste lasten te verlagen of meer werk te creëren. Tijdelijke hulp lost de hoge kosten van levensonderhoud en de beperkte economische zelfstandigheid namelijk niet op. ››
De regering moet de aanbevelingen van de commissie-Thodé snel uitvoeren. Er zijn namelijk onredelijke verschillen in bestaanszekerheid tussen Europees en Caribisch Nederland. Het budget van 30 miljoen euro is mogelijk onvoldoende om alle aanbevelingen te realiseren. ››
9 september om 13:41 - Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete (36899)
De regering moet vissers de kans geven om fouten in het visserijlogboek te herstellen zonder directe straf. Een kleine schrijf-fout mag namelijk niet leiden tot een proces-verbaal (een officiële melding van een overtreding) of strafpunten. Er moet een verschil komen tussen een administratieve vergissing en bewuste fraude. ››
De regering moet de opting-inregeling voor sekswerkers herzien en de regels strenger handhaven. De huidige regeling biedt onvoldoende bescherming omdat de regels niet worden nageleefd. Hierdoor hebben sekswerkers niet de veilige werkomgeving en arbeidsrechten die zij verdienen. ››
De regering moet met partners bespreken hoe zij illegaliteit en uitbuiting kunnen voorkomen. De minimumleeftijd voor sekswerk is verhoogd van 18 naar 21 jaar. Hierdoor stappen mensen sneller naar de illegaliteit. In die sector is het risico op geweld en uitbuiting veel groter. ››
De regering moet de minimumleeftijd voor sekswerk verhogen naar 21 jaar. Jongvolwassenen lopen in de sekswerkbranche namelijk een groot risico op uitbuiting, dwang en misstanden. Deze verhoging beschermt hen tegen gevaarlijke situaties. ››
De regering moet onafhankelijk onderzoek laten doen naar de effecten van de verhoging van de minimumleeftijd voor sekswerk van 18 naar 21 jaar. Een hogere leeftijd kan de illegale prostitutie vergroten, waardoor de veiligheid en gezondheid van sekswerkers in gevaar komen. ››
De regering moet de rol van de nationaal coördinator tegen mensenhandel onderbouwen met cijfers en doelen. Nu krijgt slechts 5% tot 6% van de meldingen over mensenhandel opvolging. De regering moet de Kamer daarnaast elke twee jaar informeren over de voortgang. ››
De regering moet vaker actiedagen met online lokprofielen organiseren. Dit schrikt mensen af die in chatrooms op zoek gaan naar seks met minderjarigen. Er moet nog dit jaar een nieuwe actiedag komen en ook volgend jaar moeten deze acties worden voortgezet. ››
De regering moet onderzoeken of klanten van prostitutie een minimumleeftijd van 18 of 21 jaar moeten krijgen. Nu mogen klanten vanaf 16 jaar gebruikmaken van de diensten van sekswerkers, terwijl sekswerkers straks minimaal 21 jaar moeten zijn. Dit verschil zorgt voor ongelijkheid en vergroot het risico op uitbuiting en misstanden. ››
De regering moet een aparte, kindgerichte route vastleggen in het nationale verwijzingsmechanisme voor slachtoffers. De bescherming van minderjarige slachtoffers mag namelijk niet afhangen van de bereidheid om aangifte te doen. Er is meer duidelijkheid nodig over de opvang, de school en de online hulpverlening. ››
8 september | JA21, CDA, CU | Aangenomen: 131–19 |