19 maart, Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (36800-XV) antwoord 1e termijn + rest

Bevestiging best gefinancierde pensioenstelsel

De regering moet bevestigen dat het Nederlandse pensioenstelsel (eerste en tweede pijler samen) het best gefinancierde is in de eurozone. Nederland heeft volgens Eurostat al de beste gedekte pensioenverplichtingen van alle eurolanden. ›› 
19 maart | 50PLUS | Aangenomen: 127–23 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederland volgens Eurostat de best gedekte pensioenverplichtingen heeft van alle lidstaten van de eurozone; constaterende dat de met omslag gefinancierde Nederlandse AOW-uitkering tot wel de helft minder beslag legt op de middelen van de nationale begroting in vergelijking met omslag gefinancierde ouderdomsuitkeringen in andere eurolanden; constaterende dat Nederlandse pensioendeelnemers op afstand de grootste (private) pensioenreserves bezitten van alle lidstaten van de eurozone; overwegende dat zorgen over de AOW idealiter zouden moeten gaan over de onhoudbaarheid van de pensioenstelsels in andere eurolanden, omdat Nederland hiervoor via het beleid van de ECB en via Europese Steunfondsen reeds gedeeltelijk garant staat; verzoekt de regering om, conform de cijfers van Eurostat, te bevestigen dat het Nederlandse pensioenstelsel in de eerste en de tweede pijler tezamen, het best gefinancierde pensioenstelsel van de eurozone is.

Uniformekengetallen voor pensioenkosten

De regering moet samen met de pensioensector uniforme kengetallen voor uitvoeringskosten ontwikkelen. Zo kunnen pensioendeelnemers de kosten van verschillende fondsen vergelijken en een weloverwogen keuze maken. ›› 
19 maart | 50PLUS | Aangenomen: 150–0 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederlandse pensioendeelnemers geen goed inzicht hebben in de uitvoeringskosten van hun pensioenbeheerder in vergelijking met andere pensioenbeheerders; constaterende dat het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) geen vergelijking mogelijk maakt tussen de uitvoeringskosten van pensioenfondsen op basis van verantwoord samengestelde (uniforme) kengetallen; overwegende dat er geen praktische of statistische redenen zijn die een gedegen vergelijking van kostenniveaus met uniforme kengetallen in de pensioensector onmogelijk maken; overwegende dat het ontbreken van goed vergelijkende kengetallen voor de kostenniveaus van pensioenfondsen een gevolg is van de wens om deze informatie liever niet vrij te geven; overwegende dat transparantie en inzicht in het «persoonlijke pensioenvermogen» de belangrijkste doelstelling was van de WTP; overwegende dat kostenkengetallen voor de verschillende kostensoorten van pensioenuitvoerders een geweldig inzicht kunnen verschaffen waarmee de uitvoerders worden gestimuleerd om van elkaar te leren; overwegende dat pensioenuitvoerders uiteraard in staat moeten worden gesteld om hun kostenniveau toe te lichten omdat er ook legitieme redenen kunnen zijn voor afwijkingen; verzoekt de regering om in samenspraak met de pensioensector enkele verantwoord samengestelde (uniforme) kengetallen te ontwikkelen, die kst-36800-XV-86 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XV, nr. 86 1 het mogelijk maken voor de deelnemer om pensioenuitvoerders te beoordelen op de kosten van uitvoering.

WW-duur behouden voor arbeidsongeschikten

De regering moet de WW-duur niet verkorten. Mensen die arbeidsongeschikt zijn verklaard krijgen anders financiële problemen omdat hun uitkering korter wordt. ›› 
19 maart | SP | Verworpen: 68–82 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het kabinet-Jetten van plan is de WW-duur te verkorten van twee jaar naar één jaar; constaterende dat door deze voorgenomen korting van de WW-duur ook de duur van de loongerelateerde uitkering wordt verkort; constaterende dat dit voor financiële problemen kan zorgen bij mensen die arbeidsongeschikt zijn verklaard; verzoekt de regering de WW-duur niet te verkorten.

IVA-uitkering behouden voor arbeidsongeschikten

De regering moet de IVA-uitkering (uitkering voor arbeidsongeschikten) behouden. Mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, zouden anders minder geld krijgen en in geldproblemen kunnen komen. ›› 
19 maart | SP | Verworpen: 60–90 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het kabinet-Jetten van plan is de IVA-uitkering volledig af te schaffen; constaterende dat mensen die in het huidige stelsel volledig en duurzaam zouden worden afgekeurd, hierdoor minder uitgekeerd zullen krijgen; constaterende dat deze mensen geen zicht hebben op herstel en daardoor dus in financiële problemen kunnen komen; verzoekt de regering om de IVA-uitkering niet af te schaffen.

Energietoeslag invoeren tegen dure gasprijzen

De regering moet de energietoeslag opnieuw invoeren, gefinancierd met extra opbrengsten uit belasting op gas. De gasprijzen stijgen hard en mensen betalen daar een hoge prijs voor. ›› 
19 maart | SP | Verworpen: 61–89 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de gasprijzen hard stijgen; constaterende dat mensen hier een hoge prijs door betalen; verzoekt de regering de energietoeslag opnieuw in te voeren, zoals in 2022 en 2023, en dit te dekken met meeropbrengsten uit belasting op gas.

Accijns op brandstof verlagen

De regering moet de accijns op brandstof verlagen, gefinancierd door meer btw-opbrengsten uit brandstof. Brandstofprijzen stijgen hard en mensen betalen daarom een hoge prijs. ›› 
19 maart | SP | Verworpen: 57–93 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de prijzen van brandstof hard stijgen; constaterende dat mensen hier een hoge prijs door betalen; verzoekt de regering de accijnzen op brandstof te verlagen en dit te dekken met meeropbrengsten uit btw op brandstof.

Financiering voor schuldafbetaling waarborgen

De regering moet de uitwerking van het collectief afbetalingsplan en de zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders snel voortzetten en zorgen voor voldoende structurele financiering. Zonder deze middelen kunnen de maatregelen om problematische schulden aan te pakken niet worden uitgevoerd. ›› 
19 maart | CU | Aangenomen: 142–8 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat twee van de belangrijkste aanbevelingen van het IBO Problematische schulden de introductie van het collectief afbetalingsplan en de mogelijkheid voor de-escalerende handelingen door de gerechtsdeurwaarder zijn; overwegende dat een eerste uitwerking van deze maatregelen vorig jaar naar de Kamer is gestuurd (Kamerstuk 24 515, nr. 798), maar dat structurele financiering voor (in ieder geval) de zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders is wegbezuinigd bij de Voorjaarsnota 2025; verzoekt de regering: – de uitwerking van het collectief afbetalingsplan en de zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders met urgentie voort te zetten en er zorg voor te dragen dat het tekort aan structurele financiële middelen geen hinder oplevert voor de implementatie; – en een tijdpad naar de Kamer te sturen voor wanneer behandeling en inwerkingtreding van wet- en regelgeving verwacht wordt.

Premie op wanbetalers afschaffen

De regering moet de Kamer voor het zomerreces informeren wat nodig is om de bestuursrechtelijke premie op wanbetalers af te schaffen. Die premie helpt niet bij mensen die niet willen betalen en veroorzaakt alleen schulden bij mensen die niet kunnen betalen. ›› 
19 maart | CU | Aangenomen: 149–1 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat het AEF-rapport «Werking en effecten van de hogere bestuursrechtelijke premie op verzekerden met een betalingsachterstand» concludeert dat de bestuursrechtelijke premie op de wanbetalersregeling niet het effect heeft zoals beoogd; overwegende dat de huidige premieopslag geen effect heeft op de wanbetalers die niet willen betalen, en ondertussen wel tot ernstige problemen en schulden leidt voor wanbetalers die niet kunnen afbetalen; spreekt uit dat de premieopslag moet verdwijnen; verzoekt de regering de Kamer voor het zomerreces te informeren over wat daarvoor nodig is.

Vrijwillige schuldhulpverlening versterken

De regering moet vrijwilligersorganisaties een structurele en vaste positie geven binnen de overlegstructuren rond problematische schulden. Vrijwillige schuldhulpverlening speelt een cruciale rol in Nederland. ›› 
19 maart | CU, SGP | Aangenomen: 150–0 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat vrijwillige schuldhulpverlening een cruciale rol speelt in Nederland; verzoekt de regering de samenwerking met vrijwilligersorganisaties binnen de schuldhulpverlening te versterken door: – hen een structurele en vaste positie te geven binnen de overlegstructuren rond problematische schulden; – hen tevens een nadrukkelijke rol toe te kennen in de nazorg na afgeronde saneringstrajecten.

Geboorte mag geen financiële straf krijgen

De regering moet bevorderen dat de verlaging van het maximumdagloon geen nadelige gevolgen heeft voor ouders. Een kind krijgen mag geen financiële straf zijn. ›› 
19 maart | CU, SGP | Aangenomen: 105–45 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het maximumdagloon voor alle uitkeringsregelingen met 20% wordt verlaagd; spreekt uit dat de blijde gebeurtenis van de geboorte van een baby financieel niet bestraft mag worden; verzoekt de regering te bevorderen dat de verlaging van het maximumdagloon geen nadelige gevolgen heeft voor ouders.

Behoud christelijke feestdagen in cao's

De regering moet sociale partners oproepen christelijke feestdagen in cao's te behouden en niet te vervangen door islamitische feestdagen, en dit principe ook hanteren bij de cao Rijk. Christelijke feestdagen maken steeds plaats voor islamitische feestdagen, terwijl onze samenleving christelijke wortels heeft. ›› 
19 maart | SGP | Verworpen: 74–76 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat in steeds meer cao’s christelijke feestdagen plaats moeten maken voor islamitische feestdagen; verzoekt de regering sociale partners op te roepen rekening te houden met de christelijke wortels van onze samenleving en daarom christelijke feestdagen in cao’s niet in te wisselen voor islamitische feestdagen; verzoekt de regering dit principe ook als uitgangspunt te hanteren bij onderhandelingen over de cao Rijk.

Kantoren-RI&E voor kleine kantoren

De regering moet een eenvoudige kantoren-RI&E ontwikkelen waarbij kleine kantoorbedrijven (max 25 werknemers) worden uitgezonderd van externe toetsing en deze RI&E dit najaar met de Kamer delen. Omdat de risico's op kantoor relatief beperkt zijn, kunnen deze werkgevers zonder extra controle veilig werken. ›› 
19 maart | SGP, VVD | Aangenomen: 114–36 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat werkgevers met maximaal 25 werknemers die een erkende branche-RI&E gebruiken, zijn uitgezonderd van verplichte externe toetsing, maar dat er geen aparte branche is voor kantoren; overwegende dat de arborisico’s in een kantooromgeving relatief beperkt zijn; verzoekt de regering werk te maken van een eenvoudige kantoren-RI&E waarbij kleinere werkgevers met een kantoorlocatie worden uitgezonderd van externe toetsing en deze RI&E uiterlijk dit najaar met de Kamer te delen; verzoekt de regering daarnaast te verkennen hoe in de toekomst meer bedrijven met lage risico’s kunnen worden uitgezonderd van RI&E-verplichtingen.

Alternatieven voor verlaging uitkeringen onderzoeken

De regering moet alle alternatieven voor de verlaging van het maximumdagloon (het hoogste bedrag dat per dag bij een uitkering mag) van uitkeringen met 20% in kaart brengen. Er zijn zorgen dat deze verlaging nadelige gevolgen heeft voor kwetsbare uitkeringsgerechtigden, zoals ouders die gebruik maken van verlofregelingen. ›› 
19 maart | SGP, JA21 | Aangenomen: 121–29 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat een verlaging van het maximumdagloon van uitkeringen met 20% in het coalitieakkoord is opgenomen; overwegende dat er zorgen bestaan over de effecten hiervan op uitkeringsgerechtigden, zoals bij kwetsbare groepen, bestaande gevallen en ouders die gebruik maken van verlofregelingen; verzoekt de regering alle alternatieven voor deze maatregel in kaart te brengen, waaronder in ieder geval een eerbiedigende werking voor bestaande uitkeringsgerechtigden, en de Kamer over de uitkomsten hiervan te informeren.

Informatie over handhaving schijnzelfstandigheid

De regering moet de Kamer elke drie maanden informeren over hoe de nieuwe handhaving op schijnzelfstandigheid werkt en wat de gevolgen zijn voor de arbeidsmarkt. De effecten van deze aanpak zijn nog onduidelijk. ›› 
19 maart | DENK | Aangenomen: 150–0 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de handhavingsstrategie rond zzp’ers recent is aangepast en de zogenoemde «zachte landing» tot het einde van dit jaar loopt; overwegende dat de effecten van deze handhavingsstrategie in de praktijk nog in ontwikkeling zijn en dat op termijn nieuwe wetgeving wordt voorzien; verzoekt de regering de Kamer periodiek te informeren over de effecten op de arbeidsmarkt en de uitvoering van de handhaving op schijnzelfstandigheid.

Meer duidelijkheid over Zelfstandigenwet

De regering moet voor het zomerreces meer duidelijkheid geven over de vervolgstappen en uitwerking van de nieuwe Zelfstandigenwet. Veel zelfstandigen en opdrachtgevers zitten nu in onzekerheid omdat niet duidelijk is wanneer er sprake is van zelfstandig ondernemerschap of een dienstverband. ›› 
19 maart | DENK, JA21 | Aangenomen: 127–23 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het kabinet een groot deel van het wetsvoorstel Vbar heeft ingetrokken en heeft aangekondigd te werken aan een nieuwe Zelfstandigenwet die duidelijkheid moet bieden over de positie van zelfstandigen; constaterende dat momenteel wel wordt gehandhaafd op schijnzelfstandigheid en dat tegelijkertijd veel zelfstandigen en opdrachtgevers nog steeds in grote onzekerheid zitten over wanneer sprake is van zelfstandig ondernemerschap en wanneer van een dienstverband; overwegende dat het van groot belang is dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over het nieuwe wettelijk kader voor zelfstandig werkenden; verzoekt de regering om voor het zomerreces meer richting te geven aan de vervolgstappen en de verdere uitwerking van de aangekondigde Zelfstandigenwet.

Harmoniseren AOW-leefvormen voor eenvoudig systeem

De regering moet de leefvormen in de AOW harmoniseren en voor Prinsjesdag een voorstel doen. Een eenvoudiger systeem verwijderd financiële belemmeringen voor mensen die samen willen wonen. ›› 
19 maart | CDA, D66 | Aangenomen: 118–32 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de AOW momenteel onderscheid maakt tussen 21 leefvormen en huishoudsituaties met verschillende rechten en verplichtingen; overwegende dat verdere harmonisatie van leefvormen binnen de AOW kan bijdragen aan een eenvoudiger en beter uitlegbaar stelsel, met mogelijk positieve maatschappelijke effecten zoals het wegnemen van financiële belemmeringen om samen te wonen; verzoekt de regering op korte termijn aan de slag te gaan met de harmonisering van het aantal leefvormvarianten in de AOW en hier voor Prinsjesdag een voorstel voor te doen.

Voorbereiding op stijgende energieprijzen

De regering moet scenario's uitwerken voor mogelijke ontwikkelingen in de energieprijzen, per scenario de beschikbare of nodige maatregelen in kaart brengen en de Kamer hierover informeren. Eerdere geopolitieke spanningen hebben de energierekening doen stijgen, waardoor huishoudens financieel in de knel kunnen komen. ›› 
19 maart | CDA, D66, BBB | Aangenomen: 150–0 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de geopolitieke situatie internationaal onzeker is en invloed kan hebben op de energieprijzen en dat eerdere geopolitieke spanningen hebben geleid tot sterke stijgingen van de energierekening, die ertoe kunnen leiden dat huishoudens financieel in de knel komen; overwegende dat het verstandig is om voorbereid te zijn op verschillende scenario’s, zodat huishoudens sneller en effectiever kunnen worden ondersteund wanneer de energielasten opnieuw sterk stijgen; verzoekt de regering scenario’s uit te werken voor mogelijke ontwikkelingen in energieprijzen, per scenario in kaart te brengen welke maatregelen en instrumenten beschikbaar of nodig zijn om huishoudens te ondersteunen, en de Kamer blijvend te informeren zodat tijdig kan worden voorbereid op de ontwikkelingen.

Automatisch uitkeren van inkomensondersteuning

De regering moet onderzoeken wat nodig is voor automatisch uitkeren van ondersteuning, uitbreiden polisadministratie tot inkomensregister ook voor zelfstandigen en harmoniseren begrippen en gegevens. Veel mensen krijgen geen ondersteuning omdat het systeem complex is en ze bang zijn voor terugvorderingen; automatisch toekennen op basis van actuele inkomensgegevens is een bewezen oplossing. ›› 
19 maart | CDA, D66, GL-PvdA | Aangenomen: 124–26 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat veel mensen op dit moment niet de inkomensondersteuning krijgen waar zij recht op hebben door complexiteit van het stelsel, maar ook doordat zij regelingen niet aanvragen uit angst voor terugvorderingen; overwegende dat automatisch toekennen op basis van actuele inkomensgegevens hiervoor een oplossing kan bieden, wat bijvoorbeeld in België succesvol is, en dat deze richting ook in het coalitieakkoord is opgenomen; verzoekt de regering op korte termijn in kaart te brengen wat er precies nodig is voor het werken naar automatisch uitkeren, waaronder het uitbreiden van de polisadministratie tot een volledig inkomensregister, ook voor zelfstandigen, en het harmoniseren van begrippen en betere gegevensuitwisseling, wat daarbij de knelpunten zijn, en wat de stappen hiernaartoe zijn.

Arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim vergelijk

De regering moet in kaart brengen hoe regelingen in omringende landen leiden tot lager ziekteverzuim en minder instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen, de lessen voor Nederland onderzoeken en de Kamer informeren. Verschillen in regelingen beïnvloeden namelijk ziekteverzuim en re-integratie. ›› 
19 maart | JA21 | Aangenomen: 144–6 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederland relatief veel arbeidsongeschikten kent en dat het ziekteverzuim en de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen in de omringende landen lager liggen; overwegende dat verschillen in regelingen van invloed kunnen zijn op ziekteverzuim en re-integratie; verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe en welke regelingen in omringende landen bijdragen aan lager ziekteverzuim en minder instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen, te bezien welke lessen hieruit kunnen worden getrokken voor het Nederlandse stelsel en de Kamer hierover te informeren.

Strengere regels voor maatschappelijke participatie

De regering moet nadere voorwaarden stellen aan de maatschappelijke participatie in de Participatiewet. Zo blijft het principe dat bijstandsgerechtigden een maatschappelijke tegenprestatie leveren, behouden. ›› 
19 maart | JA21 | Verworpen: 73–77 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de tegenprestatie in de Participatiewet is omgevormd tot de zogeheten maatschappelijke participatie; overwegende dat het leveren van een maatschappelijk relevante tegenprestatie een belangrijk uitgangspunt binnen de bijstand dient te zijn; overwegende dat door het omvormen van de tegenprestatie naar de maatschappelijke participatie dit principe onder druk kan komen te staan; verzoekt de regering nadere voorwaarden te stellen aan de maatschappelijke participatie in de Participatiewet, met als insteek deze meer als tegenprestatie richting de maatschappij vorm te geven.