De regering moet de lijst van nutriëntenverontreinigde gebieden (NV-gebieden) bijwerken volgens de huidige Nitraatrichtlijn. Zo krijgen gebieden met te veel fosfaat uit kwelwater en beperkte landbouwbronnen een duidelijke en nauwkeurige aanwijzing. ››
De regering moet extra bewijsmiddelen toestaan voor wintergartens. Nu worden boeren met een dezelfde situatie uitgesloten omdat ze geen speciaal stalcertificaat hebben, wat leidt tot oneerlijke ongelijkheid. ››
De regering moet de conclusies van de ecologische evaluatie van agrarisch natuurbeheer omzetten in beleid en daarvoor voor de zomer terugkoppelen aan de Kamer. Nu wordt slechts 2,5% van de landbouwgrond gebruikt voor zwaar beheer (intensief natuurbeheer), terwijl experts zeggen dat minimaal 41% nodig is om soorten te behouden. ››
De regering moet voor de zomer een pakket delen dat maatregelen bevat voor water, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en zoönosen. De natuuropgaven gaan verder dan alleen stikstof en hebben invloed op leefbaarheid en gezondheid. ››
De regering moet de staat en ontwikkeling van natuurgebieden primair beoordelen op hun feitelijke ecologische kwaliteit en het uitgevoerde natuurbeheer. Want vermindering van stikstofdepositie alleen lost natuurherstel niet op. ››
De regering moet bij het uitwerken van generieke stikstofreductie geen algemene kortingen opleggen op productierechten of dieraantallen, ook niet voor bedrijven die nog niet grondgebonden zijn. Zo voorkomen we grote economische schade voor individuele boeren en behouden we gerichte maatwerk. ››
De regering moet de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties zo vormgeven dat geld vooral gaat naar boeren die veel stikstof uitstoten in kwetsbare Natura 2000-gebieden zoals de Veluwe en de Peel. Zo wordt het publiek geld optimaal gebruikt voor maximale stikstofreductie en natuurherstel. ››
De regering moet wachten met het melden van vrijwillige beëindigingsregelingen aan de Europese Commissie totdat de Tweede Kamer ermee heeft ingestemd. Vroegtijdige melding beperkt de begrotings- en beleidsruimte van het parlement. ››
De regering moet, als het areaal blijvend grasland afneemt, boeren belonen die grasland behouden en geen dwangmaatregelen opleggen om grasland te scheuren of om te zetten, omdat blijvend grasland essentieel is voor bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. ››
De regering moet de maatschappelijke functies van agrarische bedrijven in kaart brengen en bij nieuwe beëindigingsregelingen de gevolgen voor deze functies en de leefbaarheid van het platteland meewegen. Het verdwijnen van boerenbedrijven raakt natuur, zorg, recreatie, educatie en sociale samenhang op het platteland. ››
De regering moet zorgen dat Staatsbosbeheer structureel samenwerkt met boeren en regionale partijen bij het beheer van natuurgebieden. Dit sluit aan bij het coalitieakkoord, waarin staat dat natuurbeleid meer moet samenhangen met landbouw en regionale ontwikkeling. ››
De regering moet ervoor zorgen dat gemeenten die meer sociale huur bouwen dan het landelijke minimum niet worden bestraft of financieel benadeeld. Meer sociale huur kan de wooncrisis helpen oplossen. ››
De regering moet de uitsluitingsgronden schrappen die het recht op urgentie voor dakloze gezinnen beperken. Omdat dakloosheid veel vormen heeft en de ETHOS-definitie een breed erkend kader biedt. ››
De regering moet een plan presenteren aan de Kamer hoe zij de doelstelling van het Nationaal Actieplan Dakloosheid voor 2030 (dakloosheid beëindigen) nog gaat halen. Het kabinet heeft dit doel zelf gesteld; zonder nieuw plan blijft het onzeker of het gehaald wordt. ››
De Minister moet ervoor zorgen dat gemeenten in een woningbouwregio binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet 30% sociale huur en 37% middensegmentwoningen programmeren, wanneer nog geen regionale afspraken zijn gemaakt. Dit voorkomt vertraging en tekort aan betaalbare woningen door verzwakte eisen en lange overleggen. ››
De regering moet geen rijksbijdragen verstrekken aan gemeenten die extra betaalbaarheidseisen stellen boven de landelijke norm. Dit voorkomt dat geld naar projecten gaat die financieel haalbaar is en vertraging veroorzaakt. ››
De regering moet het Besluit volkshuisvesting aanpassen zodat bij nieuwbouw twee derde van de woningen betaalbaar is, waarvan 25% sociale huur. Dit creëert ruimte voor middenhuur en betaalbare koop en lost het tekort aan middensegmentwoningen op. ››
De regering moet het wetsvoorstel versnellen dat de voorrang voor statushouders bij sociale huurwoningen wordt afgeschaft. Dit voorkomt dat statushouders via gemeentelijke regelingen voorrang krijgen terwijl de druk op sociale huur groot is en reguliere woningzoekenden vaak jaren wachten, en zorgt voor gelijke behandeling en meer draagvlak voor asiel- en huisvestingsbeleid. ››
De regering moet een haalbaarheidsonderzoek doen naar samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse gemeenten om de uitvoeringscapaciteit voor woningbouw te verhogen. Veel Nederlandse gemeenten hebben nu te weinig mensen en middelen om woningen snel te bouwen. ››
De regering moet ervoor zorgen dat woongerelateerde gegevens ook op gemeentelijk niveau beschikbaar komen. Zo kunnen gemeenten beter beleid maken voor woningbouw en huisvesting. ››