30 maart, Ontwerp-Nota Ruimte

Nota Ruimte: waarborgen uitvoeringsstrategie

De regering moet laten zien hoe het richtinggevende karakter van de Nota Ruimte geborgd kan worden in de uitvoeringsstrategie. Goede samenwerking met regionale en lokale overheden is nodig om de ambities van de nota te realiseren. ›› 
30 maart | PVV, CU | Aangenomen: 147–3 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat de Nota Ruimte een zelfbindend karakter heeft voor het Rijk, maar dat de nota richtinggevend zal zijn voor medeoverheden; overwegende dat goede samenwerking met regionale en lokale overheden van groot belang is om de ambities zoals vastgesteld in de Nota Ruimte te realiseren, maar dat de uitvoering van de nota ook adequaat geborgd dient te worden; verzoekt de regering om richting de definitieve versie van de Nota Ruimte in beeld te brengen hoe het richtinggevende karakter van de Nota Ruimte voldoende geborgd kan worden in bijvoorbeeld de uitvoeringsstrategie, teneinde de ambities en doelen vanuit de definitieve nota te realiseren.

Strategie voor leefbaarheid in New Towns

De regering moet een strategie maken voor leefbaarheid, sociale ontwikkeling en energiearmoede in de New Towns. Nu wordt dit nog niet meegenomen in de woningbouwplannen voor deze gebieden. ›› 
30 maart | PVV, CU, JA21 | Aangenomen: 150–0 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat er grote behoefte en potentie is in de zogeheten New Towns voor de realisatie van meer woningen met nieuwbouw, optoppen en splitsen; overwegende dat het van belang is dat leefbaarheid, sociale ontwikkeling maar ook zaken als energiearmoede in de bestaande wijken worden meegenomen in relatie tot woningbouw in genoemde locaties, maar dat dit nog niet in de ontwerpNota Ruimte is opgenomen; verzoekt de regering niet alleen te komen met een verstedelijkingsstrategie voor grote steden, maar ook met een strategie ten bate van de leefbaarheid, sociale ontwikkeling en energiearmoede in de New Towns.

Woningbouw niet beperken door regio‑categorie

De regering moet geen belemmeringen opwerpen voor woningbouwplannen op basis van de categorie waarin een regio valt, maar regio’s ondersteunen bij gewenste woningbouw. Want zo’n belemmering maakt de wooncrisis erger. ›› 
30 maart | PVV | Aangenomen: 144–6 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat in de ontwerpNota Ruimte regio’s zijn ingedeeld in categorieën op basis van de VISTA-strategie; overwegende dat het niet bevorderlijk is voor het tegengaan van de wooncrisis als er belemmeringen ontstaan voor regio’s inzake woningbouwambities op basis van de categorie waarin een regio is geplaatst; verzoekt de regering om met name voor de woningbouwambities geen belemmeringen op te werpen gebaseerd op in welke categorie een regio is geplaatst, maar om regio’s juist te ondersteunen in gewenste woningbouwontwikkelingen teneinde het woningtekort op te lossen.

Verdere uitwerking VISTA-strategie voor regio's

De regering moet de categorieën in de VISTA-strategie verder uitwerken en verdiepen. Nu passen de ambities van veel regio’s niet bij hun toegewezen categorie, waardoor hun potentie onbenut blijft. ›› 
30 maart | PVV | Aangenomen: 150–0 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat er in de ontwerpNota Ruimte wordt gewerkt met een strategie waarbij regio’s worden ingedeeld in een vijftal categorieën, welke gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van regio’s; overwegende dat er verschillen zitten tussen de ambitieniveaus van regio’s en de toegekende categorie binnen de VISTA-strategie, en dat er geen bandbreedte is opgenomen waardoor de eigen kenmerken, opgaven, ambities en ontwikkelmogelijkheden mogelijkerwijze niet tot hun recht komen; verzoekt de regering om de verschillende categorieën binnen de VISTAstrategie verder uit te werken en te verdiepen, teneinde de ambities en potentie van de verschillende regio’s zo veel als mogelijk te faciliteren en te benutten.

Uitbreiden wijkje erbij naar 200 woningen

De regering moet de mogelijkheden voor «een wijkje erbij» in de Nota Ruimte uitbreiden naar 200 woningen. Omdat de huidige grens van 100 woningen in sommige gemeenten te klein is en er kansen blijven liggen. ›› 
30 maart | SGP, CU | Aangenomen: 98–52 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat in de ontwerpNota Ruimte meer ruimte wordt geboden aan het bouwen van «een wijkje erbij», aansluitend op bestaande kernen, gemaximeerd op 100 woningen; overwegende dat dit in sommige gemeenten en dorpen te beperkt is, waardoor er kansen blijven liggen; verzoekt de regering in de definitieve Nota Ruimte de mogelijkheden voor «een wijkje erbij» uit te breiden naar 200 woningen.

Agri-PV obstakels wegnemen

De regering moet met provincies en andere betrokkenen in gesprek gaan om obstakels voor agri-PV weg te nemen en duidelijke regels te maken. Veel agrariërs en gemeenten weten nu niet hoe ze zon op landbouwgrond kunnen combineren, waardoor projecten niet starten. ›› 
30 maart | SGP, BBB, CU | Aangenomen: 128–22 |
Nota Ruimte
De kamer, overwegende dat dubbel ruimtegebruik essentieel is om de ambities uit de ontwerpNota Ruimte te verwezenlijken, maar dat hiervoor soms nog obstakels bestaan; overwegende dat bijvoorbeeld agrarische activiteiten kunnen samengaan met de opwek van energie (agri-PV), maar dat voor gemeenten, agrariërs en andere betrokkenen nog veel onduidelijk is, waardoor dit soort projecten lastig van de grond komen; van mening dat agri-PV de voorkeur heeft boven enkelvoudige zonneparken op landbouwgronden; verzoekt de regering in gesprek te gaan met betrokkenen, zoals provincies, om te bezien waar ingezet kan worden op dubbel ruimtegebruik, en specifiek voor de toepassing van agri-PV obstakels weg te nemen en passende randvoorwaarden te scheppen.
26 maart, Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim) (36663)

Geld voor verzuimleerlingen beter besteden

De regering moet borgen dat het geld voor leerlingen met veel verzuim ook daadwerkelijk wordt besteed aan het helpen van deze leerlingen. Scholen krijgen dit geld maar het is niet zeker dat het wordt gebruikt om die leerlingen te helpen. ›› 
26 maart | SP | Verworpen: 58–92 |
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer, constaterende dat het Besluit terugdringen schoolverzuim de bepaling bekostiging bij verzuim in het voortgezet onderwijs schrapt; constaterende dat scholen hierdoor ook bekostiging zullen ontvangen voor leerlingen die veel afwezig zijn aan het begin van het schooljaar; overwegende dat hiermee nog niet geborgd is dat dit geld ingezet wordt om deze groep leerlingen te helpen, maar dat dit wel wenselijk is; verzoekt de regering te borgen dat dit geld ook daadwerkelijk besteed wordt aan deze groep leerlingen.

Leerplichtambtenaren ondersteunen bij thuiszitten

De regering moet onderzoeken hoe leerplichtambtenaren beter kunnen worden ondersteund en getraind in een preventieve rol, zodat zij thuiszittende kinderen eerder kunnen helpen. Er zitten nu ongeveer 70.000 kinderen thuis zonder passend onderwijs, terwijl elk kind recht heeft op onderwijs. ›› 
26 maart | D66, CU, GL-PvdA | Aangenomen: 131–19 |
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer, constaterende dat er in Nederland naar schatting circa 70.000 kinderen thuiszitten zonder passend onderwijs; overwegende dat, zoals vastgelegd in het VN-Kinderrechtenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, ieder kind recht heeft op onderwijs; overwegende dat thuiszitten vaak het gevolg is van tekortkomingen in het onderwijs- en zorgsysteem en niet aan het kind of de ouder zelf te wijten is; overwegende dat de huidige rol van de leerplichtambtenaar voornamelijk gericht is op handhaving; overwegende dat leerplichtambtenaren zelf aangeven dat zij graag niet alleen een handhavende maar ook een meer preventieve taak zouden willen vervullen; overwegende dat als leerplichtambtenaren een meer preventieve taak krijgen, zij hier ook in ondersteund en opgeleid moeten worden; verzoekt de regering te onderzoeken hoe leerplichtambtenaren het best actief kunnen worden ondersteund en begeleid bij hun preventieve taak, zodat zij thuiszitters eerder en beter kunnen helpen, en te zorgen voor een eenduidige aanpak in alle gemeenten.

Review samenwerkingsverbanden passend onderwijs

De regering moet de rol en functie van samenwerkingsverbanden onderzoeken en de Kamer informeren over concrete plannen voor de OCW‑begroting 2027. Doelen van passend onderwijs zijn uit zicht, er zijn grote regionale verschillen en veel geld blijft ongebruikt. ›› 
26 maart | GL-PvdA, CU | Aangenomen: 132–18 |
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer, constaterende dat bij invoering van de Wet passend onderwijs 151 samenwerkingsverbanden zijn opgericht die de wettelijke taak kregen om te zorgen dat alle leerlingen een passende onderwijsplek hebben met ondersteuning waar nodig; constaterende dat ruim tien jaar na invoering van passend onderwijs de doelen verder uit zicht raken, met grote verschillen per regio en per samenwerkingsverband; constaterende dat sommige samenwerkingsverbanden een onverminderd hoge financiële reserve hebben, ondanks pogingen vanuit Kamer en kabinet om dit geld te herverdelen en te besteden aan de ondersteuning van leerlingen; verzoekt de regering om in de route naar inclusief onderwijs specifiek de rol en functie van samenwerkingsverbanden tegen het licht te houden en daarbij specifiek de beleidsadviezen uit het rapport Over de lijnen mee te nemen, en de Kamer voor de OCW-begroting voor 2027 te informeren over de concrete plannen.

Thuiszitterspact en passend onderwijs

De regering moet de lessen uit het Thuiszitterspact en de onderzoeken omzetten in beleidsopties en wetsvoorstellen, samen met een uitvoeringsagenda naar de Kamer sturen. Want het aantal kinderen dat thuiszit zonder passend onderwijs is gestegen naar 70.000. ›› 
26 maart | GL-PvdA, CU | Aangenomen: 111–39 |
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer, constaterende dat het doel van de Wet passend onderwijs uit 2015 is dat ieder kind onderwijs op maat krijgt; constaterende dat in 2016 in het Thuiszitterspact is afgesproken dat in 2020 geen enkel kind thuiszit zonder passend onderwijs; constaterende dat op verzoek van de Kamer in 2018 de knelpunten tussen zorg en onderwijs, wetgeving en financiering in kaart zijn gebracht door OCW en VWS; constaterende dat vanaf 2019 is besloten tot de versnellingsagenda Thuiszitterspact, diverse pilots met onderwijs-zorgarrangementen zijn opgestart, verschillende financieringswijzen zijn onderzocht evenals knelpunten in het stelsel en mogelijke oplossingen; constaterende dat ondanks al deze inspanningen het aantal leerlingen dat thuiszit zonder (passend) onderwijs al jaren stijgt en wordt geschat op 70.000; constaterende dat veel projecten tijdelijk waren, problemen in wetgeving en verschillende financieringsstromen tussen zorg en onderwijs nog steeds niet zijn opgelost; verzoekt de regering om de geleerde lessen uit de stapels met onderzoeken en rapporten te vertalen in beleidsopties en te verankeren in wetsvoorstellen en samen met een uitvoeringsagenda naar de Kamer te sturen.

Kinderen zonder onderwijs zichtbaar maken

De regering moet elk jaar bijhouden hoeveel kinderen weinig of geen onderwijs krijgen, met input van experts en organisaties, en steeds onderzoeken hoe deze groep beter zichtbaar gemaakt kan worden. Zo kan het verzuimbeleid volledig en effectief zijn. ›› 
26 maart | CU | Verworpen: 59–91 |
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer, constaterende dat het kabinet met de Wet terugdringen schoolverzuim het verzuimbeleid van scholen wil versterken, maar dat er desondanks kinderen en jongeren die niet of niet volwaardig onderwijs krijgen buiten beeld blijven, bijvoorbeeld als ze ingeschreven zijn bij een residentiële instelling, tijdelijk onderwijs krijgen via een zorglocatie of minder onderwijs krijgen via de Beleidsregel afwijken onderwijstijd; verzoekt de regering om jaarlijks in beeld te brengen hoeveel kinderen en jongeren naar schatting geen of geen volwaardig onderwijs krijgen, hierbij nadrukkelijk indicaties van experts en vertegenwoordigende organisaties mee te nemen en doorlopend te verkennen hoe deze beter in beeld gebracht kunnen worden.

Actiebij ziekteverzuim waarborgen via onderwijsplan

De regering moet onderzoeken hoe een onderwijsperspectiefplan (opp) verplicht kan worden gesteld bij ziekteverzuim, zodat er snel actie wordt ondernomen en kinderen niet achterop raken. Vroegtijdige hulp bij ziekteverzuim werkt om verzuim te verminderen. ›› 
26 maart | CU | Verworpen: 40–110 |
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
De kamer, constaterende dat bij ongeoorloofd verzuim wettelijk is geborgd dat actie door de school wordt ondernomen, maar dat dit bij geoorloofd verzuim door ziekte niet het geval is; overwegende dat vroegtijdige inzet bij ziekteverzuim, bijvoorbeeld via de MAZL-methodiek, effectief kan bijdragen aan het verminderen ervan; verzoekt de regering om te verkennen op welke wijze beter kan worden geborgd dat er effectief actie wordt ondernomen bij geoorloofd verzuim door ziekte, bijvoorbeeld door het verplicht stellen van een onderwijsperspectiefplan (opp) bij al het verzuim, zodat kinderen zo goed mogelijk onderwijs kunnen volgen.
26 maart, Tweeminutendebat Staat van de infrastructuur (CD 19/3)

Vermijd dure levensduurverlenging bij kunstwerken

De regering moet in het afwegingskader opnemen dat dure reparaties en levensduurverlengende maatregelen bij kunstwerken die bijna aan het einde van hun leven zijn, zo veel mogelijk worden vermeden. Dit voorkomt hogere kosten op de lange termijn. ›› 
26 maart | JA21 | Aangenomen: 145–5 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederland voor een onderhouds- en vervangingsopgave met een tekort van 80 miljard euro staat; constaterende dat hier niet voldoende middelen voor zijn gereserveerd; constaterende dat de regering hierdoor ook binnen de instandhoudingsopgave moet prioriteren; overwegende dat het verlengen van de levensduur in plaats van het tijdig vernieuwen van het kunstwerk uiteindelijk tot meer kosten kan leiden; verzoekt de regering bij het afwegingskader mee te nemen dat dure correctieve en levensduurverlengende maatregelen zo veel mogelijk worden voorkomen bij kunstwerken die het einde van hun levensduur naderen.

Bereikbaarheid wegen meewegen bij onderhoud

De regering moet bij het plannen van onderhoud wegen welke invloed kunstwerken op wegen hebben op de bereikbaarheid. Als deze kunstwerken uitvallen, blijven regio’s en belangrijke verkeersroutes slecht bereikbaar. ›› 
26 maart | JA21 | Aangenomen: 146–4 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederland voor een instandhoudingsopgave met een tekort van 80 miljard euro staat; constaterende dat hier niet voldoende middelen voor zijn gereserveerd; constaterende dat de regering hierdoor ook binnen de instandhoudingsopgave moet prioriteren; overwegende dat er assets zoals kunstwerken zijn die deel zijn van verkeersaders die als flessenhals werken; overwegende dat bij uitval van deze assets de bereikbaarheid van een regio of een belangrijke economische verkeersader ernstig in het geding is; verzoekt de regering de impact op de bereikbaarheid mee te wegen bij de prioritering van de instandhoudingsopgave.

Beter plan voor tijdelijke Gerrit Krolbrug

De regering moet het alternatieve plan voor de tijdelijke Gerrit Krolbrug in Groningen gebruiken. Dit plan is met 6 miljoen euro bijna de helft goedkoper dan het huidige voorstel en zorgt voor een betere bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers. Een goede verbinding is essentieel voor de leefbaarheid en economie in de regio. ›› 
26 maart | BBB | Verworpen: 67–83 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat tijdens de vervanging van de Gerrit Krolbrug in Groningen voor de tijdelijke overbrugging voor fiets- en voetgangersverkeer minimaal drie jaar nodig zal zijn; constaterende dat er een alternatief plan ligt voor een gescheiden tijdelijke fiets- en voetgangersverbinding waarmee belemmeringen worden voorkomen en de kosten uitkomen op circa 6 miljoen in plaats van 11 miljoen; overwegende dat infrastructuur niet alleen op kosten, maar ook op bereikbaarheid, leefbaarheid en economische gevolgen moet worden beoordeeld; verzoekt de regering om de besluitvorming over de tijdelijke fiets- en voetgangersbrug bij de Gerrit Krolbrug te baseren op deze geactualiseerde gegevens en het alternatieve plan met gescheiden verbinding als uitgangspunt te nemen; verzoekt de regering om de Kamer vóór het eerstvolgende commissiedebat over dit dossier te informeren over de uitkomst van deze herbeoordeling en de financiële en maatschappelijke afweging daarbij.

Bredewelvaart bij infraprojecten meewegen

De regering moet het bredewelvaartskader meewegen bij het kiezen van infrastructurele projecten. Zo zorgen investeringen niet alleen voor economische groei, maar ook voor een betere leefomgeving, gezondheid en regionale ontwikkeling. ›› 
26 maart | CDA, GL-PvdA | Aangenomen: 98–52 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de rapporten van Wennink en Draghi benadrukken dat duurzame economische groei en maatschappelijk verdienvermogen onlosmakelijk samenhangen; overwegende dat het bredewelvaartskader deze samenhang expliciet maakt, doordat investeringen bijdragen aan zowel economische kracht als leefbaarheid, gezondheid en regionale ontwikkeling; verzoekt de regering om in het afwegingskader voor de prioritering van infrastructurele projecten het bredewelvaartskader mee te wegen.

Infraprojecten koppelen aan woningbouw en defensie

De regering moet bij het prioriteren van infrastructurele projecten de meekoppelende belangen van woningbouw, regionale economie, weerbaarheid en defensie meewegen. Er ligt een grote onderhoudsopgave bij Rijkswaterstaat en ProRail en Europa zet stappen op de TEN-T-corridors. ›› 
26 maart | CDA, D66, SGP, CU | Aangenomen: 143–7 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat er een grote instandhoudingsopgave is voor zowel Rijkswaterstaat als ProRail; constaterende dat het daarom van belang is om prioriteiten te stellen; overwegende dat het van belang is om binnen de prioriteitsopgave werk met werk te maken, zodat je middelen en doelen efficiënt kunt samenbrengen; overwegende dat Europa stappen wil zetten op het gebied van de TEN-T-corridors; verzoekt de regering om in het afwegingskader voor de prioritering van infrastructurele projecten de meekoppelende belangen op het gebied van woningbouw, regionale economie, weerbaarheid en defensie (dual-use) mee te wegen.

Uitvoerbaarheid bij infrastructuurprojecten

De regering moet bij het afwegingskader uitvoerbaarheid meenemen, met aandacht voor financiën en milieuruimte. Zo kunnen meer infrastructuurprojecten daadwerkelijk worden uitgevoerd. ›› 
26 maart | D66 | Aangenomen: 116–34 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat de uitvoerbaarheid van groot belang is in de prioritering van verschillende infrastructuurprojecten; overwegende dat we deze kabinetsperiode zo veel mogelijk infrastructuurprojecten willen realiseren in Nederland; verzoekt de regering om bij het afwegingskader het aspect van uitvoerbaarheid te betrekken, waarbij er in ieder geval wordt gekeken naar financiën en milieuruimte; verzoekt de regering om voor het uitvoeren van projecten voldoende uitvoeringscapaciteit te organiseren.

Rijkswaterstaat moet onderhoudsCapaciteit behouden

De regering moet ervoor zorgen dat de uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat aansluit bij de noodzakelijke productiegroei voor instandhouding. Zonder voldoende capaciteit kan het onderhoud van wegen en waterwerken niet goed gebeuren. ›› 
26 maart | SGP, CU | Aangenomen: 149–1 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, van mening dat eventuele apparaatstaakstellingen niet ten koste mogen gaan van de noodzakelijke uitvoeringscapaciteit bij Rijkswaterstaat voor onder meer voortvarende uitvoering van de instandhoudingsopgave; verzoekt de regering in kaart te brengen wat de huidige en eventuele nieuwe apparaatstaakstelling voortvloeiende uit het coalitieakkoord betekent voor de uitvoeringscapaciteit en maakbaarheid bij Rijkswaterstaat, en de Kamer hierover binnen twee maanden te informeren; verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat aansluit bij de noodzakelijke productiegroei voor instandhouding.

Geen belasting op stijging woningwaarde

De regering moet duidelijk afstand nemen van plannen om de waardestijging van woningen te belasten. Extra belastingen op huizen zouden huishoudens harder treffen en hun ruimte om te besteden verminderen. ›› 
26 maart | PVV | Verworpen: 51–99 |
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat het kabinet van plan is om huiseigenaren mee te laten betalen aan infrastructuurprojecten door de waardestijging van hun woning af te romen, al dan niet indirect middels een verhoging van de ozb bij gemeenten; van mening dat we in plaats van zwaardere belastingen voor huishoudens juist zouden moeten pleiten voor belastingverlagingen, zodat mensen weer wat lucht krijgen en wat ruimte in hun portemonnee; verzoekt de regering om ondubbelzinnig afstand te nemen van plannen, fiscale maatregelen of andere trucjes die een beslag leggen op (on)gerealiseerde waardestijgingen van de woningen van mensen.