De regering moet geen eigen bijdrage invoeren voor wijkverpleging. Een eigen bijdrage zorgt ervoor dat mensen zorg gaan mijden. Dit is ongewenst, omdat wijkverpleging juist bedoeld is om problemen in een vroeg stadium te voorkomen. ››
Het kabinet moet onafhankelijke onderzoekers toegang geven tot de gegevens van de VGO-onderzoeken. Deze onderzoeken gaan over de geitenhouderij en de gezondheid van omwonenden. Zo kunnen wetenschappers de resultaten controleren en verbeteren. Dit zorgt voor betrouwbaar onderzoek en meer vertrouwen van burgers in het beleid. ››
De regering moet samen met de geitensector onderzoeken of de aanpak uit de pluimveehouderij ook werkt voor geitenboeren. In de pluimveesector is fijnstof (kleine stofdeeltjes in de lucht) al verminderd. Dit gebeurde met gerichte maatregelen, zonder extra regels over de afstand tussen boerderijen en woningen. ››
De regering moet vastleggen dat afstandsnormen rond geitenhouderijen stoppen zodra effectieve maatregelen tegen emissies (schadelijke stoffen) zijn ingevoerd. Deze regels zijn tijdelijk en mogen niet zomaar permanent worden. Het succes mag niet alleen afhangen van minder longontsteking, maar moet vooral gaan over het uitvoeren van de juiste maatregelen. ››
De regering moet wachten op besluiten uit Brussel en een overgangsperiode regelen voor geconditioneerd transport (gekoeld vervoer). Er is nu niet genoeg gekoeld vervoer beschikbaar om de hele pluimveesector te bedienen. Zonder deze extra tijd daalt de slachtcapaciteit met de helft. ››
De regering moet de Raad voor Dierenaangelegenheden vragen om de verschillen in dierenwelzijn tussen Nederland en andere EU-landen te onderzoeken. Dit moet gebeuren in het licht van de European Livestock Strategy (een nieuw Europees plan voor de veehouderij). Verschillen in regels zorgen namelijk voor een oneerlijke concurrentie voor Nederlandse boeren. ››
De regering moet afspraken maken met de NVWA (de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) over hoe ze de komende jaren werken. Er moeten duidelijke doelen komen om efficiënter te werken en kosten te besparen. Dit is nodig omdat de kosten van de NVWA flink zijn gestegen. Zo wordt bijvoorbeeld beter gecontroleerd op het aantal reisuren en de kosten van de diensten. ››
De regering moet NVWA-dierenartsen bij risicovolle controles laten begeleiden door gewapende opsporingsambtenaren met politiemacht. De inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) lopen namelijk risico tijdens hun werk. ››
De regering moet een verbod instellen op het ritueel of religieus martelen van dieren. Dit voorkomt dat dieren lijden tijdens religieuze handelingen. ››
De regering moet dierenleed tijdens het transport naar de slacht uitfaseren. Dit kan door mobiele dodingsstations en karkasvervoer (het vervoeren van het vlees na de slacht) te gebruiken. Zo ervaren dieren minder pijn tijdens het transport. ››
De regering moet een nationaal verbod op verzamelplaatsen voorbereiden en zich inzetten voor een internationaal verbod. Dit mag volgens de Europese regels. Op deze verzamelplaatsen worden dieren mishandeld, zoals geslagen of geschopt. Ook komen dieren er vaak gewond, ziek of extreem mager aan. ››
De regering moet de onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij laten adviseren voordat nieuwe regels uit de AMvB Dierwaardige Veehouderij (een algemene regel van de regering) ingaan. Dit is nodig om te controleren of boeren genoeg verdienen en kunnen lenen. Boeren moeten namelijk hun investeringen kunnen terugverdienen om aan de nieuwe regels voor dierwelzijn te voldoen. ››
De regering moet snel zorgen voor voldoende keuringen door de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Er is nu een tekort aan personeel bij deze instantie. Dit leidt tot vertraging en stilstand bij slachterijen, wat een risico vormt voor het welzijn van dieren. ››
De regering moet de inzetbaarheid en flexibiliteit van Ondersteunend Medewerker Toezicht (OMT) vergroten. Er is nu te weinig personeel bij de NVWA (de instantie die de voedselveiligheid controleert). Dit brengt de voedselketen, het dierenwelzijn en de veiligheid tijdens het slachten in gevaar. ››
De regering moet onderzoeken of er strengere regels moeten komen voor veeverzamelplaatsen. Er ontbreken nu duidelijke eisen voor dierenwelzijn. Dit zorgt voor steeds weer misstanden bij de handel in kalveren. De regels van de NVWA (de inspectiedienst) en het systeem Vitaal Kalf zijn niet duidelijk genoeg om dit te voorkomen. ››
De regering moet een wettelijke basis maken voor verplicht cameratoezicht op veeverzamelplaatsen. Er is op deze plekken vaak ernstig dierenleed en de sector houdt zich niet aan de wet. Het huidige toezicht door de NVWA (de organisatie die de voedselveiligheid controleert) is niet goed genoeg om dit te voorkomen. ››
De regering moet met andere EU-landen proberen om landen buiten de EU aan te sluiten bij het Safety Gate-systeem. Dit is een waarschuwingssysteem voor gevaarlijke producten. Zo worden producten met asbest sneller ontdekt en worden mensen beter beschermd. ››
De regering moet samen met andere landen de Europese wetgeving aanpassen. Nu bepalen bedrijven zelf of hun producten veilig zijn. Hierdoor blijven producten met asbest in de winkels te koop. Fabrikanten van bijvoorbeeld zand, natuursteen of talk moeten daarom met testen van erkende laboratoria bewijzen dat hun producten echt asbestvrij zijn. ››
De regering moet de wet aanpassen zodat de NVWA (de toezichthouder) direct kan ingrijpen bij asbest in speelgoed. Nu kan de NVWA nog niet handhaven op basis van onderzoek door externe laboratoria. Hierdoor moeten consumenten te lang wachten op veilig speelgoed. ››