De regering moet een landelijk register maken voor alle zorgverleners. De minister heeft nu geen overzicht van alle zorgbedrijven (bv's). De inspectie kan daardoor de kwaliteit van de zorg niet goed controleren. Dit vergroot de kans op zorgfraude. ››
De regering moet garanderen dat de eisen voor buitenlandse zorgprofessionals hoog blijven. Er is een groot tekort aan personeel in de zorg. Het sneller toelaten van deze zorgverleners mag daarom nooit leiden tot lagere eisen voor taalvaardigheid, vakbekwaamheid of de veiligheid van patiënten. ››
De regering moet onderzoeken of no-showboetes (een boete voor het niet opdagen) en landelijk beleid het aantal gemiste ziekenhuisafspraken kunnen verminderen. Jaarlijks komen 800.000 mensen niet opdagen bij hun afspraak. Dit is een probleem omdat de zorg al onder grote druk staat en deze afspraken schaars zijn. ››
De regering moet voor eind 2026 een methode en nulmeting vaststellen om de administratie in de zorg en het welzijn te meten. Dit is nodig om de administratie terug te brengen naar maximaal 20%. Zonder een duidelijke meting en een startpunt is dit doel niet haalbaar. ››
De regering moet onderzoeken hoe zorginstellingen medewerkers met vrouwspecifieke klachten, zoals endometriose of overgangsklachten, beter kunnen ondersteunen. Deze klachten zorgen voor veel ziekteverzuim en maken het werk lastig. Door goede hulpplannen breed te verspreiden in de zorg, blijft er meer personeel behouden en wordt uitval verminderd. ››
De regering moet voor het einde van het jaar maatregelen nemen om regionale samenwerking in de kraamzorg de norm te maken. Veel gezinnen krijgen nu te weinig of geen kraamzorg. Dit komt door een tekort aan personeel en te veel kleine zorgaanbieders. Deze versplintering zorgt voor te veel wachtdiensten. Samenwerking zorgt ervoor dat de kraamverzorgers effectiever kunnen werken. ››
De regering moet een voorstel doen voor een wervingscampagne voor de zorg. Het personeelstekort in de zorg bedreigt de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg. ››
24 juni om 21:20 - Tweeminutendebat Maatschappelijk domein (inclusief Huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties) (CD 28/5)
De regering moet zorgen dat kinderen in de vrouwenopvang snel de juiste psychische hulp krijgen. Veel van deze kinderen hebben geweld of mishandeling gezien. Nu krijgen zij vaak geen hulp door ingewikkelde regels in de Jeugdwet (de wet voor jeugdzorg). Het belang van het kind moet altijd voorop staan. ››
De regering moet de resultaten van de proef uit Twente en Hart van Brabant delen met gemeenten en hen hierbij helpen. Dit is nodig om zorgfraude te bestrijden. Een goede controle van zorgaanbieders via de Wet BIBOB (een wet die de betrouwbaarheid van organisaties controleert) helpt hierbij. ››
De regering moet een minimum aan ondersteuning voor mantelzorgers vaststellen en een handleiding maken voor gemeenten. Het aantal mantelzorgers (mensen die onbetaald voor naasten zorgen) groeit. De hulp die zij krijgen verschilt nu echter te veel per gemeente. ››
De regering moet samen met gemeenten snel zorgen voor huisvesting voor dakloze moeders en hun kinderen. Tientallen gezinnen leven nu op straat. Hierdoor riskeren kinderen dat ze door Veilig Thuis (een instantie die ingrijpt bij onveilige situaties) uit huis worden geplaatst of onder toezicht komen te staan. ››
De regering moet maatregelen tegen mannenmishandeling opnemen in het actieplan van de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld. Jaarlijks worden 80.000 mannen mishandeld. Dit is vaak onzichtbaar door schaamte en maatschappelijke normen. ››
De regering moet zorgen voor meer fysieke en onaangekondigde controles bij Veilig Thuis (de instantie die hulp biedt bij huiselijk geweld). Het huidige toezicht is niet betrouwbaar, omdat het te veel vertrouwt op informatie die de locaties zelf doorgeven. Er zijn nu te weinig echte bezoeken op locatie uitgevoerd. Meer controles zorgen voor concrete verbeteringen in het hele systeem. ››
De regering moet de nationaal coördinator tegen geweld tegen vrouwen laten onderzoeken hoe de aanpak van huiselijk geweld beter landelijk geregeld kan worden. Gemeenten hebben namelijk duidelijkere landelijke regels nodig om hun werk goed te kunnen doen. Op basis van dit onderzoek moet de regering wetten aanpassen om de landelijke regie te versterken. ››
De regering moet het elektronisch slachtofferdevice in het voorjaar van 2027 landelijk invoeren. Dit apparaat houdt daders van huiselijk geweld, stalking en intieme terreur op afstand van slachtoffers. Ook moet de regering onderzoeken hoe het device vaker preventief ingezet kan worden om geweld te voorkomen. ››
De regering moet via de ministeries van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en JenV (Justitie en Veiligheid) een nieuwe juridische regeling maken. Hiermee kan de overheid sneller ingrijpen bij huiselijk geweld. Dit voorkomt dat geweld erger wordt en zorgt voor een betere bescherming van vrouwen en kinderen. ››
De regering moet een stappenplan maken om goede hulp voor alle slachtoffers van seksueel geweld te garanderen. Het Verdrag van Istanbul verplicht dat slachtoffers zonder drempels hulp krijgen. Nu is de hulp in Nederland echter ongelijk verdeeld. Er moet meer worden geïnvesteerd in tolken, cultuursensitieve zorg (zorg die rekening houdt met cultuur) en duidelijke informatie. ››
De regering moet extra maatregelen, tussendoelen en een tijdpad naar de Kamer sturen. Het aantal dakloze mensen stijgt, vooral onder vrouwen en jongeren. Zonder extra acties wordt het doel uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid niet gehaald. Dit plan wil dat er in 2030 niemand meer dakloos is. Ook moeten regio's worden gesteund bij het maken van plannen voor wonen en preventie. ››
De regering moet ervoor zorgen dat jeugdzorgbeschermers elke zes maanden met elk kind een veiligheidsbarometer gebruiken. Dit is een hulpmiddel om te meten hoe veilig een kind zich voelt. Nu is er te weinig zicht op de veiligheid van kinderen en worden zij niet genoeg gehoord. ››
De regering moet met jeugdbeschermingsinstanties praten over onaangekondelde huisbezoeken. Dit is nodig om de veiligheid van kinderen beter te waarborgen. De regering moet ook onderzoeken hoe hulpverleners daadwerkelijk binnen kunnen komen als ouders of voogden weigeren. ››