De regering moet de ammoniaknorm voor grondgebonden bedrijven koppelen aan hectares in plaats aan fosfaatrechten. Nu worden extensieve bedrijven benadeeld. Dit zijn boeren met relatief weinig vee per hectare. De huidige regels kijken namelijk alleen naar de hoeveelheid fosfaatrechten en niet naar de grootte van het land. ››
De regering moet de zones rond natuurgebieden verkleinen. Grote zones van 500 meter of 1 kilometer helpen de natuur niet bij het herstellen. De zones mogen daarom maximaal 250 meter breed zijn rondom specifieke gebieden met te veel stikstof (hexagonen). Ook mogen deze zones niet voor hele natuurgebieden worden gebruikt. ››
De regering moet álle agrarische belangenorganisaties en vakbonden uitnodigen bij overleggen over de landbouw. Nu wordt vaak alleen LTO Nederland uitgenodigd. Door alle groepen uit te nodigen, worden alle boeren goed vertegenwoordigd en niet slechts een deel van de boeren. ››
De regering moet de nieuwe regels voor de uitstoot van ammoniak en CO2 bij melkveebedrijven onafhankelijk laten onderzoeken. Deze regels hebben namelijk grote gevolgen voor verschillende soorten boeren. De regering moet de Kamer eerst informeren over de natuurwinst en de gevolgen voor de bedrijven voordat er definitieve besluiten worden genomen. ››
De regering moet een generaal pardon geven aan PAS-melders en interim-mers. Wetenschappers zeggen dat dit mogelijk is. PAS-melders zijn mensen die een vergunning voor stikstofuitstoot wilden. ››
De regering moet de kritische depositiewaarde niet meer leidend laten zijn bij het verlenen van vergunningen. Deze waarde bepaalt hoeveel stikstof de natuur mag ontvangen. De huidige regels rond deze waarde zorgen namelijk voor knelpunten bij het uitgeven van vergunningen. ››
De regering moet in oktober 2026 bij de vernieuwing van het AERIUS-model een rekenkundige ondergrens van 1 mol invoeren. AERIUS is het rekenprogramma voor stikstofuitstoot. Wetenschappers pleiten voor de snelle invoering van deze ondergrens. ››
1 juli om 10:40 - Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje (36863) antwoord 1e termijn + rest
De regering moet onderzoeken welke eenvoudige hulpmiddelen in stemlokalen verplicht kunnen worden. Nu kunnen mensen, zoals blinden, niet overal zelfstandig stemmen omdat de juiste hulpmiddelen vaak ontbreken. Deze hulpmiddelen kosten de gemeente weinig geld. ››
De regering moet samen met belangenorganisaties onderzoeken hoe de drempels voor mensen met een beperking verdwijnen. Nu zijn er nog te veel fysieke en financiële problemen om te stemmen of politiek werk te doen. Iedereen moet namelijk zonder problemen kunnen meedoen aan de politiek en verkiezingen. ››
De regering moet de groep mensen die hulp nodig heeft in het stemhokje duidelijker omschrijven. Het nieuwe wetsvoorstel is nu te vaag. Hierdoor kunnen stembureaus en gemeenten verschillend oordelen over wie hulp krijgt. Er zijn landelijke regels en duidelijke criteria nodig voor een gelijk aanbod. ››
De regering moet het contact met de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) verbreken. De voorzitter van de VNG legt kransen bij een Nakba-herdenking samen met pro-Hamasorganisaties. De AIVD (de nationale veiligheidsdienst) waarschuwt dat deze organisaties proberen invloed uit te oefenen op activisme in Nederland. ››
De regering moet het gemeentefonds (het geld voor gemeenten) aanpassen. Gemeenten krijgen door de bouw van meer woningen namelijk extra kosten voor zorg en onderhoud. Dit maakt het bouwen van huizen lastig. Het fonds moet woningbouw en de groei van het aantal inwoners daarom beter ondersteunen. ››
De regering moet afspraken maken met gemeenten en provincies over de nieuwe manier van budgetten, de BBP-systematiek. Deze overheden krijgen nu te weinig geld omdat de inflatiecorrectie te laag was en extra budget niet structureel is gegeven. Hierdoor kunnen zij hun belangrijke taken en opgaven niet goed uitvoeren. ››
De regering moet de inflatiecompensatie in het gemeentefonds aanpassen naar een nacalculatie. Dit betekent dat de compensatie achteraf wordt berekend op basis van de echte inflatiecijfers. Nu wordt de compensatie namelijk bepaald op basis van ramingen in het voorjaar. Omdat de echte inflatie vaak hoger uitvalt, krijgen gemeenten te weinig geld en ontstaan er tekorten. ››
De regering moet de financiële verhouding tussen het Rijk en gemeenten verbeteren. Gemeenten krijgen nu te weinig geld voor hun groeiende taken. Hierdoor moeten zij de lokale belastingen verhogen. Inwoners moeten echter niet de rekening betalen voor het tekort aan geld bij de gemeente. ››
De regering moet onderzoeken welke taken kunnen worden teruggegeven aan het Rijk of anders kunnen worden ingericht. Gemeenten hebben de afgelopen jaren te veel nieuwe taken gekregen. Hierdoor verwachten veel gemeenten in de toekomst geldtekorten. Er moet een betere balans komen tussen de taken van gemeenten en het geld dat zij beschikbaar hebben. ››
De regering moet in de samenwerkingsagenda met concrete voorstellen voor voorspelbare financiering voor gemeenten en provincies. Deze overheden hebben namelijk grote investeringen te doen, zoals in woningbouw en bereikbaarheid. Voor een goede planning en uitvoering is financiële zekerheid voor de lange termijn nodig. ››
De regering moet de regels en controles voor gemeenten en provincies versoepelen bij het gebruik van SPUK’s (specifieke uitkeringen). Deze uitkeringen zorgen nu voor te veel papierwerk en te weinig vrijheid om eigen keuzes te maken. Een goede overheid werkt met vertrouwen in plaats van extra controle. ››
De regering moet bij nieuwe of uitgebreidere taken voor gemeenten altijd genoeg geld meesturen. Nu moeten gemeenten deze taken vaak betalen door te bezuinigen op belangrijke lokale zaken, zoals veiligheid en onderhoud. ››
De regering moet bij toekomstige onderzoeken naar het gemeentefonds ook kijken naar de totale omvang van het fonds. Het geld moet namelijk passen bij de wettelijke en maatschappelijke taken van gemeenten. Een eerlijkere verdeling is niet genoeg als er simpelweg te weinig geld beschikbaar is. ››