19 maart, Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (36800-XV) antwoord 1e termijn + rest

Geen verlaging maximumdagloon voor WW‑ontvangers

De regering moet het plan om het maximumdagloon voor werklozen te verlagen en te verkorten van tafel halen. Een lager maximumdagloon betekent minder inkomen voor mensen met een WW‑uitkering, waardoor hun bestaan onzekerder wordt. ›› 
19 maart | GL-PvdA | Verworpen: 61–89 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, verzoekt de regering om het verlagen en verkorten van het maximumdagloon van tafel te halen voor mensen met een werkloosheidsuitkering (WW).
19 maart, Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Handel 26 en 29 maart 2026 (CD 19/3)

Klimaatnormen integreren in WTO-handel

De regering moet klimaat- en milieustandaarden verder integreren in de WTO-processen. Dit helpt de klimaattransitie en ondersteunt het Parijs-akkoord. ›› 
19 maart | GL-PvdA, D66 | Aangenomen: 82–68 |
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
De kamer, overwegende dat de WTO een belangrijk instrument is om wereldwijde handel te stimuleren en reguleren; overwegende dat handelspolitiek een belangrijk onderdeel is van de klimaattransitie; verzoekt de regering om in te zetten op het verder integreren van klimaaten milieustandaarden in de WTO-processen, op een manier die de klimaattransitie verder aanjaagt en het klimaatverdrag van Parijs ondersteunt.
17 maart, Tweeminutendebat Landelijk Gebied, Stikstof en Mest (35334-415)

Uniforme vergunningverlening voor RENURE

De regering moet in overleg treden met provincies en gemeenten over een uniform beoordelingskader voor RENURE. Dit zou de vergunningverlening versnellen en de aanleg van installaties mogelijk maken, waardoor stikstofemissies dalen. ›› 
17 maart | JA21 | Aangenomen: 101–49 |
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer, constaterende dat RENURE volgens het kabinet kan bijdragen aan het verlichten van de druk op de mestmarkt; constaterende dat in de praktijk vergunningverlening kan vertragen door verschillen in uitvoering en beoordeling tussen decentrale overheden; overwegende dat RENURE bijdraagt aan het sluiten van nutriëntenkringlopen, doordat nutriënten uit mest opnieuw als meststof worden ingezet; overwegende dat vergunningverlening een noodzakelijke stap is richting het reduceren van stikstofemissies en dat uniformiteit en duidelijkheid in vergunningverlening kunnen bijdragen aan snellere realisatie van installaties; verzoekt de regering in overleg te treden met provincies en gemeentes over het beoordelingskader, eventuele knelpunten te identificeren, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren.

Boomkwekerijgewassen als rustgewas in nitraatrichtlijn

De regering moet meerjarige boomkwekerijgewassen opnemen als rustgewas onder het zevende actieprogramma van de nitraatrichtlijn. Dit vermindert nitraatuitspoeling en beschermt het grondwater. ›› 
17 maart | SGP | Aangenomen: 120–30 |
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer, verzoekt de regering meerjarige boomkwekerijgewassen op te nemen als rustgewas onder het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn.

NV-gebieden bijwerken volgens Nitraatrichtlijn

De regering moet de lijst van nutriëntenverontreinigde gebieden (NV-gebieden) bijwerken volgens de huidige Nitraatrichtlijn. Zo krijgen gebieden met te veel fosfaat uit kwelwater en beperkte landbouwbronnen een duidelijke en nauwkeurige aanwijzing. ›› 
17 maart | SGP, CU, BBB | Verworpen: 889–1588 |
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer, overwegende dat de Kamer heeft gevraagd de aanwijzing van de met nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) in te perken door beter rekening te houden met de invloed van fosfaatrijke kwel en met een eventueel beperkte bijdrage van de landbouw (motie-Flach/Grinwis (28 973, nr. 278)), mede op basis van de uitgevoerde landelijke bronnenanalyse door Wageningen Environmental Research (WER); overwegende dat in de motie-Grinwis c.s. (33 037, nr. 631) is verzocht in overleg te gaan met de waterschappen over een heldere en voor ieder navolgbare aanwijzing van de NV- of aandachtsgebieden; verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn het overleg met de waterschappen goed af te ronden en de lijst van NV-gebieden te actualiseren op basis van de criteria in het huidige actieprogramma Nitraatrichtlijn.

Wintergarten: extra bewijs toestaan

De regering moet extra bewijsmiddelen toestaan voor wintergartens. Nu worden boeren met een dezelfde situatie uitgesloten omdat ze geen speciaal stalcertificaat hebben, wat leidt tot oneerlijke ongelijkheid. ›› 
17 maart | PVV | Aangenomen: 119–31 |
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer, constaterende dat de overheid eindelijk heeft erkend dat een wintergarten onder voorwaarden als dierenverblijf kan gelden; overwegende dat ondernemers met een feitelijk identieke situatie nog steeds worden uitgesloten van regelingen enkel door het ontbreken van een specifiek stalcertificaat; van mening dat deze papieren werkelijkheid leidt tot stuitende rechtsongelijkheid en onnodige uitsluiting van boeren; verzoekt de regering om aanvullende, objectieve bewijsmiddelen toe te staan voor de wintergarten, zodat de feitelijke situatie op het bedrijf leidend wordt in plaats van starre, papieren formaliteiten.

Agrarisch natuurbeheer: meer zwaar beheer nodig

De regering moet de conclusies van de ecologische evaluatie van agrarisch natuurbeheer omzetten in beleid en daarvoor voor de zomer terugkoppelen aan de Kamer. Nu wordt slechts 2,5% van de landbouwgrond gebruikt voor zwaar beheer (intensief natuurbeheer), terwijl experts zeggen dat minimaal 41% nodig is om soorten te behouden. ›› 
17 maart | PvdD | Verworpen: 70–80 |
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer, constaterende dat het coalitieakkoord meer inzet op agrarisch natuurbeheer en tegelijkertijd belang hecht aan «heldere verantwoording voor effectief natuurbeheer» en «hoe dit de meeste winst oplevert voor natuur en water»; overwegende dat de ecologische evaluatie van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer laat zien dat er nauwelijks vooruitgang wordt geboekt en dat slechts 2,5% van de landbouwgrond wordt ingezet voor «zwaar beheer», terwijl volgens de adviezen minstens 41% nodig is om soorten te behouden; overwegende dat het belangrijk is om belastinggeld van Nederlanders zo doelmatig en effectief mogelijk te besteden; verzoekt de regering de conclusies van de ecologische evaluatie van agrarisch natuurbeheer, waaronder de noodzaak voor meer «zwaar beheer», door te vertalen in beleid, en hierover voor de zomer aan de Kamer terug te koppelen.

Natuurpakket voor water, klimaat en biodiversiteit

De regering moet voor de zomer een pakket delen dat maatregelen bevat voor water, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en zoönosen. De natuuropgaven gaan verder dan alleen stikstof en hebben invloed op leefbaarheid en gezondheid. ›› 
17 maart | GL-PvdA | Aangenomen: 113–37 |
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer, constaterende dat het kabinet voor de zomer met een maatregelenpakket komt op stikstof; overwegende dat de natuuropgaven in het landelijk gebied breder zijn dan stikstof alleen, en ook gaan over water, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en zoönosen; verzoekt de regering om deze opgaven in samenhang te bezien en voor de zomer een op de hierboven genoemde onderdelen doorgerekend pakket met de Kamer te delen.

Natuurgebieden beoordelen op ecologische kwaliteit

De regering moet de staat en ontwikkeling van natuurgebieden primair beoordelen op hun feitelijke ecologische kwaliteit en het uitgevoerde natuurbeheer. Want vermindering van stikstofdepositie alleen lost natuurherstel niet op. ›› 
17 maart | BBB | Verworpen: 54–96 |
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer, constaterende dat stikstofreductie in het huidige beleid vaak wordt gepresenteerd als noodzakelijke voorwaarde voor natuurherstel; constaterende dat volgens gegevens van het Compendium voor de Leefomgeving de Nederlandse stikstofemissies sinds 1990 zijn gehalveerd, maar dat door veel partijen nog steeds wordt gezegd dat de natuur verder achteruit zou gaan; overwegende dat vermindering van stikstofdepositie op zichzelf dus geen oplossing is voor herstel van natuurkwaliteit; spreekt uit dat stikstofreductie niet gelijkgesteld kan worden aan natuurherstel en dat de staat en ontwikkeling van natuurgebieden primair beoordeeld moeten worden op hun feitelijke ecologische kwaliteit en het gevoerde natuurbeheer.

Geenalgemene kortingen bij stikstofreductie

De regering moet bij het uitwerken van generieke stikstofreductie geen algemene kortingen opleggen op productierechten of dieraantallen, ook niet voor bedrijven die nog niet grondgebonden zijn. Zo voorkomen we grote economische schade voor individuele boeren en behouden we gerichte maatwerk. ›› 
17 maart | BBB | Verworpen: 21–129 |
Problematiek rondom stikstof en PFAS
De kamer, constaterende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat vóór de zomer afspraken worden gemaakt over generieke stikstofreductiemaatregelen; constaterende dat tijdens het debat over de regeringsverklaring is aangegeven dat generieke stikstofreductie onder meer kan plaatsvinden via afroming, grondgebondenheid en vrijwillige beëindiging; constaterende dat generieke maatregelen grote onzekerheid veroorzaken voor boeren en tuinders, met name voor ondernemers die momenteel niet volledig grondgebonden zijn en dat ook niet op korte termijn kunnen worden; overwegende dat generieke kortingen op productierechten of dieraantallen grote economische gevolgen kunnen hebben voor individuele bedrijven en afbreuk doen aan de inzet op doelsturing en maatwerk; verzoekt de regering bij de uitwerking van generieke reductiemaatregelen niet te kiezen voor generieke kortingen op productierechten of dieraantallen, ook niet voor bedrijven die momenteel niet grondgebonden zijn.
17 maart, Tweeminutendebat Internetconsultatie Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (28973-288)

Gerichte stikstofreductie in Natura 2000-gebieden

De regering moet de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties zo vormgeven dat geld vooral gaat naar boeren die veel stikstof uitstoten in kwetsbare Natura 2000-gebieden zoals de Veluwe en de Peel. Zo wordt het publiek geld optimaal gebruikt voor maximale stikstofreductie en natuurherstel. ›› 
17 maart | CDA | Aangenomen: 114–36 |
Toekomst veehouderij
De kamer, constaterende dat de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) bedoeld is om stikstofreductie te realiseren en bij te dragen aan natuurherstel; constaterende dat het risico bestaat dat via deze regeling relatief dure en moderne veehouderijbedrijven worden opgekocht die per bestede euro relatief weinig stikstofreductie en natuurwinst opleveren; overwegende dat publieke middelen doelmatig en effectief moeten worden ingezet, zodat met het beschikbaar gestelde budget de maximaal mogelijke stikstofreductie wordt gerealiseerd; overwegende dat een groot deel van de bedrijven met hoge emissies die overwegen te stoppen al zijn gestopt middels eerdere beëindigingsregelingen; overwegende dat juist in gebieden rond zwaar overbelaste Natura 2000gebieden, zoals de Veluwe en de Peel, substantiële stikstofreductie noodzakelijk is; verzoekt de regering de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties zodanig vorm te geven dat bij de toekenning van middelen nadrukkelijk wordt gestuurd op maximale stikstofreductie en natuurwinst door prioriteit te geven aan bedrijven die een relatief grote bijdrage leveren aan stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden.

Wachten met EU-melding van beëindigingsregelingen

De regering moet wachten met het melden van vrijwillige beëindigingsregelingen aan de Europese Commissie totdat de Tweede Kamer ermee heeft ingestemd. Vroegtijdige melding beperkt de begrotings- en beleidsruimte van het parlement. ›› 
17 maart | PVV | Verworpen: 51–99 |
Toekomst veehouderij
De kamer, constaterende dat de Minister de vrijwillige beëindigingsregeling al voor prenotificatie aan de Europese Commissie aanbiedt voordat de Tweede Kamer hier inhoudelijk over heeft kunnen debatteren; van mening dat dit de budgettaire en beleidsmatige regelruimte van het parlement feitelijk aan banden legt; verzoekt de regering om vanaf nu pas over te gaan tot notificatie van beëindigingsregelingen bij de Europese Commissie nadat de Kamer formeel heeft ingestemd met de kaders en de doelmatigheid van een regeling.

Behoud blijvend grasland stimuleren

De regering moet, als het areaal blijvend grasland afneemt, boeren belonen die grasland behouden en geen dwangmaatregelen opleggen om grasland te scheuren of om te zetten, omdat blijvend grasland essentieel is voor bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. ›› 
17 maart | BBB | Verworpen: 51–99 |
Toekomst veehouderij
De kamer, constaterende dat beëindigingsregelingen in de veehouderij kunnen leiden tot veranderingen in landgebruik en mogelijk tot een afname van het areaal blijvend grasland; constaterende dat blijvend grasland een belangrijke bijdrage levert aan onder andere bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit; overwegende dat agrariërs in verschillende regio’s werken met rotatieteelten waarbij grasland en andere gewassen elkaar afwisselen; overwegende dat het beperken van de mogelijkheid om grasland te scheuren of om te zetten deze teeltrotaties kan bemoeilijken en daarmee ook gevolgen kan hebben voor de waarde en het gebruik van landbouwgrond; overwegende dat het onwenselijk is wanneer boeren eerst worden gestimuleerd of gedwongen hun veehouderij te beëindigen en vervolgens geconfronteerd worden met nieuwe beperkingen op het gebruik van hun landbouwgrond; verzoekt de regering bij eventuele afname van het areaal blijvend grasland in te zetten op stimulering en beloning van het behoud van blijvend grasland, en daarbij te voorkomen dat dwingende beperkingen op het scheuren of omzetten van grasland worden opgelegd.

Functies van boerenbedrijven in kaart brengen

De regering moet de maatschappelijke functies van agrarische bedrijven in kaart brengen en bij nieuwe beëindigingsregelingen de gevolgen voor deze functies en de leefbaarheid van het platteland meewegen. Het verdwijnen van boerenbedrijven raakt natuur, zorg, recreatie, educatie en sociale samenhang op het platteland. ›› 
17 maart | BBB | Verworpen: 32–118 |
Toekomst veehouderij
De kamer, constaterende dat agrarische bedrijven niet alleen voedsel produceren, maar ook bijdragen aan natuurbeheer, recreatie, zorg, educatie en sociale binding op het platteland; constaterende dat duizenden boerenbedrijven agrarisch natuurbeheer uitvoeren, recreatieve activiteiten aanbieden of een zorgfunctie of educatieve functie vervullen; overwegende dat het verdwijnen van agrarische bedrijven daarom niet alleen economische gevolgen heeft, maar ook een enorm effect heeft op de leefbaarheid, sociale samenhang en voorzieningen op het platteland; overwegende dat deze bredere maatschappelijke functies van boerenbedrijven momenteel nauwelijks in beeld worden gebracht bij beleid rondom beëindigingsregelingen; verzoekt de regering in beeld te brengen welke maatschappelijke functies agrarische bedrijven vervullen naast voedselproductie en economische waarde, waaronder natuurbeheer, zorg, recreatie, educatie en sociale binding op het platteland, en bij verdere beëindigingsregelingen ook de gevolgen voor deze maatschappelijke functies en de leefbaarheid van het platteland mee te wegen.
17 maart, Tweeminutendebat Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer (29659-161)

Samenwerking Staatsbosbeheer met boeren

De regering moet zorgen dat Staatsbosbeheer structureel samenwerkt met boeren en regionale partijen bij het beheer van natuurgebieden. Dit sluit aan bij het coalitieakkoord, waarin staat dat natuurbeleid meer moet samenhangen met landbouw en regionale ontwikkeling. ›› 
17 maart | BBB | Verworpen: 57–93 |
Evaluatie Staatsbosbeheer
De kamer, constaterende dat terreinbeherende organisaties zoals Staatsbosbeheer en andere TBO’s grote delen van het Nederlandse landelijk gebied beheren; overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat natuurbeleid meer in samenhang met landbouw en regionale ontwikkeling moet worden vormgegeven; verzoekt de regering te borgen dat Staatsbosbeheer bij het beheer van natuurgebieden structureel samenwerkt met agrariërs en regionale partijen, en de Kamer over de manier van borging voor de zomer te informeren.
16 maart, Wetsvoorstel novelle Wet versterking regie volkshuisvesting (TK 36881)

Meer sociale huur zonder financiële straf

De regering moet ervoor zorgen dat gemeenten die meer sociale huur bouwen dan het landelijke minimum niet worden bestraft of financieel benadeeld. Meer sociale huur kan de wooncrisis helpen oplossen. ›› 
16 maart | SP | Verworpen: 35–115 |
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer, constaterende dat sommige gemeenten meer sociale huur willen bouwen dan het landelijke minimum en dat dit juist kan bijdragen aan het oplossen van de wooncrisis; overwegende dat gemeenten die meer sociale huur willen bouwen daarin niet belemmerd of ontmoedigd moeten worden; verzoekt de regering te waarborgen dat gemeenten die meer sociale huurwoningen realiseren dan het landelijke minimum niet worden gesanctioneerd of financieel worden benadeeld.

Schrappenuitsluitingsgronden dakloze gezinnen

De regering moet de uitsluitingsgronden schrappen die het recht op urgentie voor dakloze gezinnen beperken. Omdat dakloosheid veel vormen heeft en de ETHOS-definitie een breed erkend kader biedt. ›› 
16 maart | SP | Verworpen: 35–115 |
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer, constaterende dat de Kamer heeft besloten dat dakloze gezinnen met minderjarige kinderen recht moeten hebben op urgentie bij de toewijzing van sociale huurwoningen; constaterende dat verschillende uitsluitingsgronden en aanvullende voorwaarden ertoe kunnen leiden dat dit recht in de praktijk moeilijk toepasbaar wordt; overwegende dat dakloosheid zich in verschillende vormen voordoet, waaronder mensen die feitelijk dakloos zijn, tijdelijk bij anderen verblijven of dreigen hun woning te verliezen; overwegende dat de Europese ETHOS-definitie een breed en internationaal erkend kader biedt voor het definiëren van dakloosheid; verzoekt de regering de uitsluitingsgronden die het recht op urgentie voor dakloze gezinnen beperken te schrappen en een nieuw voorstel voor te bereiden dat urgentie mogelijk maakt voor mensen die volgens de ETHOS-definitie dakloos zijn of dreigen te worden.

Plan nodig om dakloosheid in 2030 te beëindigen

De regering moet een plan presenteren aan de Kamer hoe zij de doelstelling van het Nationaal Actieplan Dakloosheid voor 2030 (dakloosheid beëindigen) nog gaat halen. Het kabinet heeft dit doel zelf gesteld; zonder nieuw plan blijft het onzeker of het gehaald wordt. ›› 
16 maart | SP | Aangenomen: 131–19 |
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer, constaterende dat het kabinet in het Nationaal Actieplan Dakloosheid als doel heeft gesteld om dakloosheid in 2030 te beëindigen; verzoekt de regering de doelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid ongewijzigd na te streven en een plan te presenteren aan de Kamer hoe zij de doelen voor 2030 alsnog gaat halen.

30% sociale huur en 37% middensegmentwoningen

De Minister moet ervoor zorgen dat gemeenten in een woningbouwregio binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet 30% sociale huur en 37% middensegmentwoningen programmeren, wanneer nog geen regionale afspraken zijn gemaakt. Dit voorkomt vertraging en tekort aan betaalbare woningen door verzwakte eisen en lange overleggen. ›› 
16 maart | GL-PvdA, CU | Aangenomen: 127–23 |
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer, constaterende dat de betaalbaarheidseisen voor de nieuwbouw zijn afgezwakt ten opzichte van het originele voorstel; overwegende dat er een risico is dat de bouw van betaalbare woningen wordt uitgesteld door lange regionale overleggen; overwegende dat grote gemeenten met veel betaalbare huurwoningen minder sociale huur mogen bouwen; verzoekt de Minister om, wanneer binnen een halfjaar na inwerkingtreding van de wet nog geen afspraken zijn gemaakt in een woningbouwregio en daar ook geen zicht op is, erop te sturen dat iedere gemeente in de betreffende woningbouwregio 30% sociale huur en 37% woningen in het middensegment moet gaan programmeren; verzoekt de Minister daarbij ruimte te bieden om lokaal af te wijken om volkshuisvestelijke redenen; verzoekt de Minister hiervoor indien nodig het ontwerpbesluit aan te passen.

Geen rijksgeld voor gemeenten met extra woningeisen

De regering moet geen rijksbijdragen verstrekken aan gemeenten die extra betaalbaarheidseisen stellen boven de landelijke norm. Dit voorkomt dat geld naar projecten gaat die financieel haalbaar is en vertraging veroorzaakt. ›› 
16 maart | JA21 | Verworpen: 41–109 |
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
De kamer, constaterende dat het Rijk in het Besluit volkshuisvesting landelijke betaalbaarheidseisen heeft vastgesteld voor woningbouw; overwegende dat sommige gemeenten boven op deze landelijke normen aanvullende of zwaardere betaalbaarheidseisen stellen, waardoor woningbouwprojecten financieel moeilijker uitvoerbaar worden; overwegende dat dergelijke lokale koppen op nationale normen kunnen leiden tot vertraging van de woningbouw en een hogere onrendabele top in projecten; overwegende dat het onwenselijk is dat het Rijk via subsidies of andere rijksbijdragen projecten ondersteunt die door aanvullende lokale eisen zelf financieel moeilijk uitvoerbaar worden gemaakt; verzoekt de regering geen rijksbijdragen voor woningbouwprojecten toe te kennen aan gemeenten die in hun woningbouwprogrammering verdergaande betaalbaarheidseisen hanteren dan de landelijke normen zoals vastgelegd in het Besluit volkshuisvesting.