De regering moet een doorstroomhypotheek mogelijk maken. Veel ouderen hebben veel geld in hun huidige huis (overwaarde), maar een laag inkomen door hun pensioen. Hierdoor is het lastig om een nieuwe hypotheek te krijgen. Een doorstroomhypotheek helpt ouderen om makkelijker te verhuizen naar een woning die beter bij hun situatie past. ››
De regering moet meer inzetten op kleine bouwlocaties bij dorpen, ook wel een «wijkje erbij» genoemd. Dit zorgt namelijk snel voor extra woningen en houdt dorpen levendig. De regering moet provincies en gemeenten daarom stimuleren om deze mogelijkheden vaker te gebruiken. ››
De regering moet meer regels schrappen en versoepelen voor de woningbouw. Dit is nodig om de wooncrisis aan te pakken. Dit kan bijvoorbeeld door een crisiswet bouwregelgeving in te voeren (een wet die bouwregels tijdelijk minder streng maakt). ››
De regering moet uiterlijk op Prinsjesdag duidelijkheid geven over de toekomst van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen (NFBK). Nu is het voor bouwers onduidelijk of er na 2027 nog geld beschikbaar is. Zonder deze duidelijkheid kunnen jongeren met een middeninkomen via de KoopStart-regeling hun kans op een betaalbare woning verliezen. ››
De regering moet het Verdrag van Aarhus (over milieu-inspraak) opzeggen. Dit verdrag zorgt voor lange en dure procedures. Hierdoor lopen belangrijke projecten voor woningbouw, wegen en het stroomnet vertraging op. Er moet één gelijk systeem komen voor iedereen die bezwaar wil maken, zodat besluiten sneller genomen kunnen worden. ››
De regering moet bij het aanwijzen van nieuwe grote woningbouwgebieden het principe van Transit Oriented Development gebruiken. Dit betekent dat er gebouwd wordt rondom stations en spoorverbindingen. Zo zijn woningen efficiënt bereikbaar en kan de bouw van nieuwe huizen sneller gaan. ››
De regering moet borgen dat nieuwe regels voor wonen de kwaliteit niet verslechteren. Als de bouw wordt versneld door regels te schrappen, kunnen woningen later kwetsbaar en duur worden door klimaatverandering en wateroverlast. De regering moet bij nieuwe plannen daarom laten zien hoe de kwaliteit van het wonen in de toekomst goed blijft. ››
De regering moet natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden betrekken bij wijzigingen in het woningbouwbeleid. Deze groepen moeten meedenken met de bouwsector. Zo worden plannen voor woningen beter afgestemd op de natuur en de omgeving. ››
De regering moet onderzoeken hoe het Ministerie van VRO (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) meer groen kan combineren met de bouw van woningen. Gemeenten, de bouwsector en organisaties willen namelijk meer groen in de wijk voor de inwoners. ››
De regering moet de regels voor bouwprojecten nabij Natura 2000-gebieden (beschermde natuurgebieden) versoepelen. Nu lopen veel belangrijke bouwprojecten vast door ingewikkelde juridische regels. Dit belemmert de noodzakelijke bouw van nieuwe woningen in Nederland. ››
De regering moet landelijke erkenning geven aan gecertificeerde industriële bouwconcepten bij het verlenen van bouwvergunningen. Nu moeten gemeenten elk project opnieuw uitgebreid toetsen, ook als het bouwplan al is goedgekeurd. Landelijke erkenning verkort procedures en ontlast gemeenten. Zo kan er sneller en meer gebouwd worden om de woningnood te bestrijden. ››
De regering moet een taskforce (een speciale werkgroep) oprichten om leegstaande gebouwen sneller om te bouwen tot woningen. Het ombouwen van leegstaand vastgoed gaat sneller en kost minder geld dan het bouwen van nieuwe huizen. In Nederland staat momenteel 17,8 miljoen vierkante meter aan panden leeg. ››
De regering moet de winstbelasting voor woningbouwcorporaties verlagen en uiteindelijk helemaal afschaffen. Corporaties hebben nu te weinig geld om de benodigde woningen te kunnen bouwen. ››
De regering moet voor Prinsjesdag een voorstel indienen voor een planbatenheffing. Dit is een belasting op de waardestijging van grond door een nieuw bestemmingsplan. Deze heffing drukt de grondprijzen en voorkomt speculatie met grond. Hierdoor wordt de bouw van betaalbare woningen versneld. ››
28 mei om 10:16 - Goedkeuring van het op 18 december 2023 te Rabat tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering (Trb. 2024, 1) (36688-(R2205))
De regering moet de Kamer elk jaar informeren over hoe goed het uitleveringsverdrag met Marokko werkt. Dit verdrag moet namelijk echt helpen om de criminaliteit te bestrijden. ››
De regering moet mensen niet uitleveren als er aanwijzingen zijn voor politieke vervolging. Bij de samenwerking met Marokko is het respecteren van mensenrechten een belangrijke voorwaarde. ››
De regering moet ervoor zorgen dat Jos Leijdekkers zijn gevangenisstraf uitzit. Criminelen mogen niet boven de wet staan. Ook landen zonder uitleveringsverdrag (een afspraak om criminelen over te dragen) mogen geen veilige plek zijn voor grote criminelen. ››
De regering moet vaker mensen uitleveren uit Marokko en grote criminele bendes aanpakken. Marokko wordt door deze groepen namelijk gebruikt als een veilige plek om onder de politie uit te komen. ››
De regering moet voorkomen dat zij zich bindt aan de islamitische mensenrechten uit de Verklaring van Caïro. Deze regels mogen ook geen rol spelen bij uitlevering aan Marokko. De Verklaring is gebaseerd op de sharia. Deze regels botsen met westerse mensenrechten, zoals de vrijheid van godsdienst en de gelijkheid van vrouwen. Dit kan het uitleveren van personen onnodig blokkeren. ››
De regering moet de interpretatieve verklaring (de officiële uitleg van een verdrag) over het begrip 'Nederlanderschap' aanpassen. Nu worden geïntegreerde vreemdelingen namelijk gelijkgesteld aan mensen met de Nederlandse nationaliteit. Dit is niet toegestaan. De aanpassing zorgt voor een duidelijk onderscheid tussen Nederlanders en vreemdelingen. ››