De regering moet de problemen met medische hulpmiddelen aanpakken. Mensen die deze hulpmiddelen nodig hebben, worden vaak niet op tijd geholpen. Dit komt omdat de budgetten bij aanbestedingen (de manier waarop de overheid spullen inkoopt) te laag zijn. ››
De regering moet samen met gemeenten en mensen met een beperking vaste regels opstellen voor Lokale Inclusie Agenda's. Dit zijn plannen van gemeenten om ervoor te zorgen dat iedereen in de buurt kan meedoen. Er bestaan nu namelijk geen standaardregels voor deze plannen. ››
De regering moet voorkomen dat de kosten voor mensen met een beperking stijgen. Zij betalen nu al tot € 375 per maand extra. Door nieuwe maatregelen kunnen deze kosten nog eens met € 384 per maand toenemen. De regering moet ook blijven werken aan het verlagen van deze kosten. ››
De regering moet een nieuw akkoord sluiten over de banenafspraak (afspraken om mensen met een beperking aan het werk te helpen) samen met de SER. Veel mensen met een beperking kunnen nu niet werken omdat ze toeslagen moeten terugbetalen als ze meer gaan verdienen. Ook tellen veel mensen met een beperking niet mee voor de huidige afspraken. Zo loont werken vaak niet genoeg. ››
De regering moet duidelijke regels en eisen maken voor de toegankelijkheid van gebouwen, diensten en digitale informatie. Veel zaken zijn nu niet toegankelijk en organisaties weten niet hoe ze dit moeten verbeteren. Dit is nodig voor volledige deelname aan de samenleving en om te voldoen aan het VN-verdrag Handicap (een internationale afspraak voor mensen met een beperking). ››
De regering moet nieuwe wetten en plannen toetsen aan het VN-verdrag Handicap (een internationale afspraak voor mensen met een beperking). Mensen met een beperking lopen nog steeds dagelijks tegen problemen aan. De regering moet daarom samen met deze mensen onderzoeken hoe zij structureel kunnen helpen bij het controleren van nieuw beleid. ››
De regering en de Tweede Kamer moeten informatie en websites toegankelijker maken. Veel mensen met een verstandelijke beperking of leesproblemen kunnen nu niet goed meedoen aan de democratie. Begrijpelijke taal is nodig om iedereen te laten deelnemen. ››
De regering moet snel praktische problemen en drempels in het onderwijs wegnemen. Veel leerlingen en studenten kunnen nu niet goed meedoen door een gebrek aan hulpmiddelen of ingewikkeld vervoer. Zij kunnen niet wachten tot 2035 voor inclusief onderwijs. Veel van deze problemen zijn nu al eenvoudig op te lossen. ››
De regering moet onderzoeken hoe alle basisscholen dezelfde eisen krijgen voor het kennisniveau van leerlingen. Nu krijgen sommige scholen een voldoende, terwijl veel leerlingen het niveau niet halen. Dit komt doordat de eisen afhangen van de achtergrond van de leerlingen, wat de kansengelijkheid schaadt. Hoge verwachtingen moeten leidend zijn in de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden. ››
De regering moet alle scholen in het voortgezet onderwijs stimuleren om wekelijks minstens 60 minuten tijd vrij te maken voor begeleid vrij lezen. De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren daalt namelijk al jaren. Leerlingen die op school structureel en onder begeleiding tijd krijgen om vrij te lezen, gaan gemiddeld vaker en beter lezen. ››
De regering moet een bibliotheek verplicht stellen op alle scholen in het funderend onderwijs (onderwijs voor kinderen van 4 tot 18 jaar). Veel kinderen kunnen namelijk niet goed lezen. Eén op de drie 15-jarigen verlaat de school zonder deze vaardigheid. Goed kunnen lezen is nodig om informatie te begrijpen over bijvoorbeeld gezondheid, geld en de maatschappij. ››
18 juni om 22:35 - Tweeminutendebat Rapporten ‘Discriminatie in de zorg, welzijn en sport’, ‘Is allemaal mooi, op papier’, en ‘Professionaliteit te allen tijde’ (36800-XVI-195)
De regering moet inclusieve zorg officieel onderdeel maken van de kwaliteit van de zorg. Nu zijn verschillen in de toegang tot zorg en de gezondheid van mensen niet goed zichtbaar in de huidige regels. Inclusieve zorg is een belangrijk onderdeel van goede zorg. Door het vast te leggen in de kwaliteitseisen en het toezicht, wordt ongelijkheid in de zorg zichtbaar en verbeterbaar. ››
De regering moet een landelijk plan maken voor onafhankelijke meldpunten en betere bescherming in de zorg. Dit is nodig zodat zorgmedewerkers zich veilig voelen op de werkvloer en durven te spreken over racisme en discriminatie. Het plan moet ook zorgen dat de zorgmedewerkers een betere afspiegeling van de samenleving zijn. ››
De regering moet de aanpak van het Ministerie van VWS tegen discriminatie en voor gelijke kansen voortzetten als een actief programma. De maatregelen zijn nog te nieuw en moeten nog worden uitgevoerd. De aanpak is daarom nog niet afgerond en heeft de komende jaren duidelijke doelen, monitoring en regie nodig. ››
De regering moet een landelijk plan maken voor mentalegezondheidsnetwerken. In deze netwerken werken mentale zorg en welzijnsorganisaties samen. Veel mentale problemen ontstaan namelijk door sociale problemen. Nu hangt de hulp te veel af van lokale financiering en initiatieven. Een landelijk plan zorgt voor de nodige financiële middelen en capaciteit. ››
De regering moet met zorgverzekeraars afspreken dat toegankelijkheid van zorg voorop staat. Mensen met zware psychische problemen of suïciderisico lopen nu vaak vast in de GGZ (geestelijke gezondheidszorg). Zorgverzekeraars mogen bij het inkopen van zorg niet alleen kiezen voor makkelijke gevallen, maar moeten juist zorgen dat mensen met complexe problemen de juiste hulp krijgen. ››
De regering moet onderzoeken hoe vaak mensen met een ernstige depressie of zelfmoordgedachten op de verkeerde plek terechtkomen en een plan maken voor de juiste zorg. Dit is nodig omdat een verkeerde plek of het weigeren van zorg grote risico's brengt voor deze kwetsbare mensen. ››
De regering moet met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en zorgpartijen duidelijke regels maken voor acute geestelijke gezondheidszorg. Dit gaat over HIC (intensieve zorg op een afdeling) en IHT (intensieve zorg bij mensen thuis). De huidige regels zijn te onduidelijk. Dit is nodig om de hulp altijd te kunnen bieden. In 2028 moet de vergoeding via een vast budget gaan. ››
De regering moet onderzoeken of de organisatie en de financiering van de zorg voor jongeren met complexe problemen beter landelijk geregeld kan worden. Jongeren met ernstige psychische problemen lopen nu vaak vast tussen verschillende instanties en loketten. Hierdoor moeten zij en hun ouders te lang wachten op de juiste hulp en behandeling. ››
De regering moet het aantal opleidingsplaatsen voor gz-psychologen voor 2027 verhogen naar 1.240. De huidige keuze voor minder plaatsen brengt de kwaliteit en toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg (ggz) in gevaar. Er zijn meer psychologen nodig om de zorg goed beschikbaar te houden. ››