De regering moet zorgen dat ouderen met dementie en hun naasten tijdig passende begeleiding krijgen. Dit kan door te onderzoeken waar het casemanagement dementie tekortschiet. Casemanagement is erg belangrijk voor vroege ondersteuning, maar nu krijgt niet iedereen hier tijdig toegang tot. ››
De regering moet een stappenplan maken om de seksuele gezondheid van ouderen te verbeteren. Het aantal soa’s (seksueel overdraagbare aandoeningen) onder ouderen stijgt en de risico's worden vaak onderschat. Ook kunnen zorgverleners het gesprek over seksualiteit met ouderen vaak niet goed voeren. Betere voorlichting en ondersteuning helpen om soa's te voorkomen. ››
De regering moet een escalatieladder maken voor zorgafspraken, zoals het IZA (Integraal Zorgakkoord) en HLO (Hoofdlijnenakkoorden). Afspraken tussen partijen zoals gemeenten en verzekeraars leveren nu te weinig resultaat op voor ouderen en mantelzorgers. Een escalatieladder maakt duidelijk welke stappen de minister kan zetten als partijen de gemaakte afspraken niet nakomen. ››
De regering moet een openbaar dashboard sturen met de voortgang van de zorgafspraken, zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA). Nu is het onduidelijk of plannen voor bijvoorbeeld ouderenzorg echt worden uitgevoerd. Een dashboard geeft de Kamer direct inzicht in de status van deze plannen, wie de verantwoordelijke is en waar het misgaat. ››
De regering moet geen beperkingen opleggen aan ongezonde gewoonten van mensen in een hospice. In de laatste levensfase is het belangrijkste dat mensen kunnen genieten van de resterende tijd. Voor velen betekent dit dat zij hun gewoonten willen voortzetten. ››
De regering moet actief controleren of de kwaliteit van de zorg aan huis verbetert. Zo wordt duidelijk of de hulp voor mensen die thuis wonen steeds beter wordt. ››
De regering moet zorgen voor tarieven die de kosten van casemanagers dementie dekken. Casemanagers begeleiden mensen met dementie en hun familie. De huidige vergoedingen zijn niet hoog genoeg om dit werk goed uit te voeren. ››
De regering moet onafhankelijk advies vragen over de toekomst van zorgakkoorden (afspraken over veranderingen in de zorg). De huidige afspraken werken niet goed. Ze bieden te weinig zekerheid voor gemeenten en zorgverleners. Ook gaat er te veel tijd en geld verloren aan het controleren van de resultaten. De regering moet daarom onderzoeken of er betere manieren zijn om de zorg te veranderen. ››
De regering moet alternatieven zoeken in plaats van huishoudelijke hulp uit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) te schrappen. Deze hulp helpt ouderen en mensen met een beperking om langer zelfstandig thuis te wonen. Als de hulp wegvalt, komen de huisartsen en de wijkverpleging onder te grote druk te staan. ››
De regering moet de bezuinigingen op de Wlz (de wet voor langdurige zorg) voor ouderen schrappen. De ouderenzorg staat door eerdere bezuinigingen al onder steeds grotere druk. ››
De regering moet praten met zorgverzekeraars en de partijen die zorgbuurthuizen starten. Zorgverzekeraars betalen nu niet mee aan deze buurtplekken. Daardoor is het lastig om zorgbuurthuizen te openen. Deze huizen zijn belangrijk omdat ze ouderen een fijne woonplek bieden in hun eigen buurt. ››
De regering moet maatregelen nemen zodat oudere echtparen samen kunnen blijven wonen als een van hen meer zorg nodig heeft. Nu worden echtparen vaak van elkaar gescheiden zodra één partner naar een woonzorgplek moet verhuizen. ››
De regering moet structureel geld beschikbaar stellen voor zorgzame gemeenschappen voor senioren. Dit helpt ouderen om langer zelfstandig en gezond thuis te wonen. Nu is de financieringmaak per regio verschillend en zijn de regels voor aanvragen te ingewikkeld. De regering moet ook onderzoeken welke manier van betalen het beste werkt. ››
De regering moet Zorginstituut Nederland opdracht geven om in het Generiek kompas (een informatiebron over zorg) objectieve en vergelijkbare informatie over zorgkwaliteit te brengen. Nu is de kwaliteit van thuiszorg vaak onvoldoende. Ouderen hebben volgens de wet recht op goede informatie, zodat zij zelf een goede keuze kunnen maken tussen verschillende zorgaanbieders. ››
De regering moet met zorgverzekeraars en de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) overleggen over de plicht om genoeg casemanagers voor dementie in te zetten. Nu worden deze hulpverleners vaak te laat ingeschakeld. Dit zorgt voor zwaardere zorgvragen en te veel druk op mantelzorgers. ››
De regering moet onafhankelijk advies vragen over nieuwe zorgwetten. De huidige algemene regels passen namelijk niet bij kleine zorgpraktijken (eerstelijnszorg). Door de wetten beter aan te passen aan de kenmerken van de eerstelijnszorg, wordt de administratieve druk voor zorgverleners verlaagd. ››
De regering moet afspraken maken met zorgverzekeraars over proactieve zorgbemiddeling. Dat betekent dat verzekeraars actief helpen bij het zoeken naar een arts. Dit is nodig omdat veel mensen geen huisarts kunnen vinden. Zo kan het tekort aan huisartsen worden aangepakt. ››
De regering moet geen extra kosten rekenen voor de wijkverpleging. Wijkverpleegkundigen bieden namelijk ook palliatieve zorg (zorg voor mensen die aan het einde van hun leven staan). Veel mensen willen graag thuis sterven. Financiële drempels mogen dit niet onmogelijk maken. ››
De regering moet onderzoeken of de tarieven van zorgverzekeraars voor fysiotherapie hoog genoeg zijn. Nu verdienen veel fysiotherapeuten te weinig om hun kosten te dekken. Dit kan leiden tot een tekort aan fysiotherapeuten in de toekomst. Dat is slecht voor de goede zorg en het voorkomen van ziektes. ››
De regering moet maatregelen nemen om de groei van investeringsmaatschappijen (private equity) in de mondzorg te stoppen. De grote afhankelijkheid van deze commerciële partijen vormt namelijk een groot risico voor de mondzorg. ››