28 mei om 21:00 - Goedkeuring van het op 23 mei 2024 te Abidjan tot stand gekomen Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust, met Bijlage (Trb. 2024, 68) (36700) + Goedkeuring van de op 17 oktober 2022 te Bali tot stand gekomen Uitgebreide Luchtvervoersovereenkomst tussen de lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2022, 132) (36634)
De regering moet bij nieuwe luchtvaartverdragen altijd een impactassessment uitvoeren. Een impactassessment is een onderzoek naar de gevolgen van een verdrag. Dit zorgt voor een zorgvuldige keuze. Zo weten we precies wat de gevolgen zijn voor de economie, het milieu, de veiligheid en de belastingbetaler. ››
De regering moet in alle nieuwe luchtvaartverdragen — afspraken tussen landen — bindende regels opnemen over veiligheid, het milieu en arbeidsomstandigheden. Zonder deze regels is er geen gelijk speelveld voor bedrijven. Dit is nodig om de luchtvaart wereldwijd toekomstbestendig te maken. ››
De regering moet het EU-ASEAN-verdrag (een handelsverdrag met landen in Zuidoost-Azië) niet officieel goedkeuren. Er moeten eerst nieuwe onderhandelingen komen voor bindende afspraken over milieu, vliegveiligheid en arbeidsomstandigheden. Dit is nodig voor eerlijke concurrentie en een betere controle op de afspraken. ››
De regering moet maatregelen nemen zodat woningcorporaties meer sociale huurwoningen en middenhuurwoningen kunnen bouwen. De prijzen voor grond en bouw zijn te hoog en vergunningen duren te lang. Hierdoor is er een groot tekort aan betaalbare woningen. ››
De regering moet landelijke maatregelen nemen tegen leegstand en woningspeculatie. Ook moeten gemeenten strengere regels krijgen om leegstaande panden aan te pakken. Tienduizenden woningen staan leeg terwijl honderdduizenden mensen wachten op een woning. Gemeenten hebben nu te weinig macht om dit effectief aan te pakken. ››
De regering moet extra maatregelen nemen om te voorkomen dat beleggers betaalbare woningen opkopen. Investeringsfondsen kopen nu steeds vaker huizen op, waardoor starters en middeninkomens steeds moeilijker een betaalbare woning kunnen vinden. ››
De regering moet buitenlandse pensioenfondsen duidelijk maken wanneer zij vrijgesteld zijn van de vennootschapsbelasting (VPB). Meer duidelijkheid zorgt voor meer investeringen in Nederland, zoals in de woningmarkt. ››
De regering moet tijdelijke huurcontracten weer toestaan. Onzekere regels en de belasting in Box 3 (belasting op vermogen) zorgen ervoor dat woningen leegstaan of worden verkocht. Beleggers hebben meer zekerheid nodig om te investeren. Zo blijven er genoeg huurwoningen beschikbaar voor mensen met een middeninkomen. ››
De regering moet onderzoeken of gasaansluitingen bij nieuwbouwwoningen weer mogelijk moeten worden gemaakt. Er is namelijk een tekort aan ruimte op het elektriciteitsnet (netcongestie). Dit zorgt voor vertraging bij de bouw van woningen. Door weer gas aan te sluiten, wordt de druk op het stroomnet verlaagd en kan de woningbouw sneller doorgaan. ››
De regering moet onderzoeken of studieschulden losgekoppeld kunnen worden van de berekening van een hypotheek. Veel jongeren en starters krijgen nu moeilijk een woning omdat hun studieschuld de maximale hypotheek verlaagt. Een studieschuld is een investering in de toekomst en mag geen barrière zijn voor het kopen van een huis. ››
De regering moet onderzoeken of de leeftijdsgrens voor de vrijstelling van de overdrachtsbelasting (belasting bij de koop van een huis) omhoog kan naar 40 of 45 jaar. Door de hoge huizenprijzen kopen steeds meer mensen hun eerste woning pas op latere leeftijd. De huidige grens van 35 jaar helpt daarom niet genoeg mensen om een eigen huis te kopen. ››
De regering moet de hypotheekrenteaftrek behouden. Dit is nodig voor de stabiliteit en zekerheid op de woningmarkt voor huidige en toekomstige huiseigenaren. ››
De regering moet meer landelijke regie voeren op de vergunningverlening voor bouwgrondstoffen. Er is te weinig zand, grind en klei beschikbaar omdat de vergunningen vastlopen. Dit belemmert de bouw van nieuwe woningen. De regering moet daarom een plan maken voor landelijke controle op de winning van deze stoffen. De adviesgroep STOER adviseert hiervoor actieve rijksregie. ››
De regering moet ingrijpen in Zuid-Holland om extra beperkingen op woningbouw buiten de stad te voorkomen. Ook moet de regering strenger sturen op de uitvoering van het landelijke bouwbeleid door provincies en gemeenten. De provincie moet namelijk 248.000 woningen bouwen voor 2030, maar er zijn tot nu toe pas 68.000 gebouwd. ››
De regering moet een doorstroomhypotheek mogelijk maken. Veel ouderen hebben veel geld in hun huidige huis (overwaarde), maar een laag inkomen door hun pensioen. Hierdoor is het lastig om een nieuwe hypotheek te krijgen. Een doorstroomhypotheek helpt ouderen om makkelijker te verhuizen naar een woning die beter bij hun situatie past. ››
De regering moet meer inzetten op kleine bouwlocaties bij dorpen, ook wel een «wijkje erbij» genoemd. Dit zorgt namelijk snel voor extra woningen en houdt dorpen levendig. De regering moet provincies en gemeenten daarom stimuleren om deze mogelijkheden vaker te gebruiken. ››
De regering moet meer regels schrappen en versoepelen voor de woningbouw. Dit is nodig om de wooncrisis aan te pakken. Dit kan bijvoorbeeld door een crisiswet bouwregelgeving in te voeren (een wet die bouwregels tijdelijk minder streng maakt). ››
De regering moet uiterlijk op Prinsjesdag duidelijkheid geven over de toekomst van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen (NFBK). Nu is het voor bouwers onduidelijk of er na 2027 nog geld beschikbaar is. Zonder deze duidelijkheid kunnen jongeren met een middeninkomen via de KoopStart-regeling hun kans op een betaalbare woning verliezen. ››
De regering moet de Woningwet aanpassen om de financiering van middenhuur via het WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) mogelijk te maken. De regering moet deze wijziging nog voor het einde van het jaar naar de Kamer sturen. ››
De regering moet Europese regels versoepelen om de bouw van huizen en wegen te versnellen. Huidige regels, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening, zorgen voor vertraging. Ook de MER-richtlijn (regels voor milieuonderzoek) moet simpeler worden. Zo kan er sneller worden gebouwd aan woningen en infrastructuur. ››