De regering moet regels opstellen voor de import van wapens en defensiematerieel. Dit is nodig om te voorkomen dat Nederland bijdraagt aan oorlogsmisdaden of schendingen van de mensenrechten. ››
De regering moet stoppen met nieuwe contracten bij Israëlische wapenbedrijven. Ook moet de afhankelijkheid van deze wapens zo snel mogelijk worden afgebouwd. Nederland mag namelijk geen geld geven aan een defensie-industrie die betrokken is bij oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen in Palestijns gebied. ››
De regering moet de controle op defensie-inkopen streng houden totdat de problemen zijn opgelost. De Algemene Rekenkamer ziet namelijk 4,3 miljard euro aan fouten bij de aanschaf van defensiematerieel. Er zijn problemen met de manier waarop Defensie spullen koopt en met fraude. Daarom moet de regering een verbeterplan maken voor eerlijke inkopen en het voorkomen van corruptie. ››
De regering moet een toekomstige militaire locatie, zoals een kazerne of oefenterrein, vernoemen naar Ted Meines. Hij is de grondlegger van het Nederlandse veteranenbeleid. Meines heeft zich decennialang ingezet voor de waardering en de rechten van Nederlandse veteranen. ››
De regering moet het inkoopproces van Defensie veranderen. Nu worden er vooral vaste spullen gekocht, terwijl er meer flexibiliteit nodig is. Door Nederlandse bedrijven vooraf te accreditere (goedkeuren), kan de krijgsmacht sneller hulp inschakelen. Zo kunnen bedrijven direct helpen bij problemen, waardoor de krijgsmacht sneller kan opschalen. ››
De regering moet de Europese regels voor aanbestedingen aanpassen. Dit zorgt voor eerlijke concurrentie tussen bedrijven. Het voorkomt ook dat vijandige landen de productie van belangrijke onderdelen voor defensie blokkeren. ››
De regering moet de samenwerking in Defport zo inrichten dat de defensie-industrie sneller kan groeien en innoveren. Dit moet door actieplannen te maken, nieuwe contracten te ontwikkelen en knelpunten op te lossen. Ook moet de 4TU (een samenwerkingsverband van technische universiteiten) een eigen plek krijgen om technologische vernieuwing te versnellen. ››
De regering moet binnen twee jaar stoppen met het gebruik van Palantir en overstappen op een Europees alternatief. Defensie gebruikt dit systeem nu binnen de NAVO via het Maven Smart System (MSS). Met dit systeem werken wapensystemen van verschillende landen met elkaar samen. ››
De regering mag geen extra stappen zetten in het CCA-programma zonder de Kamer te informeren. Het CCA-programma is een Amerikaans project voor onbemande gevechtsvliegtuigen. Investeringen in dit Amerikaanse plan maken een Europees alternatief minder geloofwaardig. Europa heeft eigen onbemande vliegtuigen nodig voor de veiligheid en zelfstandigheid. ››
De regering moet de Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit (DIOA) zo inrichten dat deze Europees schaalbaar is. De DIOA helpt bij het opschalen van nieuwe technieken voor defensie. Door direct samen te werken met de Europese Unie (EU), kan het bureau effectiever gebruikmaken van de kennis, het talent en de middelen uit heel Europa. ››
De regering moet bij de aanschaf van nieuwe militaire uitrusting kiezen voor de beste en snelste spullen. De veiligheid van militairen en de noodzaak van een opdracht zijn belangrijker dan politieke voorkeuren. Zo blijven Nederlandse militairen goed beschermd en de nationale veiligheid gegarandeerd. ››
De regering moet bij de inkoop van materieel voor Defensie altijd laten zien welke risico's tussenpersonen met zich meebrengen. Het gebruik van bemiddelaars kan namelijk zorgen voor onbetrouwbare situaties of afhankelijkheid. Duidelijkheid over de besteding van belastinggeld is nodig om het draagvlak voor de hogere defensie-uitgaven te houden. ››
De regering moet een pilotproject starten voor de ontwikkeling van een prototype collaborative combat aircraft (onbemande gevechtsvliegtuigen die samenwerken met bemande toestellen). Onbemande systemen zijn cruciaal voor de slagvaardigheid van Defensie. De Nederlandse industrie heeft de nodige technologie en kennis al grotendeels in huis. ››
2 juli | D66, CDA, SGP, Volt, VVD | Aangenomen: 144–6 |
De regering moet de regelingen voor militairen van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) verbeteren. Deze militairen beveiligen diplomaten in gevaarlijke gebieden. Nu krijgen zij vaak andere toelagen of nazorg dan militairen bij reguliere uitzendingen. Dit is niet eerlijk, omdat zij dezelfde risico's lopen. De regering moet de verschillen tussen Defensie en Buitenlandse Zaken herstellen. ››
De regering moet direct stoppen met het diversiteitsbeleid (DEI: diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie) bij Defensie. Er mogen geen nieuwe quota of verplichte trainingen meer komen. Ook moet in officiële teksten het biologische verschil tussen man en vrouw worden gebruikt. Dit beleid verzwakt de krijgsmacht en brengt de veiligheid van Nederland in gevaar. ››
De regering moet de Defensie Conditie Proef (DCP) hervormen naar eisen die passen bij de functie van een militair. Militairen moeten namelijk beoordeeld worden op hun inzetbaarheid voor hun werk, en niet op hun geslacht of leeftijd. ››
De regering moet de Regeling faciliteiten Turkse dienstplicht defensieambtenaren (RFTDD) stopzetten. Dit moet tijdens het eerstvolgende gesprek over de arbeidsvoorwaarden van Defensie. Nederlands belastinggeld en middelen van Defensie mogen namelijk niet worden gebruikt voor een buitenlandse dienstplicht. ››
De regering moet het makkelijker maken voor mensen om een hybride loopbaan te hebben. Dit betekent dat zij deeltijd militair kunnen zijn en daarnaast een baan hebben bij een bedrijf of de overheid. Het personeel van de krijgsmacht moet namelijk flink groeien. Zo brengt de krijgsmacht ook nieuwe kennis en ervaring uit het bedrijfsleven direct binnen. ››
De regering moet een concreet doel en een tijdplan vaststellen voor het aantal vrouwelijke beroepsmilitairen. Nu is slechts 12,8% van de beroepsmilitairen vrouw. Dat is veel minder dan de algemene doelstelling van 30% vrouwen binnen Defensie. ››
De regering moet een sterker plan maken voor inclusie, sociale veiligheid en het bestrijden van discriminatie binnen de krijgsmacht. Veel personeel ervaart namelijk discriminatie en grensoverschrijdend gedrag. Dit is een probleem voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht, omdat het behoud van personeel essentieel is. ››