31 maart, Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34) (36684)

Vereenvoudiging RI&E voor werkgevers

De regering moet deze zomer concrete plannen presenteren om de RI&E te vereenvoudigen. De RI&E is een verplicht veiligheidsonderzoek op de werkvloer. De huidige regels zijn onnodig ingewikkeld en zorgen voor veel regeldruk. Een simpelere aanpak scheelt ondernemers tijd en geld. ›› 
31 maart | VVD, SGP | Aangenomen |
Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34)
De kamer, overwegende dat ondernemers veel onnodige regeldruk ervaren; constaterende dat voor veel ondernemers de RI&E onnodig ingewikkeld is geworden; overwegende dat de Kamer meerdere moties van de leden Kisteman en Flach over de RI&E heeft aangenomen; verzoekt de regering om uiterlijk voor de zomer van dit jaar de Kamer te informeren over concrete voorstellen voor modernisering en vereenvoudiging van de (Aanvullende) RI&E-verplichtingen; verzoekt de regering daarbij om de suggesties uit eerder genoemde moties en relevante toezeggingen over de Aanvullende RI&E-verplichtingen mee te nemen, met bijzondere aandacht voor regeldruk voor werkgevers, en daarbij zowel de suggesties uit eerder aangenomen moties als relevante en efficiënte alternatieven uit andere EU-lidstaten te betrekken.

Bescherming tegen werkgerelateerd geweld uitbreiden

De regering moet de Arbowet uitbreiden naar ILO-conventie 190. Deze internationale norm beschermt werknemers tegen geweld en intimidatie op alle werkgerelateerde plekken en momenten. De huidige Arbowet geldt hier niet overal voor, waardoor bescherming ontbreekt bij zaken als woon-werkverkeer en digitale werkcommunicatie. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Verworpen |
Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34)
De kamer, overwegende dat ILO-conventie 190 volgens artikel 3 van toepassing is op geweld en intimidatie in de arbeidssfeer tijdens, in verband met of als gevolg van het werk, waar volgens het verdrag ook de werkplek, plaatsen waar de werknemer wordt betaald, werkgerelateerde reizen, opleidingen, evenementen of sociale activiteiten, werkgerelateerde communicatie, met inbegrip van communicatie die mogelijk wordt gemaakt door informatieen communicatietechnologieën, de door de werkgever verstrekte accommodatie en het woon-werkverkeer onder vallen; constaterende dat de Arbowet nog niet op al deze plekken en momenten van toepassing is; verzoekt de regering verdere wetgeving uit te werken die de wet- en regelgeving in lijn brengt met ILO-conventie 190, de Kamer rond de zomer over de inhoud hiervan te informeren en wetgeving aan het einde van 2026 aan de Kamer aan te bieden.

Uitbreiding Arbowet naar ILO-conventie 190

De regering moet de Arbowet (wet veiligheid op het werk) uitbreiden naar ILO-conventie 190. Nu vallen stagiairs, vrijwilligers en werkzoekenden buiten deze bescherming. Iedereen die werkt of studeert verdient een veilige werkvloer zonder geweld en pesten. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Verworpen |
Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34)
De kamer, overwegende dat ILO-conventie 190 volgens artikel 2 werknemers en andere personen in de wereld van werk beschermt, met inbegrip van werknemers, zoals gedefinieerd door de nationale wetgeving en praktijk, alsook werkende personen, ongeacht hun contractuele status, personen in opleiding, met inbegrip van stagiairs en leerlingen, werknemers van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd, vrijwilligers, werkzoekenden en sollicitanten, en personen die het gezag, de taken of de verantwoordelijkheden van een werkgever uitoefenen; constaterende dat de Arbowet nog niet op al deze doelgroepen van toepassing is; verzoekt de regering verdere wetgeving uit te werken die de wet- en regelgeving in lijn brengt met ILO-conventie 190, de Kamer rond de zomer over de inhoud hiervan te informeren en wetgeving aan het einde van 2026 aan de Kamer aan te bieden.
31 maart, Tweeminutendebat Nieuw financieringsstelsel kinderopvang (31322-573)

Behoud arbeidseis kinderopvangtoeslag

De regering moet de arbeidseis voor de kinderopvangtoeslag behouden. De regeling stelt ouders in staat werk en zorg te combineren. De toeslag stimuleert daarom betaald werk. Deze voorwaarde is nodig om dat doel te bereiken. ›› 
31 maart | PVV | Aangenomen: 108–42 |
Kinderopvang
De kamer, overwegende dat kinderopvang als hoofddoel heeft dat ouders werk en zorg voor hun kind kunnen combineren; overwegende dat de kinderopvangtoeslag dus een instrument is voor het stimuleren van arbeidsparticipatie; verzoekt de regering om de arbeidseis in de kinderopvangtoeslag te handhaven.

Voorbereiding vraagstijging kinderopvang

De regering moet samen met de kinderopvangbranche kijken hoe de opvangcapaciteit omhoog kan en daar voor de zomer over rapporteren. Bijna gratis kinderopvang leidt tot een forse vraagstijging. De sector kampt nu al met te weinig personeel. Tijdige voorbereiding is nodig voor goede en toegankelijke opvang. ›› 
31 maart | CDA | Aangenomen: 136–14 |
Kinderopvang
De kamer, constaterende dat de invoering van bijna gratis kinderopvang naar verwachting zal leiden tot een aanzienlijke stijging van de vraag naar kinderopvang, terwijl de sector nu al kampt met personeelstekorten en capaciteitsdruk; overwegende dat het tijdig voorbereiden op deze vraagstijging essentieel is om toegankelijkheid en kwaliteit van de kinderopvang te waarborgen; overwegende dat naast reguliere maatregelen ook creatieve oplossingen kunnen worden gezocht, bijvoorbeeld het parttime inzetten van gepensioneerden, leerwerkconstructies voor studenten pedagogiek en pabo, versterken en uitbreiden van het aanbod van gastouders, het slimmer digitaal matchen van vraag en aanbod enzovoorts; verzoekt de regering samen met de sector nogmaals te zoeken naar creatieve oplossingen die kunnen bijdragen aan het vergroten van de capaciteit, en daar voor de zomer over te rapporteren.

Kosten innen kinderopvangbijdrage in kaart brengen

De regering moet de uitvoeringskosten in kaart brengen voor het innen van de 4% eigen bijdrage in de kinderopvang. Ouders betalen dit bedrag zelf voor opvang. De huidige inningskosten zijn onduidelijk. Inzicht hierin is nodig om de efficiëntie van de regeling te beoordelen. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Verworpen: 42–108 |
Kinderopvang
De kamer, verzoekt de regering om in kaart te brengen wat de uitvoeringskosten zijn van het innen van de 4% eigen bijdrage in de kinderopvang, en de Kamer hierover te informeren voor het meireces.

Koppeling kinderopvang en onderwijs

De regering moet plannen maken om kinderopvang en onderwijs samen te voegen, met de Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen als basis. Een gecombineerd publiek stelsel van opvang en scholen helpt kinderen zich beter te ontwikkelen. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Verworpen: 35–115 |
Kinderopvang
De kamer, constaterende dat integrale publieke kinderopvang en onderwijs goed zijn voor de ontwikkeling van kinderen; verzoekt de regering in kaart te brengen welke stappen nodig zijn om te komen tot een integraal stelsel van kinderopvang en onderwijs, en daarbij de Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen te betrekken, en de Kamer hierover te informeren voor het meireces.

Planning wet kinderopvang

De regering moet vóór het reces in mei een brief sturen met de planning van de Wet herziening financieringsstelsel kinderopvang. Er is nu onduidelijk wanneer deze wet naar de Tweede Kamer komt. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Aangenomen: 120–30 |
Kinderopvang
De kamer, constaterende dat onduidelijk is wanneer de Wet herziening financieringsstelsel kinderopvang naar de Kamer komt; verzoekt de regering om voor het meireces een procesbrief naar de Kamer te sturen met daarin de planning van het wetstraject van de Wet herziening financieringsstelsel kinderopvang.

Kosten en aanbod tussenschoolse opvang in kaart

De regering moet per regio in kaart brengen hoeveel basisscholen tussenschoolse opvang aanbieden en tegen welke kosten. Betaald overblijven vormt een financiële drempel voor ouders. Inzicht in het aanbod en de prijzen is nodig om deze drempel te verlagen. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Verworpen: 32–118 |
Kinderopvang
De kamer, overwegende dat betaald overblijven een financiële drempel kan vormen voor ouders; verzoekt de regering om per regio in kaart te brengen bij hoeveel van de basisscholen sprake is van tussenschoolse opvang en tegen welke kosten ouders hier gebruik van kunnen maken, en de Kamer hierover te informeren voor het meireces.
31 maart, Tweeminutendebat Uitvoering sociale zekerheid (CD 17/12)

Stop verdere verhoging energiebelasting op gas

De regering moet stoppen met het verhogen van de energiebelasting op gas. Nederland heeft de hoogste belasting op gas van Europa. Veel huishoudens kunnen nog niet overstappen. Zij betalen meer vaste lasten zonder minder te stoken. Dit drijft mensen met lage en middeninkomens in armoede. ›› 
31 maart | JA21 | Aangenomen: 82–68 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat de energierekening een belangrijke factor is in de recente stijging van armoede in Nederland; constaterende dat Nederland de hoogste energiebelasting op gas van Europa heft, bedoeld om aardgasgebruik te ontmoedigen, terwijl het overgrote deel van de huishoudens en bedrijven nog afhankelijk is van een aardgasaansluiting; overwegende dat voor veel huishoudens en ondernemers geen reëel alternatief voor gas beschikbaar is, waardoor verdere verhoging van de energiebelasting op gas direct leidt tot hogere vaste lasten zonder gedragsalternatief; overwegende dat juist huishoudens met lage en middeninkomens onevenredig hard getroffen worden door dergelijke lastenverzwaringen; verzoekt de regering af te zien van verdere verhogingen van de energiebelasting op gas.

Cliëntenraad uitkeringen meer invloed geven

De minister moet de positie van de Landelijke Cliëntenraad structureel versterken. Deze raad komt op voor mensen met een uitkering. Hun signalen zijn nodig om beleid te verbeteren en problemen bij het UWV, de instantie die uitkeringen regelt, te voorkomen. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Aangenomen: 117–33 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat de Landelijke Cliëntenraad een belangrijke rol vervult in het vertegenwoordigen van mensen die afhankelijk zijn van sociale zekerheid en de uitvoering door onder andere het UWV; overwegende dat de ervaringen en signalen van cliënten essentieel zijn voor het verbeteren van beleid en uitvoering en dat het eerder opmerken van signalen problemen kan voorkomen; verzoekt de Minister te bezien hoe de positie en betrokkenheid van de Landelijke Cliëntenraad bij beleidsvorming en uitvoering structureel kan worden versterkt, hierop actie te ondernemen, en de Kamer hierover binnen een halfjaar te informeren.

Gevolgen WIA-fouten voor pensioen

De Minister moet onderzoeken of de compensatie voor WIA-dagloonfouten (dagloon bij arbeidsongeschiktheid) ook pensioenverliezen dekt. Het UWV corrigeert de administratie niet met terugwerkende kracht. Pensioenfondsen missen daardoor gegevens om uitkeringen aan te passen. De gevolgen voor deelnemers moeten eerst in kaart worden gebracht. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Aangenomen: 150–0 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat fouten in de vaststelling van het WIA-dagloon gevolgen kunnen hebben voor de hoogte van arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrije pensioenopbouw bij pensioenfondsen; overwegende dat het UWV voornemens is deze fouten te herstellen via financiële compensatie zonder het WIA-dagloon met terugwerkende kracht te corrigeren in de polisadministratie, waardoor pensioenfondsen niet over de juiste brongegevens beschikken om hun administratie en uitkeringen correct aan te passen; verzoekt de Minister te onderzoeken en te onderbouwen in hoeverre de effecten voor arbeidsongeschiktheidspensioendeelnemers worden meegenomen in de compensatieregeling, en de Kamer hierover te informeren vóór vaststelling van de compensatieregeling.

Minimumloon voor werkende Wajongers

De regering moet ervoor zorgen dat werkende Wajongers minimaal het wettelijke minimumloon ontvangen. Wajongers zijn burgers met een arbeidsbeperking. Zij leveren een waardevolle bijdrage aan de maatschappij en werken moet voor hen eerlijk lonen. ›› 
31 maart | 50PLUS | Aangenomen: 142–8 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, overwegende dat Wajongers van waarde zijn voor de maatschappij; overwegende dat Wajongers naar vermogen hun steentje bijdragen; overwegende dat werken moet lonen, ook voor Wajongers; verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat werkende Wajongers (met en zonder arbeidsvermogen) minimaal het minimumloon betaald krijgen.

Onderzoek naar automatische toeslagen

De regering moet onderzoeken hoe gemeenten en de Belastingdienst gegevens uitwisselen. Hiermee regelt de overheid toeslagen en steun voortaan automatisch. Burgers krijgen nu vaak financiële problemen omdat zij steun niet zelf aanvragen. De overheid heeft de inkomensgegevens al. Geld mag nooit een reden zijn om mensen niet te helpen. ›› 
31 maart | CU | Aangenomen: 136–14 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat niet-gebruik van inkomensregelingen en toeslagen ervoor kan zorgen dat mensen onnodig in financiële problemen komen en niet-gebruik dus bestreden moet worden; constaterende dat de overheid over vrijwel alle inkomens- en vermogensgegevens beschikt die nodig zijn om inkomensregelingen aan te vragen, maar dat burgers die zelf niet eenvoudig kunnen inzien en gebruiken voor de aanvraag van regelingen; spreekt uit dat mogelijke budgettaire gevolgen nooit reden kunnen zijn om niet-gebruik van regelingen niet tegen te gaan; verzoekt de regering om te verkennen hoe, naast de Wet proactieve dienstverlening SZW, niet-gebruik verder tegengegaan kan worden en daarbij ook gegevensuitwisseling tussen gemeenten en de Belastingdienst/Dienst Toeslagen mogelijk te maken, en de Kamer hierover te informeren.

Nieuwe kindregeling beschermt lage inkomens

De regering moet voorkomen dat lage inkomens er financieel op achteruitgaan door de nieuwe kindregeling. Het kindgebonden budget en de kinderbijslag worden samengevoegd. Dit mag niet leiden tot meer armoede. Lage inkomens krijgen compensatie, bijvoorbeeld via belastingvoordelen. ›› 
31 maart | CU, SGP | Aangenomen: 142–8 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat er een brede politieke wens is om de inkomensonzekerheid van veel huishoudens te verminderen door de huidige toeslagen, waaronder het kindgebonden budget, te vervangen; overwegende dat dit kabinet het kindgebonden budget en de kinderbijslag wil samenvoegen tot één kindregeling; overwegende dat de Kamer heeft uitgesproken dat de armoede niet mag stijgen; verzoekt de regering er in het uiteindelijke wetsvoorstel voor de nieuwe kindregeling voor te zorgen dat de inkomenseffecten voor lage inkomens niet negatief zullen zijn, bijvoorbeeld via flankerend fiscaal beleid.
31 maart, Tweeminutendebat WIA-problematiek (CD 21/1)

Flexibel inzetten verzekeringsartsen

De regering moet mogelijkheden zoeken om verzekeringsartsen flexibel bij het UWV in te zetten. Het UWV kampt met een groot tekort aan artsen voor WIA-beoordelingen (arbeidsongeschiktheid). De helft van de zelfstandige artsen vertrok na de aanpak van schijnzelfstandigheid. Deze experts zijn hard nodig om de begeleiding van langdurig zieke werknemers te garanderen. ›› 
31 maart | JA21 | Aangenomen: 124–26 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat het UWV kampt met een structureel tekort aan verzekeringsartsen; constaterende dat door de bestrijding van schijnzelfstandigheid van de zelfstandige verzekeringsartsen de helft daarvan is vertrokken; overwegende dat alle beschikbare medische capaciteit nodig is voor de uitvoering van de WIA; verzoekt de regering om binnen de geldende wet- en regelgeving te zoeken naar constructies waarbij verzekeringsartsen ook buiten een vast dienstverband kunnen worden ingezet voor medische beoordelingen.

Inzicht in en controle op UWV-uitkeringen

De regering moet mensen met een uitkering hun UWV-berekening en medische keuring laten controleren. Nu is vaak onduidelijk hoe bedragen tot stand komen. Fouten blijven daardoor lang onzichtbaar. Met open inzicht signaleren mensen problemen eerder. Dit zorgt voor snellere gesprekken en oplossingen. Het UWV moet burgers tijdens het proces betrekken en een helder meldpunt voor fouten inrichten. ›› 
31 maart | GL-PvdA | Aangenomen: 150–0 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat de Algemene Rekenkamer aanbeveelt om het voor uitkeringsgerechtigden mogelijk te maken om de plausibiliteit van hun beoordeling en uitkering te checken; overwegende dat werknemers daarmee beter kunnen volgen en begrijpen wat het UWV doet, zodat zij eerder aan de bel kunnen trekken wanneer er fouten worden gemaakt, signalen sneller bij het UWV terechtkomen, eerder met mensen in gesprek gegaan kan worden en oplossingen eerder tot stand kunnen komen; verzoekt de regering de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer over te nemen en het voor de uitkeringsgerechtigden mogelijk te maken de plausibiliteit van de beoordeling en onderliggende berekening als het gaat om de daglonen, de uitkeringshoogte en de sociaal-medische beoordeling te controleren; verzoekt de regering er daarom voor zorg te dragen dat werknemers op verschillende momenten in het beoordelingsproces meegenomen worden en een ingang hebben voor vragen en signalen over mogelijke fouten en bij het organiseren hiervan de cliëntenraad en vakbonden te betrekken.

Vaste uitkering bij ernstige ziekte

De regering moet zorgen voor vaste inkomenszekerheid bij ernstige, ongeneeslijke ziekten. Patiënten hebben vrijwel geen kans op herstel. Herkeuringen veroorzaken onnodige stress en financiële onzekerheid. Medische gegevens gaan direct naar keuringsartsen voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering (inkomen bij ziekte of letsel). ›› 
31 maart | D66, CU | Aangenomen: 150–0 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat bij arbeidsongeschiktheid in bepaalde gevallen kans op herstel en daarmee bijstelling van het AO-percentage uit te sluiten is, bijvoorbeeld bij een limitatieve lijst van progressieve ziekten; overwegende dat in het kader van toekomstige hervormingen van het AO-stelsel ook zal moet worden gekeken naar de mate van inkomenszekerheid voor deze groep; verzoekt de regering te bevorderen dat medische diagnoses beter gedeeld worden met keuringsartsen om (her)keuringen versneld af te kunnen doen; verzoekt de regering om maatregelen uit te werken die bijdragen aan meer inkomenszekerheid voor AO-ontvangers waarvoor kans op herstel nagenoeg is uitgesloten, bijvoorbeeld door een lijst ernstige, progressieve ziekten vast te stellen op basis waarvan een medische diagnose afdoende is om herkeuringen te voorkomen.

Stop bezuinigen op arbeidsongeschiktheid

De regering moet stoppen met bezuinigen op arbeidsongeschiktheidsregelingen. Dit zijn uitkeringen voor mensen die door ziekte of letsel niet kunnen werken. Bezuinigen lost de huidige problemen niet op. Het kabinet moet de onderliggende knelpunten direct aanpakken. ›› 
31 maart | SP, GL-PvdA | Verworpen: 60–90 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat het kabinet van plan is te bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen; constaterende dat dit geen oplossing is voor de huidige knelpunten binnen de arbeidsongeschiktheidsregelingen; verzoekt de regering niet te bezuinigen op arbeidsongeschiktheidsregelingen, maar de knelpunten echt aan te pakken.

Onderzoek naar meer basisbanen voor werkzoekenden

De regering moet onderzoeken hoe meer werkplekken bij sociaal ontwikkelbedrijven (organisaties die helpen bij werk) en basisbanen bij gemeenten mogelijk zijn. 120.000 mensen vinden nu geen passende baan. Deze banen zijn de oplossing. ›› 
31 maart | SP | Aangenomen: 104–46 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat 120.000 mensen geen passende baan kunnen vinden; constaterende dat basisbanen en banen bij sociaal ontwikkelbedrijven een oplossing kunnen bieden; verzoekt de regering te onderzoeken welke mogelijkheden en knelpunten er zijn om het aantal werkplekken bij sociaal ontwikkelbedrijven en het aantal basisbanen bij gemeenten uit te breiden.