Het kabinet moet zorgen dat leerlingen in het funderend onderwijs (basisonderwijs en middelbare school) geen achterstanden hebben in taal en rekenen. Het mbo is namelijk bedoeld voor beroepsopleidingen en niet om basisvaardigheden in te halen. ››
Het kabinet moet uiterlijk begin 2027 de schoolkosten voor mbo-studenten (middelbaar beroepsonderwijs) flink verlagen. Veel studenten geven honderden euro's uit aan spullen zoals boeken en gereedschap. Dit is een te grote kostenpost voor gezinnen. Goed opgeleide vakmensen zijn bovendien hard nodig voor Nederland. ››
De regering moet bij het mbo-bekostigingsbesluit (de regels voor de financiering van het mbo) een stap zetten om mbo-onderwijs gratis te maken. Veel studenten hebben namelijk moeite om rond te komen. De hoge kosten voor zaken als boeken, kleding en licenties zorgen er soms voor dat zij voortijdig stoppen met hun opleiding. ››
De regering moet onderzoeken hoe er meer stageplekken kunnen komen voor mbo-studenten in sectoren met personeelstekort. Nu moeten scholen te weinig studenten toelaten omdat er te weinig stageplekken en begeleiders zijn. Als dit niet verandert, wordt het tekort aan personeel in deze sectoren alleen maar groter. ››
De regering moet de goedkeuring van stageplekken door de SBB (de organisatie die stages keurt) versoepelen en versnellen. Nederland heeft dringend vakmensen nodig. Nu kunnen mbo-studenten van verwante opleidingen niet op alle stageplekken terecht door de huidige regels. Door deze regels te versoepelen, komen er meer mogelijkheden voor stages. ››
De regering moet onderzoeken of het studentenreisproduct (de reisvergoeding voor studenten) een brede mobiliteitskaart kan worden. Goed bereikbaar onderwijs is erg belangrijk. Extra vervoersmiddelen, zoals deelfietsen en deelscooters, helpen studenten om makkelijker bij hun school te komen. ››
De regering moet mbo-studenten dezelfde studiefinanciering en reisopties geven als hbo- en wo-studenten. Mbo-studenten hebben namelijk dezelfde kosten voor hun dagelijkse leven als studenten aan hogere opleidingen. Ook leveren zij een onmisbare bijdrage aan de samenleving. Discriminatie op basis van het type opleiding is onacceptabel. ››
De regering moet mbo-studenten betrekken bij de nationale talentstrategie. Dit plan moet zorgen dat het onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt. Studenten moeten zelf kunnen meepraten over hun toekomst. Alleen zo weet de overheid wat zij nodig hebben voor een goede studiekeuze. ››
De regering moet ondersteuning bieden voor beveiligingsmaatregelen bij moskeeën en islamitische instellingen. Deze gebouwen zijn vaak het doelwit van vernielingen, bedreigingen en intimidatie. Religieuze instellingen moeten een veilige plek zijn voor bezoekers en gelovigen. ››
De regering moet een nationale coördinator instellen tegen moslimhaat en islamofobie (angst of vooroordelen tegen moslims). Moslimhaat vormt een ernstige bedreiging voor de veiligheid en de vrijheid van burgers. ››
De regering moet een landelijke aanpak maken tegen moslimhaat en islamofobie (haat tegen moslims). Moskeeën en islamitische instellingen worden namelijk vaak bedreigd of vernield. Een goede strategie is nodig om dit te voorkomen en slachtoffers beter te beschermen. ››
De regering moet bij het programma Preventie met Gezag alleen nog geld geven aan maatregelen die echt werken. Dit geld moet specifiek naar jongeren gaan die een groot risico lopen om crimineel te worden. Veel huidige hulpmaatregelen blijken namelijk niet effectief te zijn. ››
De regering moet samen met het Centrum Seksueel Geweld, de politie en het Openbaar Ministerie een centrale plek maken voor de intake en beoordeling van slachtoffers. Er is te weinig personeel voor alle zedenzaken. Ook is een strafproces niet voor iedereen de beste hulp. Deze aanpak helpt slachtoffers de juiste zorg te krijgen en gebruikt de tijd van de politie beter. ››
De regering moet wettelijk vastleggen dat slachtoffers van huiselijk geweld die dat willen, actief worden geïnformeerd tijdens het strafproces. Veel slachtoffers leven lang in angst omdat zij niet weten wat er na een aangifte gebeurt. Zij moeten weten wanneer een verdachte wordt gearresteerd, wanneer de vervolging begint en wanneer de rechter een uitspraak doet. ››
De regering moet de landelijke regie op de aanpak van criminaliteit versterken. Criminaliteit houdt zich namelijk niet aan de grenzen van een gemeente. Veel gemeenten kunnen de misdaad daarom niet meer alleen aan. De Minister heeft meer macht en nieuwe wetten nodig om de veiligheid in het hele land beter te regelen. ››
De regering moet de wet aanpassen zodat de politie zelfstandig mag beslissen over de inzet van speciale eenheden en geweldsmiddelen bij grote verstoringen van de openbare orde. Nu moet de politie wachten op toestemming van de gemeente. Die vertraging zorgt voor meer geweld en gevaar voor burgers en hulpverleners. ››
De regering moet duidelijke doelen stellen voor de strafrechtketen (de keten van politie, justitie en rechtbanken). De samenwerking verloopt nu niet goed en er is te weinig inzicht in de resultaten. Zonder doelen is het onmogelijk om de keten goed aan te sturen. De regering moet ook jaarlijks laten zien wat de gevolgen zijn als deze doelen niet worden gehaald. ››
De regering moet een systeem maken om de voortgang van de Nationale Veiligheid Strategie landelijk te volgen. Nu kijken ministeries alleen naar hun eigen plannen. Dat is niet genoeg, want voor goede veiligheid moeten alle maatregelen goed samenwerken. De regering moet ook vertellen hoe de NCTV (de coördinator van veiligheid) hier een rol in krijgt. ››
De regering moet meetbare doelen en tijdpaden opnemen in het deltaplan strafrechtketen. Dit plan moet de wachttijden in de strafrechtketen (het proces van politie tot rechtspraak) verkorten. Nu ontbreken concrete doelen om de voortgang te meten. Alleen met duidelijke afspraken kan het strafrecht blijvend verbeteren. ››
De regering moet regelmatig laten zien hoe lang de verschillende fasen van een strafproces duren. Nu is het onduidelijk waar in de strafrechtketen (de reeks stappen in een strafzaak) de vertragingen precies ontstaan. Zonder dit inzicht is het niet mogelijk om de doorlooptijden te verkorten. ››