De regering moet onmiddellijk alle verblijfsvergunningen van Syriërs intrekken en ervoor zorgen dat zij direct terugkeren naar Syrië. Deze vergunningen zijn tijdelijk, dus kunnen worden beëindigd. ››
23 maart | PVV
| Verworpen: 43–107 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
De kamer,
verzoekt de regering onmiddellijk over te gaan tot het intrekken van alle
tijdelijke verblijfsvergunningen van Syriërs en ervoor te zorgen dat Syriërs
direct terugkeren naar Syrië.
Sluiten De regering moet een volledige asielstop afkondigen. Een asielstop kost geen geld en stroomt de instroom van asielzoekers naar nul. ››
23 maart | PVV
| Verworpen: 42–108 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
De kamer,
constaterende dat het Europese Asiel- en Migratiepact een grote flop is en
de massale instroom van gelukszoekers niet stopt, maar alleen probeert te
verdelen over Europa of af te kopen met ons belastinggeld;
van mening dat herverdelen en afkopen capitulatie is aan Brussel en de
asielindustrie, terwijl een asielstop gratis is en instroom stopt;
verzoekt de regering per direct onze eigen grenzen te sluiten, een
volledige asielstop af te kondigen en alle vormen van herverdeling en
afkoop in het Europese Asiel- en Migratiepact af te wijzen.
Sluiten De regering moet in Europa zorgen dat landoppervlak en bevolkingsdichtheid meetellen bij de verdeling van asielopvang. Nu draagt Nederland, ondanks zijn kleine oppervlak, een te groot deel omdat alleen bbp en inwoneraantal worden meegerekend. ››
23 maart | BBB, CU
| Aangenomen: 123–27 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
De kamer,
constaterende dat het solidariteitsmechanisme binnen het Migratiepact is
gebaseerd op het bruto binnenlands product en het inwonersaantal van
een lidstaat;
overwegende dat Nederland een relatief hoog bruto binnenlands product
heeft en een groot aantal inwoners op een relatief klein oppervlak;
overwegende dat dit ertoe leidt dat Nederland naar verhouding een
onevenredig aandeel levert in de opvang binnen de solidariteitspool;
overwegende dat relevante factoren voor een eerlijke spreiding, zoals
landoppervlak en bevolkingsdichtheid, momenteel geen onderdeel
uitmaken van dit mechanisme;
verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te spannen dat
naast het bbp en het inwonersaantal ook landoppervlak en bevolkingsdichtheid in belangrijke mate worden meegewogen in het solidariteitsmechanisme.
Sluiten De regering moet een plan maken voor het geval andere EU-landen het asiel- en migratiepact niet naleven; als zij structureel tekortschieten en Nederland onevenredig belast wordt, moet zij het pact niet langer blind uitvoeren. Want Nederland draagt nu al onevenredig de lasten wanneer anderen hun verplichtingen niet nakomen. ››
23 maart | BBB
| Aangenomen: 87–63 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
De kamer,
constaterende dat het EU-Asiel- en Migratiepact alleen kan functioneren
als alle lidstaten hun verplichtingen daadwerkelijk nakomen;
constaterende dat eerdere Europese afspraken, zoals de Dublinverordening, structureel zijn ondermijnd doordat lidstaten hun verplichtingen
niet naleefden, terwijl Nederland zich wel aan de regels hield en daardoor
onevenredig werd belast;
overwegende dat ook onder het huidige pact afdwinging en sancties
ontbreken wanneer lidstaten hun verantwoordelijkheden niet nakomen;
overwegende dat het onaanvaardbaar is dat Nederland opnieuw de
gevolgen draagt van het falen van andere lidstaten;
verzoekt de regering te komen met een plan van aanpak voor het geval
andere lidstaten het pact niet of niet volledig naleven, en indien structurele niet-naleving aanhoudt en Nederland daardoor onevenredig wordt
belast, niet langer onvoorwaardelijk uitvoering te geven aan het pact.
Sluiten De regering moet ervoor zorgen dat bij dezelfde overtreding onder de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) slechts één boete wordt opgelegd. Dit voorkomt dubbele sancties voor hetzelfde feit en beschermde belang. ››
23 maart | JA21
| Aangenomen: 150–0 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat entiteiten die onder zowel de Cyberbeveiligingswet als
de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten vallen met meerdere bevoegde
autoriteiten te maken kunnen krijgen en dat in het dossier is gewezen op
het risico van meervoudige beboeting voor hetzelfde feitencomplex;
overwegende dat effectieve handhaving niet mag ontaarden in dubbel
punitief optreden voor dezelfde feiten en hetzelfde beschermde belang;
verzoekt de regering om bij de uitwerking van samenwerkingsafspraken,
handhavingsbeleid en lagere regelgeving te borgen dat voor hetzelfde
feitencomplex en hetzelfde beschermde belang niet meer dan één
punitieve sanctie wordt opgelegd onder de Cbw en de Wwke, en de
Kamer vóór de inwerkingtreding te informeren hoe dit is geborgd.
Sluiten De regering moet de Kamer halfjaarlijks vertrouwelijk en geaggregeerd informeren over de toepassing van artikel 34 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en over leveranciersmaatregelen, met gegevens over aantallen, sectoren, de aard van het risico en de stand van bezwaar- en beroepsprocedures. Dit laat de Kamer toezicht houden zonder veiligheid of bedrijfsbelangen te schaden. ››
23 maart | JA21
| Aangenomen: 149–1 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (PbEU 2022, L 333) (Wet weerbaarheid kritieke entiteiten)
De kamer,
constaterende dat artikel 34 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten
een ruime vertrouwelijkheidsregeling bevat en dat bij of krachtens de
Wwke leveranciersmaatregelen kunnen worden getroffen die diep
ingrijpen in bedrijfsvoering, eigendom en continuïteit;
overwegende dat de Kamer ook op deze onderdelen haar controlerende
taak moet kunnen uitoefenen zonder operationele belangen, kwetsbaarheden of veiligheidsbelangen te schaden;
verzoekt de regering om de Kamer vanaf de inwerkingtreding van de
Wwke halfjaarlijks vertrouwelijk en geaggregeerd te informeren over de
toepassing van artikel 34 Wwke in zwaarwegende gevallen en over de
toepassing van leveranciersmaatregelen, met in elk geval informatie over
aantallen, betrokken sectoren, de algemene aard van het risico en de
stand van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures.
Sluiten De regering moet de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zo afstemmen op BIO en ENSIA dat dubbele administratie wordt voorkomen. Dit bespaart capaciteit die nodig is voor echte digitale weerbaarheid van overheidsorganisaties. ››
23 maart | JA21
| Aangenomen: 150–0 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat voor overheidsorganisaties de uitwerking van de
Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten kan
samenlopen met de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en
ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit);
overwegende dat dubbele verantwoordings-, audit- en bewijsstructuren
capaciteit wegnemen die juist nodig is voor feitelijke weerbaarheid;
verzoekt de regering om bij de uitwerking van lagere regelgeving,
handreikingen en toezichtpraktijk onder de Cyberbeveiligingswet en de
Wet weerbaarheid kritieke entiteiten voor overheidsorganisaties expliciet
te borgen dat verplichtingen, bewijslasten, auditlogica en verantwoordingsinformatie zo veel mogelijk worden geharmoniseerd met BIO en
ENSIA, en de Kamer hierover vóór de inwerkingtreding te informeren.
Sluiten De regering moet voor organisaties die zowel onder de Cyberbeveiligingswet als onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten vallen één gecoördineerd dossier, één auditkalender, één herbruikbare bewijsset en één aanspreekpunt hanteren, en dubbele informatieverzoeken alleen toestaan wanneer echt nodig. Dit voorkomt dubbel werk en houdt de focus op echte beveiliging. ››
23 maart | JA21
| Aangenomen: 150–0 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat entiteiten in de praktijk tegelijk onder de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten kunnen vallen en
daardoor met meerdere bevoegde autoriteiten, audits, informatieverzoeken en bewijssets te maken kunnen krijgen;
overwegende dat effectieve weerbaarheid vraagt om zo min mogelijk
dubbel werk en dat toezichtlast niet onnodig mag afleiden van feitelijke
beveiligings- en weerbaarheidsmaatregelen;
verzoekt de regering om voor entiteiten die onder beide wetten vallen uit
te werken dat één gecoördineerd dossier, één auditkalender, één zo veel
mogelijk herbruikbare bewijsset en één coördinerend aanspreekpunt het
uitgangspunt zijn, en dat dubbele informatieverzoeken alleen plaatsvinden
indien dat aantoonbaar noodzakelijk is.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe bedrijven binnen dezelfde keten bedreigingsinformatie en ervaringen beter kunnen uitwisselen, zodat ook kleine bedrijven zich beter kunnen wapenen tegen cyberdreigingen. ››
23 maart | CDA
| Aangenomen: 131–19 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat digitale weerbaarheid niet alleen afhangt van de
beveiliging van afzonderlijke organisaties, maar ook van de samenwerking en kennisdeling binnen ketens;
overwegende dat cyberdreigingen zich snel ontwikkelen en dat binnen
ketens een gedeeld belang bestaat om de digitale beveiliging op orde te
hebben;
overwegende dat kleinere bedrijven baat kunnen hebben bij betere
toegang tot dreigingsinformatie en de geleerde lessen;
verzoekt de regering in kaart te brengen hoe de uitwisseling van
dreigingsinformatie en geleerde lessen binnen ketens kan worden
versterkt, in het bijzonder zodat ook kleinere bedrijven daarvan beter
kunnen profiteren, en de Kamer hierover te informeren.
Sluiten Het kabinet moet een concreet plan of routekaart maken voor een cybersecuritysysteem voor het Caribisch deel van het Koninkrijk dat het beschermingsniveau van Europees Nederland haalt, samen met het Caribisch deel. Omdat het Caribisch gebied ook te maken heeft met cyberdreigingen en de huidige Veiligheidsstrategie onvoldoende is. ››
23 maart | D66, GL-PvdA
| Aangenomen: 143–7 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat het Caribisch deel van het Koninkrijk ook te maken
heeft met cyberdreigingen en digitale bescherming en weerbaarheid daar
ook cruciaal is;
constaterende dat de Veiligheidsstrategie van het Koninkrijk der Nederlanden een goed begin is, maar nog niet toereikend genoeg;
verzoekt het kabinet aan een concreet plan of een routekaart te werken om
te komen tot een cybersecuritystelsel voor het Caribisch deel van het
Koninkrijk dat zo veel mogelijk aansluit bij het niveau van digitale
bescherming en weerbaarheid in Europees Nederland, en dit samen met
het Caribisch deel te doen.
Sluiten De regering moet de informatiepositie van burgemeesters en voorzitters van veiligheidsregio’s versterken bij cyberincidenten die de openbare orde raken, en indien nodig een juridische grondslag schaffen voor informatie‑deling. Cyberincidenten bij ziekenhuizen, energiebedrijven of vervoerders kunnen direct de openbare orde verstoren, dus lokale leiders hebben snel en volledig inzicht nodig. ››
23 maart | D66
| Aangenomen: 121–29 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat de burgemeester op grond van de Gemeentewet
verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde binnen de
gemeente en dat de voorzitter van de veiligheidsregio is belast met
crisisbeheersing op regionaal niveau;
constaterende dat cyberincidenten bij organisaties in de gemeente, zoals
ziekenhuizen, energiebedrijven of vervoerders, directe gevolgen kunnen
hebben voor de openbare orde;
verzoekt de regering de informatiepositie van burgemeesters en
voorzitters van de veiligheidsregio’s te versterken bij cyberincidenten met
gevolgen voor de openbare orde en hiervoor indien nodig een grondslag
te creëren voor informatiedeling met burgemeesters en voorzitters van de
veiligheidsregio’s.
Sluiten De regering moet inzichtelijk maken hoeveel mensen via re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen. Het is belangrijk om te weten hoeveel deelnemers werk vinden na hun traject. ››
19 maart | Markusz
| Aangenomen: 149–1 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat jaarlijks veel mensen deelnemen aan
re-integratietrajecten met als doel terugkeer naar de arbeidsmarkt;
overwegende dat het van belang is om inzicht te hebben in hoeveel
deelnemers via deze trajecten duurzaam aan het werk komen;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoeveel mensen via
re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe lasten op arbeid (kosten voor werkgevers) structureel verlaagd kunnen worden, zodat werken netto meer oplevert dan een uitkering. ››
19 maart | Markusz
| Aangenomen: 123–27 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat werken voor veel Nederlanders financieel onvoldoende
loont ten opzichte van het ontvangen van een uitkering;
overwegende dat een structurele verlaging van lasten op arbeid kan
bijdragen aan een grotere financiële prikkel om te werken;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe lasten op arbeid structureel
verlaagd kunnen worden, zodat werken netto meer oplevert dan een
uitkering, en de Kamer hierover te informeren.
Sluiten De regering moet de maximale duur van de WW-uitkering op 24 maanden houden. Deze duur biedt werknemers voldoende tijd om passend werk te vinden en financiële zekerheid te behouden. ››
19 maart | Markusz
| Verworpen: 70–80 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de maximale duur van de WW-uitkering momenteel 24
maanden bedraagt;
overwegende dat deze duur werknemers voldoende tijd moet bieden om
passend werk te vinden en financiële zekerheid te behouden tijdens de
zoektocht naar nieuw werk;
verzoekt de regering de maximale duur van de WW-uitkering op 24
maanden houden.
Sluiten De regering moet de subsidie voor basisproducten aan mensen met een laag inkomen verlengen voor 2027 en 2028. Dit zorgt ervoor dat mensen met een laag inkomen blijven kunnen krijgen wat ze nodig hebben. ››
19 maart | Markusz
| Aangenomen: 143–7 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
verzoekt de regering om binnen de beleidsondersteunende budgetten van
Artikel 2 voor 2027 en 2028 rekening te houden met een verlenging van de
subsidieactiviteiten van 2026 van het Armoedefonds voor het verstrekken
van basisproducten aan mensen met een laag inkomen.
Sluiten De regering moet de verhoging van het minimumjeugdloon doorvoeren per 1 januari 2027. Het voorstel is al door de Kamer aangenomen, maar nog niet uitgevoerd. ››
19 maart | Volt, GL-PvdA
| Verworpen: 54–96 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de motie van Dassen, Patijn en Vijlbrief over verhoging
van het minimumjeugdloon met een meerderheid is aangenomen maar
nog niet is uitgevoerd;
verzoekt de regering om de minimumjeugdloonverhoging zoals voorgesteld in de breed aangenomen motie Dassen c.s. alsnog uit te voeren per
1 januari 2027.
Sluiten De regering moet ervoor zorgen dat ouders bij ouderschapsverlof netto niet achteruitgaan en de positie van vrouwen beschermen. Lagere uitkeringen leiden ertoe dat vrouwen meer verlof opnemen en mannen minder, waardoor genderongelijkheid toeneemt. ››
19 maart | Volt
| Verworpen: 49–101 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat het kabinet voornemens is het maximumdagloon voor
ouderschapsverlof te verlagen;
overwegende dat lagere uitkeringen ertoe leiden dat vooral vrouwen meer
verlof opnemen en mannen minder, waardoor bestaande ongelijkheden
op de arbeidsmarkt worden vergroot;
verzoekt de regering te borgen dat ouders er bij het opnemen van
ouderschapsverlof netto niet op achteruitgaan en dat de positie van
vrouwen wordt beschermd en versterkt.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe de risico's rond werknemers voor start-ups beter kunnen worden gemitigeerd binnen het sociale zekerheidsstelsel. Start-ups zijn belangrijk voor innovatie en groei, maar hebben weinig financiële ruimte om werknemers bij werkloosheid op te vangen. ››
19 maart | Volt
| Verworpen: 20–130 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat start-ups een belangrijke bijdrage leveren aan
innovatie, economische groei en het verdienvermogen van Nederland;
overwegende dat start-ups vaak beperkte liquide middelen hebben en
daardoor minder goed in staat zijn om risico’s rond werk en inkomen op
te vangen;
overwegende dat het huidige stelsel van werkloosheidsverzekering
onvoldoende aansluit bij de dynamiek en onzekerheden van start-ups en
hun werknemers;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe de risico’s rondom werknemers
voor start-ups beter gemitigeerd kunnen worden binnen het socialezekerheidsstelsel.
Sluiten De regering moet noodpakketten beschikbaar stellen voor mensen rond de armoedegrens. Veel mensen met een laag inkomen kunnen zo'n pakket nu niet betalen, terwijl het nodig is voor hun veiligheid bij noodsituaties. ››
19 maart | Volt
| Verworpen: 29–121 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de overheid burgers oproept zich voor te bereiden op
noodsituaties door middel van een noodpakket;
overwegende dat voor mensen die in armoede leven de aanschaf van een
dergelijk noodpakket vaak financieel niet haalbaar is;
verzoekt de regering om een voorstel te doen waarin noodpakketten
beschikbaar worden gesteld voor mensen rondom de armoedegrens en
dit bijvoorbeeld te dekken uit de middelen voor de aanpak armoede en
problematische schulden of uit de middelen voor het versterken van de
maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen.
Sluiten De regering moet onderzoeken of de laptopregeling naar het Rijk kan worden overgeheveld. Dit maakt regelingen eenvoudiger omdat taken die landelijk kunnen worden uitgevoerd, dan ook landelijk worden gedaan. ››
19 maart | Volt, D66
| Aangenomen: 82–68 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat er sinds 2015 extra taken en regelingen bij gemeenten
zijn belegd die het Rijk ook kan uitvoeren;
constaterende dat rapporten van de Commissie sociaal minimum en IPE
voorstellen om landelijk te doen wat landelijk kan, zoals de laptopregeling;
verzoekt de regering om in gesprekken over vereenvoudiging van
regelingen ook te bezien of de laptopregeling overgeheveld kan worden
naar het Rijk.
Sluiten