23 maart, Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)

Intrekken verblijfsvergunningen Syriërs

De regering moet onmiddellijk alle verblijfsvergunningen van Syriërs intrekken en ervoor zorgen dat zij direct terugkeren naar Syrië. Deze vergunningen zijn tijdelijk, dus kunnen worden beëindigd. ›› 
23 maart | PVV | Verworpen: 43–107 |
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
De kamer, verzoekt de regering onmiddellijk over te gaan tot het intrekken van alle tijdelijke verblijfsvergunningen van Syriërs en ervoor te zorgen dat Syriërs direct terugkeren naar Syrië.

Directe asielstop en grenssluiting

De regering moet een volledige asielstop afkondigen. Een asielstop kost geen geld en stroomt de instroom van asielzoekers naar nul. ›› 
23 maart | PVV | Verworpen: 42–108 |
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
De kamer, constaterende dat het Europese Asiel- en Migratiepact een grote flop is en de massale instroom van gelukszoekers niet stopt, maar alleen probeert te verdelen over Europa of af te kopen met ons belastinggeld; van mening dat herverdelen en afkopen capitulatie is aan Brussel en de asielindustrie, terwijl een asielstop gratis is en instroom stopt; verzoekt de regering per direct onze eigen grenzen te sluiten, een volledige asielstop af te kondigen en alle vormen van herverdeling en afkoop in het Europese Asiel- en Migratiepact af te wijzen.

Meer eerlijke verdeling van asielopvang in Europa

De regering moet in Europa zorgen dat landoppervlak en bevolkingsdichtheid meetellen bij de verdeling van asielopvang. Nu draagt Nederland, ondanks zijn kleine oppervlak, een te groot deel omdat alleen bbp en inwoneraantal worden meegerekend. ›› 
23 maart | BBB, CU | Aangenomen: 123–27 |
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
De kamer, constaterende dat het solidariteitsmechanisme binnen het Migratiepact is gebaseerd op het bruto binnenlands product en het inwonersaantal van een lidstaat; overwegende dat Nederland een relatief hoog bruto binnenlands product heeft en een groot aantal inwoners op een relatief klein oppervlak; overwegende dat dit ertoe leidt dat Nederland naar verhouding een onevenredig aandeel levert in de opvang binnen de solidariteitspool; overwegende dat relevante factoren voor een eerlijke spreiding, zoals landoppervlak en bevolkingsdichtheid, momenteel geen onderdeel uitmaken van dit mechanisme; verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te spannen dat naast het bbp en het inwonersaantal ook landoppervlak en bevolkingsdichtheid in belangrijke mate worden meegewogen in het solidariteitsmechanisme.

EU-asielpact: plan voor naleving bij tekortschieten

De regering moet een plan maken voor het geval andere EU-landen het asiel- en migratiepact niet naleven; als zij structureel tekortschieten en Nederland onevenredig belast wordt, moet zij het pact niet langer blind uitvoeren. Want Nederland draagt nu al onevenredig de lasten wanneer anderen hun verplichtingen niet nakomen. ›› 
23 maart | BBB | Aangenomen: 87–63 |
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
De kamer, constaterende dat het EU-Asiel- en Migratiepact alleen kan functioneren als alle lidstaten hun verplichtingen daadwerkelijk nakomen; constaterende dat eerdere Europese afspraken, zoals de Dublinverordening, structureel zijn ondermijnd doordat lidstaten hun verplichtingen niet naleefden, terwijl Nederland zich wel aan de regels hield en daardoor onevenredig werd belast; overwegende dat ook onder het huidige pact afdwinging en sancties ontbreken wanneer lidstaten hun verantwoordelijkheden niet nakomen; overwegende dat het onaanvaardbaar is dat Nederland opnieuw de gevolgen draagt van het falen van andere lidstaten; verzoekt de regering te komen met een plan van aanpak voor het geval andere lidstaten het pact niet of niet volledig naleven, en indien structurele niet-naleving aanhoudt en Nederland daardoor onevenredig wordt belast, niet langer onvoorwaardelijk uitvoering te geven aan het pact.
23 maart, Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (36765) en Cyberbeveiligingswet (36764)

Dubbele boetes onder Cbw en Wwke voorkomen

De regering moet ervoor zorgen dat bij dezelfde overtreding onder de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) slechts één boete wordt opgelegd. Dit voorkomt dubbele sancties voor hetzelfde feit en beschermde belang. ›› 
23 maart | JA21 | Aangenomen: 150–0 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat entiteiten die onder zowel de Cyberbeveiligingswet als de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten vallen met meerdere bevoegde autoriteiten te maken kunnen krijgen en dat in het dossier is gewezen op het risico van meervoudige beboeting voor hetzelfde feitencomplex; overwegende dat effectieve handhaving niet mag ontaarden in dubbel punitief optreden voor dezelfde feiten en hetzelfde beschermde belang; verzoekt de regering om bij de uitwerking van samenwerkingsafspraken, handhavingsbeleid en lagere regelgeving te borgen dat voor hetzelfde feitencomplex en hetzelfde beschermde belang niet meer dan één punitieve sanctie wordt opgelegd onder de Cbw en de Wwke, en de Kamer vóór de inwerkingtreding te informeren hoe dit is geborgd.

Toezicht op Wwke en leveranciersmaatregelen

De regering moet de Kamer halfjaarlijks vertrouwelijk en geaggregeerd informeren over de toepassing van artikel 34 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en over leveranciersmaatregelen, met gegevens over aantallen, sectoren, de aard van het risico en de stand van bezwaar- en beroepsprocedures. Dit laat de Kamer toezicht houden zonder veiligheid of bedrijfsbelangen te schaden. ›› 
23 maart | JA21 | Aangenomen: 149–1 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (PbEU 2022, L 333) (Wet weerbaarheid kritieke entiteiten)
De kamer, constaterende dat artikel 34 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten een ruime vertrouwelijkheidsregeling bevat en dat bij of krachtens de Wwke leveranciersmaatregelen kunnen worden getroffen die diep ingrijpen in bedrijfsvoering, eigendom en continuïteit; overwegende dat de Kamer ook op deze onderdelen haar controlerende taak moet kunnen uitoefenen zonder operationele belangen, kwetsbaarheden of veiligheidsbelangen te schaden; verzoekt de regering om de Kamer vanaf de inwerkingtreding van de Wwke halfjaarlijks vertrouwelijk en geaggregeerd te informeren over de toepassing van artikel 34 Wwke in zwaarwegende gevallen en over de toepassing van leveranciersmaatregelen, met in elk geval informatie over aantallen, betrokken sectoren, de algemene aard van het risico en de stand van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures.

Harmoniseren van cyberwetten met BIO en ENSIA

De regering moet de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zo afstemmen op BIO en ENSIA dat dubbele administratie wordt voorkomen. Dit bespaart capaciteit die nodig is voor echte digitale weerbaarheid van overheidsorganisaties. ›› 
23 maart | JA21 | Aangenomen: 150–0 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat voor overheidsorganisaties de uitwerking van de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten kan samenlopen met de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit); overwegende dat dubbele verantwoordings-, audit- en bewijsstructuren capaciteit wegnemen die juist nodig is voor feitelijke weerbaarheid; verzoekt de regering om bij de uitwerking van lagere regelgeving, handreikingen en toezichtpraktijk onder de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten voor overheidsorganisaties expliciet te borgen dat verplichtingen, bewijslasten, auditlogica en verantwoordingsinformatie zo veel mogelijk worden geharmoniseerd met BIO en ENSIA, en de Kamer hierover vóór de inwerkingtreding te informeren.

Coördinatie toezicht onder beide wetten

De regering moet voor organisaties die zowel onder de Cyberbeveiligingswet als onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten vallen één gecoördineerd dossier, één auditkalender, één herbruikbare bewijsset en één aanspreekpunt hanteren, en dubbele informatieverzoeken alleen toestaan wanneer echt nodig. Dit voorkomt dubbel werk en houdt de focus op echte beveiliging. ›› 
23 maart | JA21 | Aangenomen: 150–0 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat entiteiten in de praktijk tegelijk onder de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten kunnen vallen en daardoor met meerdere bevoegde autoriteiten, audits, informatieverzoeken en bewijssets te maken kunnen krijgen; overwegende dat effectieve weerbaarheid vraagt om zo min mogelijk dubbel werk en dat toezichtlast niet onnodig mag afleiden van feitelijke beveiligings- en weerbaarheidsmaatregelen; verzoekt de regering om voor entiteiten die onder beide wetten vallen uit te werken dat één gecoördineerd dossier, één auditkalender, één zo veel mogelijk herbruikbare bewijsset en één coördinerend aanspreekpunt het uitgangspunt zijn, en dat dubbele informatieverzoeken alleen plaatsvinden indien dat aantoonbaar noodzakelijk is.

Dreigingsinformatie delen in ketens

De regering moet onderzoeken hoe bedrijven binnen dezelfde keten bedreigingsinformatie en ervaringen beter kunnen uitwisselen, zodat ook kleine bedrijven zich beter kunnen wapenen tegen cyberdreigingen. ›› 
23 maart | CDA | Aangenomen: 131–19 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat digitale weerbaarheid niet alleen afhangt van de beveiliging van afzonderlijke organisaties, maar ook van de samenwerking en kennisdeling binnen ketens; overwegende dat cyberdreigingen zich snel ontwikkelen en dat binnen ketens een gedeeld belang bestaat om de digitale beveiliging op orde te hebben; overwegende dat kleinere bedrijven baat kunnen hebben bij betere toegang tot dreigingsinformatie en de geleerde lessen; verzoekt de regering in kaart te brengen hoe de uitwisseling van dreigingsinformatie en geleerde lessen binnen ketens kan worden versterkt, in het bijzonder zodat ook kleinere bedrijven daarvan beter kunnen profiteren, en de Kamer hierover te informeren.

Cybersecurity voor Caribisch deel Koninkrijk

Het kabinet moet een concreet plan of routekaart maken voor een cybersecuritysysteem voor het Caribisch deel van het Koninkrijk dat het beschermingsniveau van Europees Nederland haalt, samen met het Caribisch deel. Omdat het Caribisch gebied ook te maken heeft met cyberdreigingen en de huidige Veiligheidsstrategie onvoldoende is. ›› 
23 maart | D66, GL-PvdA | Aangenomen: 143–7 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat het Caribisch deel van het Koninkrijk ook te maken heeft met cyberdreigingen en digitale bescherming en weerbaarheid daar ook cruciaal is; constaterende dat de Veiligheidsstrategie van het Koninkrijk der Nederlanden een goed begin is, maar nog niet toereikend genoeg; verzoekt het kabinet aan een concreet plan of een routekaart te werken om te komen tot een cybersecuritystelsel voor het Caribisch deel van het Koninkrijk dat zo veel mogelijk aansluit bij het niveau van digitale bescherming en weerbaarheid in Europees Nederland, en dit samen met het Caribisch deel te doen.

Cyberincidenten: betere info voor burgemeesters

De regering moet de informatiepositie van burgemeesters en voorzitters van veiligheidsregio’s versterken bij cyberincidenten die de openbare orde raken, en indien nodig een juridische grondslag schaffen voor informatie‑deling. Cyberincidenten bij ziekenhuizen, energiebedrijven of vervoerders kunnen direct de openbare orde verstoren, dus lokale leiders hebben snel en volledig inzicht nodig. ›› 
23 maart | D66 | Aangenomen: 121–29 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat de burgemeester op grond van de Gemeentewet verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde binnen de gemeente en dat de voorzitter van de veiligheidsregio is belast met crisisbeheersing op regionaal niveau; constaterende dat cyberincidenten bij organisaties in de gemeente, zoals ziekenhuizen, energiebedrijven of vervoerders, directe gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde; verzoekt de regering de informatiepositie van burgemeesters en voorzitters van de veiligheidsregio’s te versterken bij cyberincidenten met gevolgen voor de openbare orde en hiervoor indien nodig een grondslag te creëren voor informatiedeling met burgemeesters en voorzitters van de veiligheidsregio’s.
19 maart, Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (36800-XV) antwoord 1e termijn + rest

Inzicht in duurzaam werk na re-integratie

De regering moet inzichtelijk maken hoeveel mensen via re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen. Het is belangrijk om te weten hoeveel deelnemers werk vinden na hun traject. ›› 
19 maart | Markusz | Aangenomen: 149–1 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat jaarlijks veel mensen deelnemen aan re-integratietrajecten met als doel terugkeer naar de arbeidsmarkt; overwegende dat het van belang is om inzicht te hebben in hoeveel deelnemers via deze trajecten duurzaam aan het werk komen; verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoeveel mensen via re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen.

Werken loont meer door lagere arbeidslasten

De regering moet onderzoeken hoe lasten op arbeid (kosten voor werkgevers) structureel verlaagd kunnen worden, zodat werken netto meer oplevert dan een uitkering. ›› 
19 maart | Markusz | Aangenomen: 123–27 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat werken voor veel Nederlanders financieel onvoldoende loont ten opzichte van het ontvangen van een uitkering; overwegende dat een structurele verlaging van lasten op arbeid kan bijdragen aan een grotere financiële prikkel om te werken; verzoekt de regering te onderzoeken hoe lasten op arbeid structureel verlaagd kunnen worden, zodat werken netto meer oplevert dan een uitkering, en de Kamer hierover te informeren.

WW-uitkering op 24 maanden behouden

De regering moet de maximale duur van de WW-uitkering op 24 maanden houden. Deze duur biedt werknemers voldoende tijd om passend werk te vinden en financiële zekerheid te behouden. ›› 
19 maart | Markusz | Verworpen: 70–80 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de maximale duur van de WW-uitkering momenteel 24 maanden bedraagt; overwegende dat deze duur werknemers voldoende tijd moet bieden om passend werk te vinden en financiële zekerheid te behouden tijdens de zoektocht naar nieuw werk; verzoekt de regering de maximale duur van de WW-uitkering op 24 maanden houden.

Subsidie basisproducten voor laaginkomens verlengen

De regering moet de subsidie voor basisproducten aan mensen met een laag inkomen verlengen voor 2027 en 2028. Dit zorgt ervoor dat mensen met een laag inkomen blijven kunnen krijgen wat ze nodig hebben. ›› 
19 maart | Markusz | Aangenomen: 143–7 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, verzoekt de regering om binnen de beleidsondersteunende budgetten van Artikel 2 voor 2027 en 2028 rekening te houden met een verlenging van de subsidieactiviteiten van 2026 van het Armoedefonds voor het verstrekken van basisproducten aan mensen met een laag inkomen.

Verhoging minimumjeugdloon per 2027 uitvoeren

De regering moet de verhoging van het minimumjeugdloon doorvoeren per 1 januari 2027. Het voorstel is al door de Kamer aangenomen, maar nog niet uitgevoerd. ›› 
19 maart | Volt, GL-PvdA | Verworpen: 54–96 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de motie van Dassen, Patijn en Vijlbrief over verhoging van het minimumjeugdloon met een meerderheid is aangenomen maar nog niet is uitgevoerd; verzoekt de regering om de minimumjeugdloonverhoging zoals voorgesteld in de breed aangenomen motie Dassen c.s. alsnog uit te voeren per 1 januari 2027.

Bescherm ouderschapsverlof en vrouwenpositie

De regering moet ervoor zorgen dat ouders bij ouderschapsverlof netto niet achteruitgaan en de positie van vrouwen beschermen. Lagere uitkeringen leiden ertoe dat vrouwen meer verlof opnemen en mannen minder, waardoor genderongelijkheid toeneemt. ›› 
19 maart | Volt | Verworpen: 49–101 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het kabinet voornemens is het maximumdagloon voor ouderschapsverlof te verlagen; overwegende dat lagere uitkeringen ertoe leiden dat vooral vrouwen meer verlof opnemen en mannen minder, waardoor bestaande ongelijkheden op de arbeidsmarkt worden vergroot; verzoekt de regering te borgen dat ouders er bij het opnemen van ouderschapsverlof netto niet op achteruitgaan en dat de positie van vrouwen wordt beschermd en versterkt.

Risico's voor werknemers bij start-ups verminderen

De regering moet onderzoeken hoe de risico's rond werknemers voor start-ups beter kunnen worden gemitigeerd binnen het sociale zekerheidsstelsel. Start-ups zijn belangrijk voor innovatie en groei, maar hebben weinig financiële ruimte om werknemers bij werkloosheid op te vangen. ›› 
19 maart | Volt | Verworpen: 20–130 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat start-ups een belangrijke bijdrage leveren aan innovatie, economische groei en het verdienvermogen van Nederland; overwegende dat start-ups vaak beperkte liquide middelen hebben en daardoor minder goed in staat zijn om risico’s rond werk en inkomen op te vangen; overwegende dat het huidige stelsel van werkloosheidsverzekering onvoldoende aansluit bij de dynamiek en onzekerheden van start-ups en hun werknemers; verzoekt de regering te onderzoeken hoe de risico’s rondom werknemers voor start-ups beter gemitigeerd kunnen worden binnen het socialezekerheidsstelsel.

Noodpakketten voor mensen rond de armoedegrens

De regering moet noodpakketten beschikbaar stellen voor mensen rond de armoedegrens. Veel mensen met een laag inkomen kunnen zo'n pakket nu niet betalen, terwijl het nodig is voor hun veiligheid bij noodsituaties. ›› 
19 maart | Volt | Verworpen: 29–121 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de overheid burgers oproept zich voor te bereiden op noodsituaties door middel van een noodpakket; overwegende dat voor mensen die in armoede leven de aanschaf van een dergelijk noodpakket vaak financieel niet haalbaar is; verzoekt de regering om een voorstel te doen waarin noodpakketten beschikbaar worden gesteld voor mensen rondom de armoedegrens en dit bijvoorbeeld te dekken uit de middelen voor de aanpak armoede en problematische schulden of uit de middelen voor het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen.

Verplaats laptopregeling naar landelijk niveau

De regering moet onderzoeken of de laptopregeling naar het Rijk kan worden overgeheveld. Dit maakt regelingen eenvoudiger omdat taken die landelijk kunnen worden uitgevoerd, dan ook landelijk worden gedaan. ›› 
19 maart | Volt, D66 | Aangenomen: 82–68 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat er sinds 2015 extra taken en regelingen bij gemeenten zijn belegd die het Rijk ook kan uitvoeren; constaterende dat rapporten van de Commissie sociaal minimum en IPE voorstellen om landelijk te doen wat landelijk kan, zoals de laptopregeling; verzoekt de regering om in gesprekken over vereenvoudiging van regelingen ook te bezien of de laptopregeling overgeheveld kan worden naar het Rijk.