1 april, Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting) (36692)
De regering moet geld uit het Klimaatfonds, zoals de DUMAVA-regeling (subsidie voor scholen), sneller en makkelijker beschikbaar stellen. De huidige aanvraagprocedure is te ingewikkeld en duur. Simpele regels zorgen voor lagere energiekosten, een beter binnenklimaat en minder werk voor schoolbesturen. ››
De regering moet onderzoeken hoe verduurzaming en een gezond binnenklimaat van scholen gestimuleerd kunnen worden, en dit actief bekendmaken bij gemeenten en schoolbesturen. Lagere energiekosten geven meer budget voor onderwijs. Een fris klaslokaal verbetert de concentratie en leerprestaties van leerlingen en leraren. ››
De regering moet een onderzoek doen naar de staat van schooltoiletten. Bijna de helft van de leerlingen mijdt het toilet door slechte hygiëne en weinig privacy. Dit veroorzaakt buikpijn en verstopping. Een landelijk overzicht ontbreekt en de verantwoordelijkheid is verdeeld over schoolbesturen en gemeenten. Het onderzoek brengt de situatie in kaart voor gezondere scholen. ››
De regering moet wettelijk vastleggen dat scholen bij nieuwbouw, verbouwing en onderhoud aan Europese toegankelijkheidseisen voldoen. Schoolgebouwen mogen leerlingen met een beperking niet tegenhouden. Samen leren in de eigen buurt is belangrijk. Dit waarborgt gelijke kansen en helpt Nederland het VN-verdrag Handicap na te leven. ››
De regering moet inzichtelijk maken hoeveel gemeenten ontvangen en uitgeven aan schoolgebouwen via het gemeentefonds (geld uit de algemene uitkering), en verschillen tussen gemeenten tonen. Nu is onduidelijk hoeveel geld echt naar scholen gaat, wat ongelijkheid veroorzaakt. ››
De regering moet een landelijke monitor voor schoolgebouwen invoeren met vaste meetmethoden. Zonder eenduidige normen blijft kwaliteit onduidelijk en is gerichte verbetering lastig. ››
De regering moet de kwaliteit van schoolgebouwen in kaart brengen voordat de nieuwe wet over huisvestingsplannen (IHP) ingaat. Er ontbreekt nu een duidelijk beeld van de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Deze nulmeting is nodig om de geplande verbeteraanpak goed op te zetten. ››
De regering moet regelen dat alle hogescholen en universiteiten de Nederlandse vlag hijsen bij hun gebouwen. Dit maakt het nationale symbool zichtbaar op instellingen voor hoger onderwijs. ››
De regering moet bevorderen dat Nederlandse voorbeeldfiguren in wetenschap, innovatie en ondernemerschap structureel zichtbaar worden in publieke gebouwen en onderwijsinstellingen. Dit maakt nationale prestaties en iconografie zichtbaar voor burgers. ››
De regering moet overheidsgeld voor extra klimaatmaatregelen in schoolgebouwen verschuiven naar de opleiding en bijscholing van leraren. Investeren in goed opgeleide docenten weegt zwaarder dan bovenwettelijke duurzaamheidsdoelen voor scholen. ››
De regering moet leservaring opnemen in de beroepsstandaarden van schoolleiders, lerarenopleiders en onderwijsinspecteurs. Zelf lesgeven is nodig om de klaspraktijk te begrijpen. Dit verhoogt de onderwijskwaliteit en versterkt de positie van het leraarsberoep. ››
De regering moet bonussen voor leraren in grote steden beperken of reguleren. Deze premies trekken docenten weg bij omliggende gemeenten, waardoor daar lerarentekorten ontstaan. Een eerlijkere verdeling voorkomt klaslokalen zonder docent in kleinere plaatsen. ››
De regering moet onderzoeken hoe expliciete directe instructie (EDI), een lesmethode met duidelijke doelen en veel oefenen, meer aandacht krijgt bij lerarenopleidingen. Deze aanpak verbetert de basisvaardigheden. Bovendien zorgt de structuur voor rust in de klas. Dat maakt werken in het onderwijs aantrekkelijker en pakt het lerarentekort aan. ››
De regering moet een lerarenraad instellen. Leraren staan dagelijks in de klas en zien precies wat werkt in de praktijk. Hun vaste inbreng maakt onderwijsbeleid uitvoerbaarder en effectiever voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. ››
De regering moet onderzoek doen naar een terugkeergarantie voor mensen die van een andere baan naar het onderwijs willen stappen. Nederland kampt met een tekort aan docenten. Zo'n garantie verlaagt de drempel, omdat werknemers weten dat ze terug kunnen naar hun oude baan. Voorbeelden uit Amsterdam en Den Haag tonen aan dat dit werkt. ››
De regering moet onderzoeken welk percentage van het schoolbudget naar lerarensalarissen gaat. Schoolbesturen geven te veel uit aan indirecte kosten zoals ICT en adviesbureaus, terwijl de leraar in de klas te weinig krijgt. Inzicht in de geldstromen laat zien of het budget rechtstreeks het onderwijs bereikt. ››
Het kabinet moet onderzoeken of de omvang van schoolbesturen samenhangt met ziekteverzuim en verloop onder leraren. Leraren stoppen vaak door te weinig zeggenschap. In grote besturen ervaren docenten minder directe invloed op hun werk. ››
De regering moet onderzoeken of hybride docentschap mogelijk is voor beroepsgerichte vakken in het vmbo, vso en mbo. Hybride docenten combineren lesgeven met een andere baan. Zo blijven professionals werkzaam in kraptesectoren en brengen ze tegelijk praktijkkennis de klas in. Dit verkleint het lerarentekort zonder andere sectoren verder uit te putten. ››
31 maart, Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34) (36684)
De regering moet de definitie van psychosociale arbeidsbelasting in de Arbowet (Arbeidsomstandighedenwet) objectiveren. De huidige definitie is te subjectief, waardoor normen voor acceptabel gedrag op de werkvloer onduidelijk zijn. ››
De regering moet met werkgevers en werknemers een plan maken tegen agressie in winkels. Winkelmedewerkers worden steeds vaker geconfronteerd met geweld van klanten. De verplichte risico-inventarisatie (RI&E) moet daarom strenger worden gecontroleerd. ››