1 april, Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting) (36692)

Makkelijkere subsidie voor duurzame scholen

De regering moet geld uit het Klimaatfonds, zoals de DUMAVA-regeling (subsidie voor scholen), sneller en makkelijker beschikbaar stellen. De huidige aanvraagprocedure is te ingewikkeld en duur. Simpele regels zorgen voor lagere energiekosten, een beter binnenklimaat en minder werk voor schoolbesturen. ›› 
1 april | JA21, GL-PvdA | Aangenomen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, overwegende dat verduurzaming van schoolgebouwen leidt tot lagere energiekosten, een beter binnenklimaat en doelmatigere inzet van publieke middelen, en zeker gezien de stijgende energiekosten hogere prioriteit verdient; overwegende dat uit de evaluaties van de tranches van de DUMAVAregeling blijkt dat (kleine) scholen vaak tegen knelpunten aanlopen, waaronder bureaucratische rompslomp, hoge kosten, advieskosten en voorbereidingstijd; verzoekt de regering te bevorderen dat middelen uit het Klimaatfonds, zoals de DUMAVA-regeling, sneller, eenvoudiger en laagdrempeliger beschikbaar worden gesteld voor de verduurzaming van schoolgebouwen en daarbij in ieder geval de aanvraagprocedure voor scholen te vereenvoudigen door bestaande belemmeringen voor scholen zo veel mogelijk weg te nemen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van OCW te informeren.

Subsidies voor duurzame en gezonde scholen

De regering moet onderzoeken hoe verduurzaming en een gezond binnenklimaat van scholen gestimuleerd kunnen worden, en dit actief bekendmaken bij gemeenten en schoolbesturen. Lagere energiekosten geven meer budget voor onderwijs. Een fris klaslokaal verbetert de concentratie en leerprestaties van leerlingen en leraren. ›› 
1 april | D66 | Aangenomen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat schoolgebouwen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behalen van klimaatdoelen; overwegende dat duurzame schoolgebouwen, bijvoorbeeld door goede isolatie en het gebruik van zonnepanelen, niet alleen bijdragen aan het klimaat, maar ook leiden tot lagere energiekosten; overwegende dat lagere energiekosten meer financiële ruimte creëren voor de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkeling van leerlingen; overwegende dat een gezond binnenklimaat van groot belang is voor het welzijn, de concentratie en de leerprestaties van leerlingen en leraren; overwegende dat voor gemeenten en schoolbesturen het overzicht van bestaande subsidies voor verduurzaming en een gezond binnenklimaat niet overzichtelijk is; verzoekt de regering te onderzoeken welke (aanvullende) mogelijkheden en regelingen er zijn om de verduurzaming en de verbetering van het binnenklimaat van nieuwbouw en bestaande schoolgebouwen te stimuleren, en deze mogelijkheden en bestaande regelingen actief en breed bekend te maken bij gemeenten en schoolbesturen.

Onderzoek naar staat schooltoiletten

De regering moet een onderzoek doen naar de staat van schooltoiletten. Bijna de helft van de leerlingen mijdt het toilet door slechte hygiëne en weinig privacy. Dit veroorzaakt buikpijn en verstopping. Een landelijk overzicht ontbreekt en de verantwoordelijkheid is verdeeld over schoolbesturen en gemeenten. Het onderzoek brengt de situatie in kaart voor gezondere scholen. ›› 
1 april | GL-PvdA, 50PLUS, JA21 | Aangenomen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting tot doel heeft om schoolgebouwen toekomstbestendig, veilig en gezond te maken; constaterende dat uit onderzoek van het MDL Fonds blijkt dat bijna de helft van de leerlingen niet of weinig naar het toilet gaat vanwege gebrekkige hygiëne en onvoldoende privacy, wat leidt tot gezondheidsklachten zoals buikpijn en verstopping; overwegende dat er op dit moment geen landelijk beeld is van de staat van en toezicht op schooltoiletten en dat de verantwoordelijkheden voor de toiletten tussen scholen, schoolbesturen en gemeenten verdeeld zijn; verzoekt de regering een onderzoek uit te voeren naar de staat van schooltoiletten, waarbij er onder andere wordt gekeken naar hygiëne en onderhoud, privacy en afsluitbaarheid, sociale veiligheid en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen betrokken partijen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van 2027 te informeren.

Toegankelijke schoolgebouwen wettelijk regelen

De regering moet wettelijk vastleggen dat scholen bij nieuwbouw, verbouwing en onderhoud aan Europese toegankelijkheidseisen voldoen. Schoolgebouwen mogen leerlingen met een beperking niet tegenhouden. Samen leren in de eigen buurt is belangrijk. Dit waarborgt gelijke kansen en helpt Nederland het VN-verdrag Handicap na te leven. ›› 
1 april | GL-PvdA | Verworpen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, overwegende dat leerlingen met een beperking nog steeds veel obstakels tegenkomen in het onderwijs, waaronder de toegankelijkheid van schoolgebouwen; overwegende dat het wenselijk is dat leerlingen met en zonder handicap zo veel mogelijk samen naar school gaan in de eigen buurt; van mening dat het schoolgebouw nooit de reden mag zijn dat een leerling niet naar school kan; constaterende dat Nederland zich in 2016 heeft gecommitteerd aan het VN-verdrag Handicap, waarin staat dat mensen met een beperking volwaardig mee moeten kunnen doen aan de samenleving, wat dus ook toegang van schoolgebouwen betreft; verzoekt de regering dat wettelijk wordt geregeld dat renovatie- en nieuwbouwprojecten voldoen aan Europese normen voor toegankelijkheid en dat bij tussentijds onderhoud toegankelijkheid altijd moet worden meegenomen.

Inzicht in uitgaven voor schoolgebouwen

De regering moet inzichtelijk maken hoeveel gemeenten ontvangen en uitgeven aan schoolgebouwen via het gemeentefonds (geld uit de algemene uitkering), en verschillen tussen gemeenten tonen. Nu is onduidelijk hoeveel geld echt naar scholen gaat, wat ongelijkheid veroorzaakt. ›› 
1 april | DENK | Verworpen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de onderwijshuisvesting en hiervoor middelen ontvangen via het gemeentefonds; constaterende dat deze middelen niet geoormerkt zijn, waardoor gemeenten beleidsvrijheid hebben in de besteding; overwegende dat hierdoor onduidelijk is in hoeverre beschikbare middelen daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering van schoolgebouwen, waardoor ongelijkheid tussen gemeenten kan ontstaan; verzoekt de regering om inzichtelijk te maken: – welke middelen gemeenten ontvangen voor onderwijshuisvesting via het gemeentefonds; – in hoeverre deze middelen daadwerkelijk worden besteed aan onderwijshuisvesting; – welke verschillen er bestaan tussen gemeenten in investeringen en kwaliteit van schoolgebouwen; verzoekt de regering voorts om dit inzicht voor de volgende begroting van het gemeentefonds aan de Kamer te doen toekomen.

Landelijke meting schoolgebouwkwaliteit

De regering moet een landelijke monitor voor schoolgebouwen invoeren met vaste meetmethoden. Zonder eenduidige normen blijft kwaliteit onduidelijk en is gerichte verbetering lastig. ›› 
1 april | DENK | Aangenomen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat er momenteel geen eenduidige en landelijke systematiek bestaat om de kwaliteit van schoolgebouwen inzichtelijk te maken; overwegende dat het ontbreken van uniforme indicatoren en meetmethoden, terwijl het ibo onderwijshuisvesting juist het belang van systematische monitoring benadrukt, gerichte verbetering bemoeilijkt; verzoekt de regering om: – bij de ontwikkeling van de landelijke monitor onderwijshuisvesting te werken met uniforme en meetbare indicatoren, waaronder in ieder geval het binnenklimaat, de energieprestatie en de onderhoudsstaat van schoolgebouwen; – deze indicatoren te baseren op eenduidige, landelijk vastgestelde normen en meetmethoden; – in de monitor expliciet inzicht te geven in de voortgang van renovatie en nieuwbouw en de ontwikkeling van de kwaliteit van de gebouwenvoorraad.

Kwaliteit schoolgebouwen eerst meten

De regering moet de kwaliteit van schoolgebouwen in kaart brengen voordat de nieuwe wet over huisvestingsplannen (IHP) ingaat. Er ontbreekt nu een duidelijk beeld van de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Deze nulmeting is nodig om de geplande verbeteraanpak goed op te zetten. ›› 
1 april | DENK | Aangenomen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, constaterende dat er momenteel geen volledig en eenduidig beeld bestaat van de kwaliteit van schoolgebouwen in Nederland; constaterende dat het wetsvoorstel inzet op een meer planmatige aanpak via het IHP, het integraal huisvestingsplan, maar dat inzicht in de huidige kwaliteit van schoolgebouwen ontbreekt; verzoekt de regering om voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet een nulmeting uit te voeren van de kwaliteit van schoolgebouwen, inclusief aspecten als bouwkundige staat, binnenklimaat en energieprestatie.

Nederlandse vlag bij hoger onderwijs

De regering moet regelen dat alle hogescholen en universiteiten de Nederlandse vlag hijsen bij hun gebouwen. Dit maakt het nationale symbool zichtbaar op instellingen voor hoger onderwijs. ›› 
1 april | Markusz | Verworpen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, verzoekt de regering te bewerkstelligen dat iedere hogeschool en/of universiteit de Nederlandse vlag hijst op en/of bij hun gebouwen.

Nederlandse voorbeeldfiguren zichtbaar maken

De regering moet bevorderen dat Nederlandse voorbeeldfiguren in wetenschap, innovatie en ondernemerschap structureel zichtbaar worden in publieke gebouwen en onderwijsinstellingen. Dit maakt nationale prestaties en iconografie zichtbaar voor burgers. ›› 
1 april | Markusz | Verworpen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, verzoekt de regering te bevorderen dat publieke kennis- en onderwijsinstellingen structureel aandacht geven aan Nederlandse voorbeeldfiguren op het gebied van wetenschap, innovatie en ondernemerschap via zichtbare presentaties in gebouwen en onderwijsprogramma’s, dat nationale iconografie een zichtbare plaats krijgt binnen publieke instellingen en dat excellente Nederlandse prestaties structureel zichtbaarder worden gemaakt in het publieke domein, en de Kamer hierover binnen een jaar te informeren.

Geld voor schoolklimaat naar leraren

De regering moet overheidsgeld voor extra klimaatmaatregelen in schoolgebouwen verschuiven naar de opleiding en bijscholing van leraren. Investeren in goed opgeleide docenten weegt zwaarder dan bovenwettelijke duurzaamheidsdoelen voor scholen. ›› 
1 april | Markusz | Verworpen |
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer, verzoekt de regering bij de uitvoering, financiering en monitoring van deze wet te zorgen dat minder rijksmiddelen en gemeentelijke middelen worden ingezet voor (bovenwettelijke) klimaat- en duurzaamheidsdoelen in onderwijshuisvesting en deze middelen in plaats daarvan te heralloceren naar professionalisering en opleiding van leraren.
1 april, Tweeminutendebat Leraren (CD 25/3)

Leservaring voor onderwijsleiding

De regering moet leservaring opnemen in de beroepsstandaarden van schoolleiders, lerarenopleiders en onderwijsinspecteurs. Zelf lesgeven is nodig om de klaspraktijk te begrijpen. Dit verhoogt de onderwijskwaliteit en versterkt de positie van het leraarsberoep. ›› 
1 april | SGP | Verworpen: 52–98 |
Werken in het onderwijs
De kamer, overwegende dat het voor de ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs en de positie van het leraarsberoep van groot belang is dat onderwijsbestuurders, lerarenopleiders en onderwijsinspecteurs ook ervaring hebben en houden met het geven van onderwijs; constaterende dat in de verschillende beroepsstandaarden het zelf geven van onderwijs niet of nauwelijks zichtbaar is als betekenisvol onderdeel van het werk van onderwijsbestuurders, lerarenopleiders en onderwijsinspecteurs; verzoekt de regering in overleg met het onderwijsveld en de onderwijsinspectie te bezien hoe het hebben en houden van ervaring met het geven van onderwijs betekenisvol onderdeel kan worden van standaarden, profielen en richtlijnen, waarbij rekenschap wordt gegeven van verschillen in rollen en bevoegdheden.

Beperken lerarenbonussen in grote steden

De regering moet bonussen voor leraren in grote steden beperken of reguleren. Deze premies trekken docenten weg bij omliggende gemeenten, waardoor daar lerarentekorten ontstaan. Een eerlijkere verdeling voorkomt klaslokalen zonder docent in kleinere plaatsen. ›› 
1 april | PVV | Verworpen: 33–117 |
Werken in het onderwijs
De kamer, constaterende dat grote steden bonussen geven aan leraren die in hun stad les komen geven; overwegende dat dit ertoe leidt dat omringende gemeenten onvoldoende leraren kunnen aantrekken; verzoekt de regering het geven van bonussen voor het aantrekken van leraren in grote steden te beperken of te reguleren, om zo lerarentekorten in omliggende gemeenten tegen te gaan.

Meer expliciete directe instructie in onderwijs

De regering moet onderzoeken hoe expliciete directe instructie (EDI), een lesmethode met duidelijke doelen en veel oefenen, meer aandacht krijgt bij lerarenopleidingen. Deze aanpak verbetert de basisvaardigheden. Bovendien zorgt de structuur voor rust in de klas. Dat maakt werken in het onderwijs aantrekkelijker en pakt het lerarentekort aan. ›› 
1 april | JA21 | Aangenomen: 137–13 |
Werken in het onderwijs
De kamer, overwegende dat scholen goede resultaten boeken met methodes die uitgaan van de principes van expliciete directe instructie (EDI), met een nadruk op actieve betrokkenheid, duidelijke lesdoelen, expliciete instructie (voordoen, samen oefenen) en continue controle van begrip, langs een stapsgewijze aanpak, met klassenmanagement gericht op rust en duidelijkheid; overwegende dat deze methode voor de meeste kinderen goed werkt en met name ook effectief is voor het verkrijgen van basisvaardigheden; overwegende dat scholen waar rust en discipline heersen aantrekkelijker zijn om te werken en deze werkwijze dus ook een bijdrage is aan de strijd tegen het lerarentekort; overwegende dat veel lerarenopleidingen geen, nauwelijks of weinig aandacht hebben voor EDI; verzoekt de regering om in overleg met de sector te bezien hoe EDI een prominenter onderdeel kan worden bij lerarenopleidingen en daarbij te onderzoeken op welke manier expliciete directe instructie effectiever onder de aandacht van scholen, met name de achterblijvende scholen, kan worden gebracht.

Vaste lerarenraad voor onderwijsbeleid

De regering moet een lerarenraad instellen. Leraren staan dagelijks in de klas en zien precies wat werkt in de praktijk. Hun vaste inbreng maakt onderwijsbeleid uitvoerbaarder en effectiever voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. ›› 
1 april | D66 | Aangenomen: 136–14 |
Werken in het onderwijs
De kamer, constaterende dat leraren dagelijks in de klas staan en daardoor goed zicht hebben op zowel de uitvoering van onderwijsbeleid als op de knelpunten en uitdagingen waar zij in de praktijk tegenaan lopen; overwegende dat het betrekken van leraren bij beleidsvorming kan bijdragen aan beter uitvoerbaar en effectiever onderwijsbeleid; overwegende dat het belangrijk is dat leraren als beroepsgroep een eigen stem hebben in gesprekken over het onderwijs; overwegende dat er op dit moment geen structurele adviesraad bestaat die wordt gevormd door leraren zelf en hen als beroepsgroep vertegenwoordigt via vakverenigingen en bonden; verzoekt de regering een lerarenraad in te stellen, die leraren een volwaardige stem aan tafel geeft en zowel gevraagd als ongevraagd advies kan geven aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Terugkeergarantie bij overstap naar onderwijs

De regering moet onderzoek doen naar een terugkeergarantie voor mensen die van een andere baan naar het onderwijs willen stappen. Nederland kampt met een tekort aan docenten. Zo'n garantie verlaagt de drempel, omdat werknemers weten dat ze terug kunnen naar hun oude baan. Voorbeelden uit Amsterdam en Den Haag tonen aan dat dit werkt. ›› 
1 april | D66, GL-PvdA | Aangenomen: 109–41 |
Werken in het onderwijs
De kamer, constaterende dat Nederland kampt met een lerarentekort en dat zijinstromers een belangrijke rol vervullen bij het tegengaan hiervan; constaterende dat het aantrekkelijker maken van de overstap naar het onderwijs kan bijdragen aan een grotere instroom van zijinstromers; overwegende dat het bieden van een terugkeergarantie naar de huidige baan werknemers uit overheidssectoren en andere sectoren kan stimuleren om de overstap te maken naar het onderwijs; overwegende dat voorbeelden in Amsterdam en Den Haag laten zien dat een terugkeergarantie werkt om drempels weg te halen en zo meer werknemers de stap naar het onderwijs maken; verzoekt de regering onderzoek te doen naar een terugkeergarantie voor rijksambtenaren en werknemers die de stap willen maken naar een zijinstroomtraject binnen het onderwijs.

Onderzoek naar verdeling schoolbudgetten

De regering moet onderzoeken welk percentage van het schoolbudget naar lerarensalarissen gaat. Schoolbesturen geven te veel uit aan indirecte kosten zoals ICT en adviesbureaus, terwijl de leraar in de klas te weinig krijgt. Inzicht in de geldstromen laat zien of het budget rechtstreeks het onderwijs bereikt. ›› 
1 april | FVD | Verworpen: 52–98 |
Werken in het onderwijs
De kamer, constaterende dat diverse experts en organisaties, zoals Beter Onderwijs Nederland, van mening zijn dat schoolbesturen onnodig veel geld uitgeven aan allerlei indirecte kosten, waaronder aan ICT, onderwijsbureaus en de schoolbesturen zelf, en te weinig aan het primaire proces, dus aan de leraar in of voor de klas; verzoekt de regering zo goed mogelijk te onderzoeken, indien mogelijk liefst uitgesplitst naar de omvang van het schoolbestuur en voor de afgelopen vijf jaar, welk deel (percentage) van al het geld dat schoolbesturen jaarlijks besteden ten goede komt aan de salarissen van leraren die in of voor de klas staan.

Grootte schoolbestuur en lerarentekort

Het kabinet moet onderzoeken of de omvang van schoolbesturen samenhangt met ziekteverzuim en verloop onder leraren. Leraren stoppen vaak door te weinig zeggenschap. In grote besturen ervaren docenten minder directe invloed op hun werk. ›› 
1 april | FVD | Verworpen: 43–107 |
Werken in het onderwijs
De kamer, constaterende dat er sprake is van een lerarentekort; constaterende dat uit diverse onderzoeken is gebleken dat «te weinig professionele autonomie» een van de meest genoemde redenen is voor leraren om te stoppen met hun vak; overwegende dat in grote organisaties de afstand tussen het bestuur en de werkvloer logischerwijs groter is en dat dit kan resulteren in een gevoel van gebrek aan autonomie en zeggenschap op de werkvloer; verzoekt het kabinet te (laten) onderzoeken of er wellicht een positieve correlatie is tussen de omvang van het schoolbestuur (dat wil zeggen: het aantal leerlingen waarvoor het schoolbestuur verantwoordelijk is) en het ziekteverzuim en personeelsverloop onder leraren.

Hybride docentschap in vmbo en mbo

De regering moet onderzoeken of hybride docentschap mogelijk is voor beroepsgerichte vakken in het vmbo, vso en mbo. Hybride docenten combineren lesgeven met een andere baan. Zo blijven professionals werkzaam in kraptesectoren en brengen ze tegelijk praktijkkennis de klas in. Dit verkleint het lerarentekort zonder andere sectoren verder uit te putten. ›› 
1 april | CDA | Aangenomen: 147–3 |
Werken in het onderwijs
De kamer, constaterende dat professionals uit sectoren als techniek, ICT, zorg en andere tekortsectoren waardevolle praktijkkennis kunnen inbrengen in het onderwijs, maar dat zij vaak niet volledig kunnen of willen overstappen vanwege verplichtingen in hun huidige beroep; overwegende dat het onderwijs ook mensen moet kunnen aantrekken die een baan in een andere sector willen combineren met werken in het onderwijs; overwegende dat hybride docentschap kan bijdragen aan het verkleinen van het lerarentekort zonder tekorten in andere sectoren te vergroten; overwegende dat het coalitieakkoord inzet op het aantrekkelijker maken van zijinstroom en het wegnemen van drempels; verzoekt de regering om samen met de tekortsectoren te bezien of binnen de onderwijsregio’s animo is en mogelijkheden zijn voor het stimuleren van hybride docentschap voor de beroepsgerichte vakken in vmbo, vso en mbo, en de Kamer hierover te informeren.
31 maart, Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34) (36684)

Objectiveren definitie psychosociale arbeidsbelasting

De regering moet de definitie van psychosociale arbeidsbelasting in de Arbowet (Arbeidsomstandighedenwet) objectiveren. De huidige definitie is te subjectief, waardoor normen voor acceptabel gedrag op de werkvloer onduidelijk zijn. ›› 
31 maart | FVD | Verworpen |
Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34)
De kamer, constaterende dat psychosociale arbeidsbelasting (PSA) in de Arbowet wordt gedefinieerd als «de blootstelling aan factoren in de arbeidssituatie die stress teweegbrengen», waarbij stress wordt omschreven als «een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft»; constaterende dat deze definitie elementen bevat die in hoge mate subjectief van aard zijn – het gaat immers om wat een werknemer als negatief ervaart – en dat daarmee de grens tussen aanvaardbaar en onaanvaardbaar gedrag op de werkvloer afhankelijk is van de individuele beleving van de betrokkene; constaterende dat de definitie van «psychosociale arbeidsbelasting» het juridische fundament vormt voor een reeks verplichtingen waaraan werkgevers zich vervolgens moeten houden; verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze de definitie van «psychosociale arbeidsbelasting» in de Arbowet kan worden geobjectiveerd, zodat het daarop gebaseerde beleid berust op kenbare, meetbare en toetsbare normen, en de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren.

Plan tegen agressie in winkels

De regering moet met werkgevers en werknemers een plan maken tegen agressie in winkels. Winkelmedewerkers worden steeds vaker geconfronteerd met geweld van klanten. De verplichte risico-inventarisatie (RI&E) moet daarom strenger worden gecontroleerd. ›› 
31 maart | D66, GL-PvdA | Aangenomen |
Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34)
De kamer, constaterende dat werknemers in de winkelstraat in het contact met de klanten steeds vaker te maken krijgen met onacceptabel geweld, agressie of intimidatie; overwegende dat veel werkgevers hun verantwoordelijkheid pakken om hun personeel goed te beschermen, maar er in sommige gevallen ook ruimte voor verbetering is; verzoekt de regering met werkgevers en werknemers een plan op te stellen voor het voorkomen en aanpakken van agressie in winkels en daarnaast te bezien of de normen voor het beschermen van werknemers effectief zijn en goed gehandhaafd worden, bijvoorbeeld door in de RI&E aandacht te hebben voor alleen staan in de winkel.