28 mei om 10:16 - Goedkeuring van het op 18 december 2023 te Rabat tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering (Trb. 2024, 1) (36688-(R2205))
De regering moet mensen niet uitleveren als er aanwijzingen zijn voor politieke vervolging. Bij de samenwerking met Marokko is het respecteren van mensenrechten een belangrijke voorwaarde. ››
De regering moet ervoor zorgen dat Jos Leijdekkers zijn gevangenisstraf uitzit. Criminelen mogen niet boven de wet staan. Ook landen zonder uitleveringsverdrag (een afspraak om criminelen over te dragen) mogen geen veilige plek zijn voor grote criminelen. ››
De regering moet vaker mensen uitleveren uit Marokko en grote criminele bendes aanpakken. Marokko wordt door deze groepen namelijk gebruikt als een veilige plek om onder de politie uit te komen. ››
De regering moet voorkomen dat zij zich bindt aan de islamitische mensenrechten uit de Verklaring van Caïro. Deze regels mogen ook geen rol spelen bij uitlevering aan Marokko. De Verklaring is gebaseerd op de sharia. Deze regels botsen met westerse mensenrechten, zoals de vrijheid van godsdienst en de gelijkheid van vrouwen. Dit kan het uitleveren van personen onnodig blokkeren. ››
De regering moet de interpretatieve verklaring (de officiële uitleg van een verdrag) over het begrip 'Nederlanderschap' aanpassen. Nu worden geïntegreerde vreemdelingen namelijk gelijkgesteld aan mensen met de Nederlandse nationaliteit. Dit is niet toegestaan. De aanpassing zorgt voor een duidelijk onderscheid tussen Nederlanders en vreemdelingen. ››
27 mei om 15:30 - Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een nieuwe vergunningplicht bij bepaalde asbestwerkzaamheden ten behoeve van de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2668 (36843)
De regering moet onderzoeken of er een streng doel moet komen om de regeldruk te verlagen. De regeldruk voor werkgevers is nu al erg hoog. Nieuwe regels komen er vaak bij, maar oude regels gaan er niet voor in de plaats. ››
De regering moet de eisen voor de nieuwe asbestvergunningen goed onderbouwen. Werknemers moeten optimaal beschermd worden tegen asbest. De regels moeten daarom passen bij het risico van het werk. De regering moet bestaande certificaten gebruiken om onnodige kosten voor bedrijven te voorkomen. ››
De regering moet onderzoeken of erkende werkmethoden bij asbestwerkzaamheden met een laag risico mogen leiden tot minder strenge regels. Deze methoden zorgen voor veilig werken zonder onnodig zware verplichtingen. ››
De regering moet een overzicht sturen van alle verplichtingen uit de Asbestrichtlijn (Europese regels over asbest). Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) moet onderzoeken of deze regels goedkoper kunnen worden uitgevoerd. De regeldruk voor bedrijven kan nu oplopen tot 100 miljoen euro. Extra Nederlandse regels zijn alleen toegestaan als ze echt nodig en effectief zijn. ››
De regering moet de Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd (KVJJ) beter benutten. Dit zijn kleine instellingen voor korte straffen. Deze voorzieningen worden nu te weinig gebruikt. Hierdoor is er in de grotere jeugdinstellingen te weinig plek voor passende straffen. ››
De regering moet de adviezen van de Onderwijsraad volgen en in het najaar van 2026 een plan presenteren voor het onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen (jji's). Het onderwijs daar schiet nu ernstig tekort en de situatie is verslechterd. Dit plan moet ook specifiek ingaan op jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking. ››
De regering moet een plan maken om Jeugdreclassering in Verbinding landelijk in te voeren. Bij deze aanpak werken zorg, onderwijs en justitie nauw samen. Deze intensieve begeleiding voorkomt dat jongeren opnieuw strafbare feiten plegen en biedt hen meer perspectief. ››
De regering moet zwaardere jeugdstrafzaken niet buiten de rechter om afhandelen. Bij zo'n afhandeling kunnen slachtoffers namelijk geen schadevergoeding aanvragen en mogen ze niet spreken in de rechtszaal. ››
De regering moet artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (het wetboek met alle strafbare feiten) aanscherpen. Geweld in groepsverband komt veel voor bij jongeren in jeugddetentie, maar de huidige wet wordt bijna nooit gebruikt om deze daders te veroordelen. ››
De regering moet vanaf 14 jaar altijd het strafrecht voor volwassenen toepassen bij zeden- en geweldsdelicten. Criminelen ronselen jongeren steeds vaker omdat de huidige straffen te laag zijn. ››
De regering moet met het Openbaar Ministerie (de organisatie die bepaalt wie vervolgd wordt) bespreken waarom 16- en 17-jarigen bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven bijna nooit volgens het volwassenenstrafrecht worden berecht. Dit gebeurt nu nauwelijks, zelfs bij zeer gewelddadige en berekenende daders. ››
De regering moet een landelijk messenverbod invoeren. Het wapenbezit onder jongeren is de afgelopen jaren toegenomen. De politie nam vorig jaar een recordaantal wapens in beslag bij minderjarigen. ››
De regering moet onderzoeken hoe de financiering van collectieve actiezaken beter geregeld kan worden. Dit moet onderdeel zijn van de evaluatie van de Wamca (de wet voor massaschadezaken). Veel van deze zaken worden nu betaald door commerciële partijen uit het buitenland, maar de regels hiervoor zijn onduidelijk. Er is meer openheid nodig over de afspraken en de beloning. ››
De regering moet onderzoeken hoe schadezaken via de Wamca (wet voor collectieve schadeclaims) makkelijker bij de rechter kunnen komen. Nu zijn deze zaken zo duur dat alleen commerciële financiers ze betalen. Hierdoor worden alleen claims gestart die winstgevend zijn voor die financiers. Dit beperkt de toegang tot het recht. ››
De regering moet het plan stopzetten om iedereen één keer de achternaam te laten wijzigen. Er is geen goed bewijs dat mensen dit echt nodig hebben. De regering moet eerst een visie schrijven over waar een achternaam voor dient. ››