De regering moet organisaties met de status Veilige Publieke Taak meer informatie geven over risico's. Medewerkers van woningbouwcorporaties worden steeds vaker bedreigd of lastiggevallen tijdens hun werk. Om veilig te kunnen werken, moeten zij van tevoren weten of een situatie risicovol is voordat zij contact zoeken met bewoners. ››
De regering moet onderzoeken of strengere landelijke veiligheidsnormen de bouw van nieuwe woningen in de weg staan. De regels voor veiligheid in steden en dorpen veranderen vaak. Deze regels maken het soms moeilijk om nieuwe woningbouwprojecten te realiseren. ››
De regering moet één centraal aanspreekpunt maken voor gebieden die niet onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) vallen. Veel gebieden hebben namelijk grote stedelijke problemen, maar kunnen nu niet makkelijk contact leggen met de landelijke overheid. Dit aanspreekpunt helpt deze gebieden om de juiste hulp te krijgen. ››
De regering moet onderzoeken hoe de kosten voor particulieren en VvE's (verenigingen van eigenaren) beperkt kunnen worden bij nieuw veiligheidsbeleid. Nieuwe regels voor de veiligheid van gebouwen kunnen namelijk zorgen voor onverwacht hoge kosten voor bewoners. ››
De regering moet meer middenhuurwoningen bouwen in NPLV-gebieden (wijken met veel sociale huur). Een mix van woningen maakt kwetsbare wijken veiliger en sterker. Dit zorgt voor een betere balans in de buurt en helpt mensen om makkelijker door te stromen naar een andere woning. ››
De regering moet de regels in het Ontwerpbesluit versterking regie volkshuisvesting schrappen. Deze regels verplichten een hoog deel sociale huurwoningen. Woningcorporaties maken echter grote verliezen bij de bouw van sociale huur. Meer gewone woningen zorgen voor meer doorstroming en lagere prijzen. De focus moet liggen op het vergroten van het totale aantal woningen. ››
De regering moet landelijke regels vastleggen in het Besluit versterking regie volkshuisvesting. Provincies en gemeenten mogen geen strengere eisen stellen aan de prijs, de grootte of de staat van middenhuurwoningen. Zo weten bouwers precies waar ze aan moeten voldoen. Dit zorgt ervoor dat er sneller nieuwe woningen worden gebouwd. ››
Het kabinet moet onderzoeken hoe de bouw van onzelfstandige eenheden, zoals gedeelde woonvormen, structureel gestimuleerd kan worden. Deze woonvormen helpen de woningnood aan te pakken en zijn goed voor de mentale gezondheid. De Wet versterking regie volkshuisvesting biedt hier momenteel onvoldoende mogelijkheden voor. ››
De minister moet gemeenten helpen om meer vergunningsvrije mantelzorg- en familiewoningen toe te staan. Het Besluit versterking regie volkshuisvesting beperkt deze woningen nu tot het achtererf, maar een plek op het zijerf of voorerf is vaak beter en wenselijker. Gemeenten kunnen zelf ruimere regels maken, maar hebben hulp van de rijksoverheid nodig. ››
De regering moet onderzoeken hoe vergunningen voor flexwoningen (verplaatsbare woningen) locatie- en tijdsongebonden kunnen worden verleend. Het voordeel van deze woningen is juist dat ze verplaatsbaar zijn. Nu zijn de vergunningen nog gebonden aan een specifieke plek en tijd, wat de inzetbaarheid beperkt. ››
De regering moet in studentensteden afspraken maken over het aantal onzelfstandige woningen (kamers) voor studenten. Deze afspraken moeten worden opgenomen in de nieuwe woondeals (plannen voor woningbouw). Er is namelijk een groot tekort aan woningen voor studenten. ››
De regering moet provincies en gemeenten aanspreken als zij te strenge eisen stellen aan woningbouw. De Wet versterking regie volkshuisvesting regelt de betaalbaarheid van woningen al. Strengere lokale regels maken het namelijk moeilijker om extra wijken te bouwen. Dit remt de bouw van nieuwe woningen. ››
De regering moet zorgen dat de regels voor betaalbare woningen niet te streng zijn. Gemeenten moeten via het Besluit versterking regie volkshuisvesting makkelijk van deze eisen kunnen afwijken. De uitzondering moet namelijk in de praktijk echt bruikbaar zijn. ››
De regering moet gemeenten oproepen om een leegstandsverordening te gebruiken. Ook moet de regering informatie geven over de leegstandsbelasting. Zo kan langdurige leegstand effectiever worden aangepakt. ››
De regering moet een vaste werkwijze voor gemeenten maken om gegevens over urgentieaanvragen en huisvestingsvergunningen te delen. Zo kunnen er makkelijk overzichten worden gemaakt voor de regio, de provincie en heel Nederland. ››
De regering moet zorgen dat de plannen van gemeenten voor woningbouw niet worden beperkt door regionale doelen. Genoeg woningen bouwen is nodig voor een goede leefbaarheid. Te strikte regionale afspraken mogen de bouw van huizen in de gemeente niet tegenhouden. ››
De regering moet de Wet versterking regie volkshuisvesting aanpassen. De huisvesting van ex-gedetineerden moet in principe in de regio van herkomst worden geregeld. Nu is er geen afspraak over de verdeling van deze taak. Hierdoor lopen regio's met gevangenissen het risico dat zij alle verantwoordelijkheid krijgen voor de woningbouw voor ex-gedetineerden. ››
De regering moet met de gemeente Den Haag praten over financiële steun voor de binnenstad. De renovatie van het Binnenhof zorgt voor langdurige overlast en economische schade in de stad. Met extra geld kunnen projecten de economie en de leefbaarheid van de binnenstad verbeteren. ››
De regering moet de kosten voor de renovatie van de Grafelijke Zalen zo laag mogelijk houden. Voor dit project is 225 miljoen euro gereserveerd. Bij grote verbouwingen bestaat het risico dat er te veel extra wensen worden toegevoegd, waardoor het geld onnodig wordt uitgegeven. De regering moet voorkomen dat dit budget wordt overschreden. ››
De regering moet zorgen dat minimaal 50% van de nieuwe woningen in de wijk Valkenhorst in Katwijk betaalbaar is. In de huidige plannen is slechts 36% van de woningen betaalbaar. Dit is te weinig, omdat de gemeente Katwijk de helft betaalbaar wil bouwen. De regering moet samen met de gemeente kijken hoe dit doel alsnog gehaald kan worden. ››