De regering moet stoppen met het storten van beton op de Groningse gasvelden. Want het beton maakt de gasvoorraad onbruikbaar, zelfs in noodsituaties. ››
De regering moet voor het meireces een gedetailleerde strategie maken om de gas- en olievoorraad goedkoop aan te vullen. De prijzen en hoeveelheden van gas en olie zijn onzeker en kunnen langer onzeker blijven, waardoor er risico op tekorten is. ››
De regering moet de belastingvrije kilometervergoeding verhogen naar € 0,28 per kilometer. Een hogere vergoeding helpt werknemers hun brandstofkosten te betalen. ››
De regering moet per direct de accijnzen op benzine en diesel met €0,25 verlagen. Dit zou de brandstofkosten voor automobilisten verlagen en hun lasten verlichten. ››
De regering moet voor Prinsjesdag 2026 een concreet plan maken om de hoge brandstofprijzen structureel aan te pakken, bijvoorbeeld met een prijscap voor brandstof en flexibelere accijnzen. Hoge brandstofkosten wegen zwaar op huishoudens. ››
De regering moet op korte termijn onderzoeken of en hoe de prijstransparantie bij benzinepompen op een kostenneutrale manier kan worden vergroot. Consumenten betalen nu structureel te veel aan de pomp omdat olieprijsschommelingen langzaam in de benzineprijs doorslaan, en hoge brandstofkosten zorgen voor brede zorgen. ››
De regering moet het definitief onklaar maken van gasputten in Groningen tijdelijk opschorten. Nederland heeft geen gasnoodreserve en de huidige geopolitieke situatie maakt dat nodig om de gasvoorziening te waarborgen. ››
De regering moet met transport en logistiek, voedselproducenten, supermarkten en werknemersorganisaties in gesprek gaan over een manier om hoge boodschappenprijzen te voorkomen. De prijzen van boodschappen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen voor veel huishoudens. ››
De regering moet onderzoeken of de staat extra btw-inkomsten krijgt door hoge brandstofprijzen en of dat geld kan worden gebruikt om de accijns op brandstof te verlagen. Lagere accijns maakt brandstof goedkoper, waardoor de prijzen van goederen en boodschappen dalen. ››
De regering moet een nationale aanpak voor een weerbare economie voorstellen. De Nederlandse economie is kwetsbaar voor verstoringen in de mondiale fossiele energievoorziening. ››
De regering moet de vrachtwagenheffing voor onbepaalde tijd uitstellen. De combinatie van de heffing en de sterk gestegen dieselprijs maakt transport duurder, waardoor consumenten meer betalen en Nederlandse bedrijven minder concurrerend kunnen zijn. ››
De regering moet opties aan de Kamer voorleggen om het groeiende brandstofprijsverschil tussen Nederland en België/Duitsland te stoppen. Het prijsverschil wordt groter omdat Nederland de accijns op brandstof elk jaar verhoogt en de buurlanden dat niet doen. ››
De regering moet ervoor zorgen dat het Warmtefonds zijn energiebespaarleningen kan blijven verstrekken. Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de energieprijzen gestegen, waardoor 30-40% meer mensen een lening aanvragen; zonder extra geld stopt het fonds mogelijk in 2027. ››
De regering moet ruim voor de zomer een kabinetsreactie geven op het IEA-rapport en andere maatregelen overwegen om de olievraag te beperken. Het IEA stelt voor om de vraag te beperken, maar zonder actie blijft de olievraag hoog. ››
De regering moet in Europa pleiten voor een nieuwe solidariteitsbijdrage voor fossiele energiebedrijven en daarbij in Nederland de juridische voorbereiding treffen. Een dergelijke belasting vangt de uitzonderlijke winsten op die bedrijven maken door onverwachte marktveranderingen en werkt alleen rechtvaardig als alle EU-landen samen optrekken. ››
De regering moet het Nationaal Isolatie Offensief versneld, breder en toegankelijk uitvoeren. Zo krijgen kwetsbare huishoudens in heel Nederland betere ondersteuning. ››