De regering moet bewoners en omwonenden structureel laten meebeslissen over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Dit programma heeft een grote impact op de mensen die naast de gekozen locaties wonen. ››
De regering moet islamitische gebedsruimtes op kazernes verbieden. Kazernes staan voor eenheid, discipline en loyaliteit aan Nederland. De islam hoort niet bij Nederland. ››
De regering moet alle stikstofregels schrappen. Deze regels blokkeren nu noodzakelijke projecten van Defensie. De veiligheid van Nederland en de militairen is belangrijker dan deze regels. ››
De regering moet kazernes beter beschermen tegen drones en moderne precisiewapens. Deze moderne dreigingen spelen een steeds grotere rol. Daarom moeten er systemen komen om deze wapens op te sporen, te storen en uit te schakelen. ››
De regering moet Defensie prioriteit geven op het spoor voor het transport van militair materieel, behalve tijdens de spits. Snelle en betrouwbare verplaatsing van dit materieel is nodig voor een slagvaardige krijgsmacht. ››
De regering moet bij Defensieprojecten voorrang geven aan lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijven (mkb). Dit geldt voor de aanbestedingen, de bouw, het onderhoud en de leveringen. Lokaal draagvlak is essentieel voor het slagen en het gebruik van deze projecten. ››
De regering moet per locatie een duidelijk doel en tijdpad vastleggen voor de uitbreiding van Defensielocaties. Hiervoor moeten afspraken worden gemaakt met gemeenten en provincies. Lokale overheden hebben deze duidelijkheid nodig om plannen voor de komende vier jaar goed te kunnen regelen. ››
De regering moet onderzoeken waar de krijgsmacht kan oefenen met zware explosieven. Er is nu slechts één terrein in Reek, waardoor er te weinig geoefend wordt. Een tweede locatie in Nederland of vaste plekken in het buitenland zijn nodig om de soldaten klaar te maken voor hun taken. ››
De regering moet een regiegroep opzetten met bedrijven en onderzoekers om het testen met drones te verbeteren. De huidige regels zijn te complex en er is niet genoeg ruimte om te oefenen. Samenwerking is nodig om problemen sneller op te lossen en de sector vooruit te helpen. ››
9 april om 15:30 - Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) (36746)
De regering moet onderzoeken of er uitzonderingen mogen komen op de nieuwe regels voor flexibele contracten. In de horeca en de zorg wisselt de vraag naar personeel namelijk sterk. Flexibele contracten, zoals het bandbreedtecontract (een contract waarbij de uren kunnen variëren), zijn daar noodzakelijk om op piektijden goed te kunnen werken. ››
De regering moet rapporteren of de grens van 130% in bandbreedtecontracten werkt voor sectoren met wisselende werkdruk. De Wet meer zekerheid flexwerkers bepaalt nu dat het aantal uren niet meer mag zijn dan 130% van het minimum. In sommige sectoren is deze grens echter te laag voor de praktijk. De regering moet indien nodig de wet aanpassen. ››
De regering moet een voorstel doen om de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor het kleinbedrijf te verkorten van twee jaar naar één jaar. Dit moet tegelijkertijd gebeuren met de invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers. Zo wordt het voor kleine werkgevers minder risicovol om mensen een vast contract te geven. ››
De regering moet in de arbeidsmonitor onderzoeken wat de Wet meer zekerheid flexwerkers doet met de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat. Deze wet verandert de arbeidsmarkt. Het is belangrijk om te weten of deze verandering goed is voor het aantal banen en voor het aantrekkelijk blijven van Nederland voor bedrijven. ››
De regering moet de overgebleven wetten uit het arbeidsmarktpakket zo snel mogelijk tegelijk invoeren. Een gezonde arbeidsmarkt is nodig voor de economie. De wetten moeten ervoor zorgen dat flexibele banen minder flexibel worden en vaste banen minder vast. Door deze wetten tegelijk te laten ingaan, ontstaat er een gebalanceerd en eerlijk systeem voor werkenden. ››
De regering moet onderzoeken welke problemen het bandbreedtecontract (een contract met wisselende uren) veroorzaakt in de zorg. In de zorg werken mensen met wisselende roosters. Het is belangrijk om deze knelpunten en oplossingen tijdig in kaart te brengen voordat de nieuwe wet ingaat. ››
De regering moet onderzoeken of de loonheffingsverklaring (een formulier voor de belastingdienst) gebruikt kan worden als bewijs dat iemand student is. Nu moeten werkgevers extra papieren bewaren om dit aan te tonen. Dit zorgt voor onnodige en dubbele administratieve lasten voor bedrijven. ››
De regering moet de uitzonderingen op de ketenbepaling opruimen en gelijk trekken. De ketenbepaling is de regel die bepaalt wanneer een tijdelijk contract een vast contract wordt. Er zijn nu zoveel uitzonderingen dat het onoverzichtelijk is. Hierdoor blijven te veel werknemers te lang vastzitten aan tijdelijke contracten zonder uitzicht op zekerheid. ››
De regering moet uitzendkrachten informeren over hun rechten. Veel mensen in het uitzendwerk weten niet dat zij mogelijk recht hebben op achterstallig loon. De regering moet samen met vakbonden onderzoeken hoe zij deze mensen goed kunnen informeren, bijvoorbeeld via de website WorkinNL. ››
De regering moet onderzoeken hoe de ketenbepaling (een regel tegen tijdelijke contracten) kan worden gebruikt voor urenuitbreiding in het onderwijs. Nu krijgen veel docenten tijdelijke extra uren die eigenlijk vast zouden moeten zijn. Dit zorgt voor onzekerheid en ervoor dat docenten het onderwijs verlaten. Structurele uren helpen om personeel beter te behouden. ››