De regering moet in Brussel pleiten voor het afschaffen van de indirecte kostencompensatie (IKC). Dit is een regeling om kosten te vergoeden. Europese landen hanteren namelijk allemaal verschillende regels voor deze regeling. ››
Het kabinet moet lopende onderhandelingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk versnellen. Sinds het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU hebben Nederlandse ondernemers veel last van grenscontroles en extra administratie. Het wegnemen van deze belemmeringen zorgt voor lagere kosten en een snellere handel. ››
Het kabinet moet in de Europese Unie (EU) zorgen dat handelsverdragen sneller ingaan. Het vertalen van verdragen in alle EU-talen zorgt nu voor te lange wachttijden. Dit kost Nederlandse exporteurs kostbare tijd en marktaandeel op de wereldmarkt. De EU moet daarom toestaan dat een akkoord al wordt toegepast op basis van de afgesproken Engelse tekst. ››
De regering moet een plan maken om de ruimte voor maatschappelijke organisaties wereldwijd te beschermen. Ook moet de regering onderzoeken of er weer een speciaal fonds komt om deze organisaties financieel te steunen. De vrijheid van deze groepen wordt wereldwijd namelijk steeds kleiner. Dit is een groot gevaar voor de democratie en de mensenrechten. ››
De regering moet Nederland internationaal positioneren als voorvechter van vrouwenrechten. Dit kan door het steunen van gezamenlijke verklaringen. Vrouwenrechten staan namelijk wereldwijd onder druk. Daarom is internationaal leiderschap nodig. ››
De regering moet de adviezen van de commissie-Roemer volledig uitvoeren. De afspraken in het coalitieakkoord worden namelijk nog onvoldoende nagekomen. Dit advies zorgt voor betere regels op de arbeidsmarkt, zoals een gegarandeerd minimumloon in de eerste twee maanden en de verplichte certificering van uitzendbureaus. ››
De regering moet iedereen die langer dan drie maanden in Nederland werkt of studeert verplicht Nederlands laten leren. Taalbeheersing is nodig om mee te doen in de samenleving. Ook voorkomt het gevaarlijke situaties op de werkvloer. De verantwoordelijkheid voor dit taalonderwijs moet bij de werkgever of de onderwijsinstelling liggen. ››
De regering moet onderzoeken of er voor bepaalde sectoren een tewerkstellingsvergunning (toestemming om te werken) moet komen. De huidige hoeveelheid arbeidsmigranten zorgt voor sociale problemen, zoals meer dakloosheid in grote steden. Ook is de aanpak van misstanden bij uitzendbureaus niet effectief genoeg. ››
De regering moet samen met de VNG (de vereniging van alle Nederlandse gemeenten) een landelijk plan maken om de Rotterdamse aanpak voor arbeidsmigranten uit te rollen. Er is momenteel geen landelijke aanpak om misbruik van arbeidsmigranten te bestrijden, overlast in wijken tegen te gaan en de terugkeer naar het eigen land te stimuleren. ››
De regering moet een strikte voorwaarde stellen aan de financiering van de opvang van dakloze EU-migranten zonder recht op verblijf. Er moet altijd worden ingezet op terugkeer naar werk of naar het eigen land. Intensieve begeleiding, zoals hulp bij werk of afkicktrajecten, helpt mensen namelijk om weer aan het werk te gaan of terug te keren naar huis. ››
De regering moet onderzoeken hoe de verplichte terugkeer van dakloze en verslaafde EU-migranten die overlast veroorzaken sneller en makkelijker kan. Deze groep zorgt voor onveiligheid en tast de leefbaarheid in steden en dorpen aan. ››
De regering moet een heffing invoeren voor werkgevers die arbeidsmigranten in dienst hebben. De grote instroom van arbeidsmigranten zorgt voor te veel druk op de woningmarkt, de voorzieningen en de leefbaarheid in Nederland. ››
De regering moet werkvergunningen invoeren voor werknemers uit andere EU-landen. De instroom van arbeidsmigranten zorgt voor te veel druk op de woningmarkt, de voorzieningen en de leefbaarheid in Nederland. ››
Het kabinet moet de afhankelijkheid van arbeidsmigratie meewegen bij het maken van besluiten. Veel sectoren in de Nederlandse economie zijn afhankelijk van arbeidsmigranten. Vooral laagbetaalde arbeidsmigratie is op de korte termijn essentieel voor de economie. ››
De regering moet de bevolkingsgroei beperken en het migratiesaldo zo dicht mogelijk naar nul brengen. Dit is nodig om grip te houden op de toekomstige bevolking. De regering moet hiervoor de adviezen van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 opvolgen en een overzicht uitbrengen: de Staat van de Demografie. ››
De regering moet arbeidsmigranten van buiten de EU alleen in het uiterste geval inzetten. Dit mag alleen voor sectoren die cruciaal zijn voor de economie van de toekomst. Er is namelijk nog genoeg werkpotentieel binnen Nederland zelf om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen. ››
De regering moet onderzoeken hoe bedrijven via een vrijwillig fonds kunnen bijdragen aan de begeleiding van arbeidsmigranten. Het IBO (het instituut voor arbeidsmigratiebeleid) noemt een fonds voor taal en huisvesting. Dit voorkomt dakloosheid in regio's met veel migranten en kost de overheid geen extra geld. ››
De regering moet een bandbreedte voor arbeidsmigratie uitwerken om meer grip op migratie te krijgen. Zo blijft er ruimte voor migranten die bijdragen aan innovatie en de maatschappij. Tegelijkertijd moet de afhankelijkheid van laagbetaalde arbeid afnemen. De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 adviseert deze bandbreedte om migratie beter te sturen. ››
Het kabinet moet gemeenten betrekken bij de samenwerking tussen de Arbeidsinspectie (NLA) en de Belastingdienst. Ook moet de regering onderzoeken of gemeenten informatie mogen delen met de Arbeidsinspectie. Dit is nodig om problemen met het werk, de huisvesting en de leefomgeving van arbeidsmigranten aan te pakken. ››
De regering moet onderzoeken of de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een specifiek bedrijf mag verbieden om uitzendkrachten in te zetten. Misstanden met uitzendkrachten komen vaak alleen voor bij bepaalde bedrijven en niet in de hele sector. Een gericht verbod is nodig om deze misstanden effectief aan te pakken. ››