De regering moet onderzoeken of er een landelijke maximale termijn moet komen voor middenhuurwoningen. Nu is er alleen een minimale termijn van tien jaar. Duidelijke regels geven investeerders zekerheid. Dit is nodig om de bouw van nieuwe woningen financieel haalbaar te houden en genoeg woningen te bouwen. ››
De regering moet de wet-Nijboer afschaffen. Deze wet beperkt hoe hoog de huur in de vrije sector elk jaar mag stijgen. Hierdoor willen steeds minder mensen huurwoningen aanbieden. Dat is slecht voor woningzoekenden, omdat er daardoor minder huurwoningen beschikbaar zijn op de markt. ››
De regering moet de invloed van de WOZ-cap verder beperken, bijvoorbeeld door de WOZ-waarde meer te laten meetellen in het woningwaarderingsstelsel (het WWS, waarmee de maximale huur wordt bepaald). Het aanbod van middenhuur staat namelijk onder druk. Verhuurders verkopen hun woningen steeds vaker in plaats van ze te verhuren. ››
De regering moet de WWS-puntentabel (het puntensysteem voor de huurprijs) jaarlijks verhogen met de inflatie (CPI) plus 1%. Nu is het lastig om te investeren in middenhuur. Verhuurders verkopen hun huizen daarom steeds vaker. Een hogere indexering zorgt voor een beter rendement. Zo blijven er meer woningen beschikbaar voor de middenhuur. ››
De regering moet het voorstel voor tijdelijke huurcontracten voor alle studenten als wet in formele zin aan de Kamer voorleggen. Bij een wet in formele zin moeten de Tweede en Eerste Kamer officieel over stemmen. Meer dan 30 Kamerleden willen dat dit voorstel op deze manier wordt behandeld. ››
De regering moet de plannen voor de WOZ-prijsopslag, buitenruimte en rijksmonumenten zo snel mogelijk naar de Raad van State sturen. Deze plannen helpen namelijk het tekort aan middenhuurwoningen aan te pakken. ››
De regering moet de WOZ-cap niet versoepelen. De WOZ-cap is de maximale waarde van een woning die wordt gebruikt om de huurprijs te bepalen. Als deze grens wordt verhoogd, stijgt de middenhuur in grote steden met 100 tot 300 euro per maand. ››
De regering moet geen plannen maken om tijdelijke huurcontracten weer toe te staan. De Wet vaste huurcontracten beperkt deze contracten al. Tijdelijke huur zorgt namelijk voor veel stress en onzekerheid over wonen. ››
De regering moet voorkomen dat tijdelijke huurcontracten weer worden ingevoerd of uitgebreid. Deze contracten zorgen namelijk niet voor meer woningen of een betere doorstroming op de woningmarkt. In plaats daarvan leiden ze tot hogere huren, minder leefbaarheid en grote onzekerheid voor huurders. ››
De regering moet een plan maken om huurwoningen die door beleggers zijn opgekocht, terug te kopen. Deze woningen moeten naar wooncoöperaties (groepen die samenwonen) of woningcorporaties (organisaties voor sociale huur). Zo blijven er genoeg huurwoningen en blijven de huren betaalbaar. ››
De regering moet een wet maken zodat leerlingen in het praktijkonderwijs (pr.o.) de entreeopleiding (de eerste opleiding op het mbo) kunnen volgen. Nu is deze route nog niet officieel geregeld. Dat zorgt voor onzekerheid bij scholen en leerlingen. Een wettelijke basis is nodig om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. ››
De regering moet een plan maken voor het praktijk- en beroepsgericht onderwijs. Nu is er te veel druk om naar theoretisch onderwijs te gaan. Daardoor komen er te weinig goede vakmensen bij en worden de talenten van leerlingen niet goed gebruikt. Een nieuw plan moet zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt en meer personeel voor de scholen. ››
De minister moet zorgen dat het schoolgeld meeverhuist als een leerling midden in het jaar van school wisselt. Nu blijft het budget bij de oude school hangen, zelfs als een leerling naar het praktijkonderwijs gaat. Hierdoor krijgt de nieuwe school niet genoeg geld voor de leerling. ››
De regering moet stoppen met het beleid voor 'kansrijk adviseren'. Leerlingen hebben namelijk een realistisch schooladvies nodig. Op dit moment wordt dit advies namelijk alleen bepaald op basis van hoe goed leerlingen kunnen nadenken en leren. ››
De regering moet ervoor zorgen dat nieuwkomers eerst goed Nederlands leren voordat zij een definitief schooladvies krijgen. Nu belanden veel nieuwkomers door taalproblemen in het praktijkonderwijs, terwijl zij eigenlijk beter in het theoretisch onderwijs passen. Dit zorgt ervoor dat kwetsbare Nederlandse leerlingen op lange wachtlijsten komen te staan. ››
De regering moet de reiskostenvergoeding beschikbaar stellen voor alle bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs. Deze leerlingen doen net zo veel stage als leerlingen in een entreeopleiding (een specifieke praktijkopleiding). Reiskosten mogen geen belemmering zijn voor het volgen van onderwijs. ››
De regering moet zorgen dat techniekonderwijs op alle vmbo-scholen in de onder- en bovenbouw beschikbaar is. Het aanbod van technische opleidingen neemt nu af. Veel leerlingen maken hun keuze zonder echt met techniek te hebben gewerkt. Vroege kennismaking is nodig om interesse te krijgen voor techniek en een goede studiekeuze te maken. ››
De regering moet een plan maken om de toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs af te schaffen. De regeling zorgt voor te veel papierwerk bij scholen en helpt leerlingen niet. Bovendien worden bijna alle aanvragen al goedgekeurd. ››
De regering moet zorgen dat er in elke regio meer verschillende beroepsopleidingen zijn op het vmbo. Nu bieden veel scholen te weinig keuzes aan. Hierdoor hangt de toekomst van een leerling te veel af van de plek waar hij of zij woont. Dit is niet eerlijk en beperkt de kansengelijkheid. ››
De regering moet zorgen voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs. Dat betekent dat scholen direct geld krijgen van de overheid. Nu gaat het geld via samenwerkingsverbanden. Hierdoor beïnvloeden financiële keuzes waar leerlingen terechtkomen. Dat is niet goed, want kinderen hebben snel de juiste hulp nodig. Ook neemt het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs snel toe. ››