De regering moet de reiskostenvergoeding beschikbaar stellen voor alle bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs. Deze leerlingen doen net zo veel stage als leerlingen in een entreeopleiding (een specifieke praktijkopleiding). Reiskosten mogen geen belemmering zijn voor het volgen van onderwijs. ››
De regering moet zorgen dat techniekonderwijs op alle vmbo-scholen in de onder- en bovenbouw beschikbaar is. Het aanbod van technische opleidingen neemt nu af. Veel leerlingen maken hun keuze zonder echt met techniek te hebben gewerkt. Vroege kennismaking is nodig om interesse te krijgen voor techniek en een goede studiekeuze te maken. ››
De regering moet een plan maken om de toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs af te schaffen. De regeling zorgt voor te veel papierwerk bij scholen en helpt leerlingen niet. Bovendien worden bijna alle aanvragen al goedgekeurd. ››
De regering moet zorgen dat er in elke regio meer verschillende beroepsopleidingen zijn op het vmbo. Nu bieden veel scholen te weinig keuzes aan. Hierdoor hangt de toekomst van een leerling te veel af van de plek waar hij of zij woont. Dit is niet eerlijk en beperkt de kansengelijkheid. ››
De regering moet zorgen voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs. Dat betekent dat scholen direct geld krijgen van de overheid. Nu gaat het geld via samenwerkingsverbanden. Hierdoor beïnvloeden financiële keuzes waar leerlingen terechtkomen. Dat is niet goed, want kinderen hebben snel de juiste hulp nodig. Ook neemt het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs snel toe. ››
De regering moet met Kennisnet, SURF en SIVON een plan maken voor een veilige, publieke Nederlandse AI-voorziening. De huidige AI-systemen, zoals ChatGPT, zijn commercieel en niet gemaakt voor het onderwijs. Een eigen voorziening beschermt de privacy van kinderen en zorgt dat scholen minder afhankelijk worden van grote technologiebedrijven. ››
De regering moet regels maken om het gebruik van schermen in de klas te beperken. Leren met papier, boeken en met de hand schrijven zorgt voor een betere concentratie en meer begrip. Schermen zorgen juist voor te veel afleiding. Daarom moeten papier en boeken weer de standaard worden in het onderwijs. ››
Het kabinet moet advies geven over hoe leerlingen kunnen leren schrijven zonder kunstmatige intelligentie (AI). Als leerlingen AI gebruiken voor huiswerk, leren ze zelf het schrijven niet meer goed. Het is belangrijk dat jongeren deze vaardigheid zelf beheersen om hun kennis te ontwikkelen. ››
De regering moet de digitale zelfstandigheid in het onderwijs vergroten en daar plannen voor maken. Scholen zijn nu te afhankelijk van grote buitenlandse techbedrijven zoals Microsoft en Google. ››
De regering moet de Europese Commissie vragen om strenger te handhaven op de Digital Services Act (de Europese wet voor online platforms). LGBTQIA+ personen worden online vaak gediscrimineerd of geblokkeerd door platforms zoals Meta en Instagram. Dit bedreigt hun veiligheid en vrijheid van meningsuiting. De Commissie moet extra letten op deze vormen van discriminatie. ››
De regering moet de Europese Commissie vragen om in de EU-lhbtiq+-strategie (een plan voor de rechten van lhbtiq+-personen) aandacht te besteden aan de oorzaken van dalende acceptatie en geweld. Culturele en religieuze factoren spelen hierbij een rol. De echte oorzaken aanpakken is nodig voor een goede analyse en betere bescherming. ››
De regering moet in Europa geen steun geven aan nieuwe EU-regels over onderwijs, gezinsbeleid en familierecht via de Europese lhbtiq+-strategie. Nederland moet namelijk zelf bepalen hoe deze zaken worden geregeld. Onderwijs en gezinsbeleid zijn namelijk nationale zaken waarover een land zelf beslist, niet de Europese Unie. ››
De regering moet stoppen met DEI-beleid (beleid gericht op diversiteit, gelijkheid en inclusie). Dit beleid benadrukt verschillen tussen mensen, zoals afkomst of huidskleur, en zorgt voor verdeeldheid in de samenleving. De regering moet in plaats daarvan kiezen voor beleid dat uitgaat van gedeelde normen, waarden en taal. ››
De regering moet de internationale dag tegen islamofobie niet erkennen en het woord 'islamofobie' niet gebruiken. Het woord verwart kritiek op de islam met discriminatie van moslims. Hierdoor komt terecht kritiek op de islam onterecht in een kwaad daglicht te staan. ››
De regering moet de nationale aanpak tegen moslimdiscriminatie pauzeren. Bestaande instanties, zoals de politie en antidiscriminatievoorzieningen, kunnen discriminatie al aanpakken. De regering moet eerst bewijzen waarom een nieuwe aanpak nodig is. Er moet een duidelijk plan komen over de kosten, de omvang van het probleem en de doelen. Pas na een debat in de Kamer mag de uitvoering doorgaan. ››
De regering moet onderzoek doen naar de houding van Nederlanders tegenover Joden en lhbtiq+-personen. Dit onderzoek moet kijken naar religieuze en culturele achtergronden. Alleen als de oorzaak van Jodenhaat en intolerantie bekend is, kan de overheid deze problemen effectief aanpakken. ››
De regering moet de functie en het bureau van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme opheffen. Nederland heeft namelijk al genoeg wetten, meldpunten en toezichthouders om discriminatie aan te pakken. ››
De regering moet bij werving en selectie binnen de rijksoverheid alleen selecteren op kwaliteit, geschiktheid en vakbekwaamheid. Kenmerken zoals afkomst, huidskleur of geslacht mogen geen rol spelen. De overheid moet namelijk iedere sollicitant gelijk behandelen. Functies moeten altijd worden ingevuld door de meest geschikte persoon. ››
De regering moet een onafhankelijk onderzoek doen naar de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. Dit is nodig om de gemeenschap te erkennen en recht te doen aan hun verleden. Ook moet er een landelijke agenda komen om de Molukse burgers te versterken. Dit is belangrijk omdat het in 2026 precies 75 jaar geleden is dat de eerste Molukse KNIL-militairen in Nederland aankwamen. ››
De regering moet de aanbevelingen van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme uitvoeren uit het rapport Principes voor profilering. Datagedreven profilering kan namelijk schade toebrengen aan de gelijkwaardigheid van burgers. De huidige regels bieden hiertegen in de praktijk vaak te weinig bescherming. ››