31 maart, Tweeminutendebat WIA-problematiek (CD 21/1)

Beter toezicht op WIA-beoordelingen

De regering moet waarborgen dat het ministerie tijdig en volledig wordt geïnformeerd over de kwaliteit van uitvoeringsorganisaties. Jarenlang bleef de slechte kwaliteit van WIA-beoordelingen (onderzoek naar arbeidsongeschiktheid) verborgen. Hierdoor ontbrak toezicht en liepen burgers risico op onterecht lage uitkeringen. Directe informatie is nodig om de keuringen goed te controleren. ›› 
31 maart | CU | Aangenomen: 130–20 |
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
De kamer, constaterende dat uit het rapport van de Rekenkamer blijkt dat de raad van bestuur al veel eerder op de hoogte was van de gebrekkige kwaliteit van de WIA-beoordelingen, hier meerdere malen over is gesproken in de raad van bestuur maar het ministerie pas jaren later geïnformeerd is over de gebrekkige kwaliteit van de beoordelingen; betreurt daarom de gang van zaken rond de kwaliteit van WIA-beoordelingen; verzoekt de regering lessen te trekken uit het Rekenkamerrapport aangaande de overlegstructuur tussen het ministerie en de uitvoeringsorganisaties en te waarborgen dat het ministerie voldoende geïnformeerd wordt over de geleverde kwaliteit door de uitvoeringsorganisaties.
31 maart, Tweeminutendebat Pensioenonderwerpen (CD 29/01)

Pensioenregels bij scheiding snel aanpassen

De regering moet een concreet tijdpad opstellen voor de Wet pensioenverdeling bij scheiding (Wps) en de Kamer hier binnen drie maanden over informeren. De nieuwe pensioenwet (Wtp) is al van kracht, maar de regels voor het verdelen van pensioen na een scheiding zijn nog niet aangepast. Hierdoor ontstaan praktische knelpunten. Snelle wetsbehandeling is daarom noodzakelijk. ›› 
31 maart | VVD | Aangenomen: 150–0 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat de Wet toekomst pensioenen (Wtp) per 1 juli 2023 kracht van wet heeft; constaterende dat het kabinet in 2019 de Wet pensioenverdeling bij scheiding (Wps) bij de Kamer heeft ingediend als opvolger van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding om de wetgeving beter aan te laten sluiten bij de actuele maatschappelijke situaties; constaterende dat de Wps niet is behandeld in de Kamer en moet worden aangepast aan de Wtp; overwegende dat hierdoor de regeling inzake het bijzonder partnerpensioen knelt met de huidige wetgeving; van mening dat het noodzakelijk is om spoedig de Wps te behandelen; verzoekt de regering om een ambitieus tijdpad vast te stellen voor de Wet pensioenverdeling bij scheiding, en de Kamer hierover binnen drie maanden te informeren.

Eerder opnemen van pensioen in één keer

De regering moet met pensioenuitvoerders overleggen om het bedrag ineens bij pensionering te vervroegen. Dit is een eenmalige uitkering uit je pensioen. Vertraging ondermijnt het vertrouwen in deze regeling. Mensen moeten eerder kunnen kiezen wat ze met hun geld doen. ›› 
31 maart | JA21 | Aangenomen: 103–47 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat de invoering van de mogelijkheid om bij pensionering een deel van het pensioen in één keer op te nemen (bedrag ineens) herhaaldelijk is uitgesteld en momenteel pas in 2029 wordt voorzien; overwegende dat verdere vertraging het vertrouwen in de uitvoering ondermijnt; verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk met pensioenuitvoerders in overleg te treden over de mogelijkheden om de invoering van het bedrag ineens alsnog te vervroegen, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren.

Onderzoek naar maatschappelijk pensioenbeleggen

De regering moet in kaart brengen hoe sterk activistische doelen meespelen bij beleggingen van pensioenfondsen. Deze fondsen beheren het geld van deelnemers primair voor een stabiel inkomen op latere leeftijd. Het is belangrijk dat financieel rendement voorrang houdt boven niet-financiële actie. ›› 
31 maart | JA21 | Aangenomen: 76–74 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat pensioenfondsen het vermogen van deelnemers beheren met als doel het realiseren van een koopkrachtig en stabiel pensioen, en dat beleggingskeuzes daaraan primair moeten bijdragen; overwegende dat er zorgen bestaan over de mate waarin maatschappelijke en activistische doelstellingen een rol spelen in het beleggingsbeleid van pensioenfondsen; verzoekt de regering om in kaart te brengen in hoeverre niet-financiële doelstellingen een rol spelen in het beleggingsbeleid van pensioenfondsen, en de Kamer hierover te informeren.

Indexatiegarantie voor pensioenen in België

De regering moet met De Nederlandsche Bank regelen dat deelnemers met een pensioenfonds in België bij de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel gegarandeerd indexatie krijgen. Indexatie houdt in dat pensioenen meegroeien met de inflatie. Fondsen in België ontlopen nu streng toezicht, waardoor koopkrachtbehoud niet zeker is. ›› 
31 maart | 50PLUS | Aangenomen: 147–3 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat pensioenfonds Johnson & Johnson ondanks de hoge dekkingsgraad van 173% niet indexeert; constaterende dat Nederlandse werknemers en gepensioneerden die een werkgever hebben met een pensioenfonds gestationeerd in België er niet van op aan kunnen dat er streng toezicht is; overwegende dat er door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel met deze werkgevers nieuwe afspraken gemaakt moeten worden opdat de Nederlandse indexeringsafspraken, door de stationering van het pensioenfonds in België, niet opnieuw ontweken kunnen worden; verzoekt de regering om het overgangsmomentum aan te grijpen om in nauw overleg met De Nederlandsche Bank er zorg voor te dragen dat in de transitieplannen ook voor pensioendeelnemers met werkgevers die hun pensioen in België hebben gestationeerd correcte afspraken gemaakt worden, zodat ook zij daadwerkelijk indexatie kunnen krijgen.

Pensioencompensatie bij baanwissel

De regering moet in kaart brengen welke groepen pensioencompensatie missen en praten met de Pensioenfederatie en Stichting van de Arbeid over een passende oplossing. Werknemers die van baan wisselen of tijdelijk werkloos zijn tijdens de invoering van de Wet toekomst pensioenen, lopen nu vaak hun vergoeding mis. Dit voldoet niet aan de wettelijke eis voor adequate compensatie. ›› 
31 maart | GL-PvdA, 50PLUS, CDA, D66 | Aangenomen: 150–0 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat in de Wet toekomst pensioenen mogelijkheden zijn opgenomen om specifieke groepen te compenseren voor het pensioengat dat ontstaat als gevolg van het afschaffen van de doorsneepremie; constaterende dat verschillende pensioenfondsen blijken te kiezen voor compensatie ineens bij het invaren, in plaats van verspreid over de tijd; overwegende dat het gevolg hiervan is dat sommige deelnemers compensatie mislopen om uiteenlopende redenen, zoals overstap van een fonds dat nog niet ingevaren is naar een fonds dat al wel ingevaren is, of tijdelijke werkloosheid in de periode dat ingevaren wordt; overwegende dat de Wet toekomst pensioenen spreekt van «adequate» compensatie, en dat dubbele compensatie voor sommigen en helemaal geen compensatie voor anderen moeilijk «adequaat» genoemd kan worden; verzoekt de regering voor het meireces in kaart te brengen welke groepen compensatie mislopen, in kaart te brengen hoe groot die groepen zijn, in gesprek te gaan met de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid over adequate compensatie voor deze groep en in kaart te brengen hoe mensen beter geïnformeerd kunnen worden over de gevolgen van een verandering in hun werksituatie tijdens de pensioentransitie.

Keuzerecht voor vast of variabel pensioen

De minister moet onderzoeken hoe deelnemers in de solidaire premieregeling (pensioenregeling met gedeelde risico's) zelf kiezen tussen een vast of variabel pensioen. De meeste mensen willen zekerheid van een vast bedrag. Keuzevrijheid geeft meer vertrouwen in de eigen pensioenregeling. ›› 
31 maart | BBB | Verworpen: 54–96 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat (gewezen) deelnemers in de solidaire premieregeling een variabele uitkering krijgen en deze (gewezen) deelnemers daar geen enkele keuze in hebben; overwegende dat er in de flexibele premieregeling op pensioeningangsdatum wel een keuzerecht is voor een variabele uitkering of een vaste uitkering; overwegende dat uit diverse onderzoeken naar voren komt dat de meerderheid van de mensen de voorkeur geeft aan een vaste uitkering, zelfs als deze lager is; overwegende dat een vaste uitkering bij pensioenfondsen voorheen de standaard was, behoudens incidentele kortingen; overwegende dat het goed is om (gewezen) deelnemers zeggenschap en keuzes te geven ten aanzien van hun eigen pensioenvoorziening, hetgeen zal bijdragen aan het vertrouwen; verzoekt de Minister te onderzoeken hoe er alsnog een keuzerecht kan worden geïntroduceerd in de solidaire premieregeling, waarbij de (gewezen) deelnemer op pensioeningangsdatum een keuze kan maken tussen een vaste of een variabele uitkering; verzoekt de Minister daarbij bijzondere aandacht te geven aan het toekennen en meegeven van een deel van de solidariteitsreserve aan de (gewezen) deelnemer als hij de keuze maakt voor een vaste uitkering, en uiterlijk voor het einde van het jaar een reactie naar de Kamer te zenden.

Meer zeggenschap voor pensioendeelnemers

De regering moet de bestuursregels voor pensioenfondsen aanpassen onder de Wet toekomst pensioenen. Deelnemers dragen de financiële risico's en zijn verplicht aangesloten, maar hebben weinig invloed. Zij moeten meer directe zeggenschap krijgen over hun pensioen. Ook de rol van werkgevers en vakbonden moet worden aangepast. ›› 
31 maart | BBB | Aangenomen: 124–26 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat met de Wet toekomst pensioenen de financiële risico’s nadrukkelijk bij deelnemers zijn komen te liggen, terwijl de governance van pensioenfondsen hierop niet fundamenteel is aangepast; overwegende dat deelnemers verplicht zijn aangesloten, maar nauwelijks doorslaggevende zeggenschap hebben over besluiten die direct hun pensioen raken; verzoekt de regering om met voorstellen te komen voor de inrichting van de governance van pensioenfondsen onder de Wtp, waaronder meer directe en structurele zeggenschap van deelnemers en een herijking van de rol van de sociale partners.

Belastingvrij pensioenadvies via werkgever

De regering moet onderzoeken hoe pensioenadvies van de werkgever belastingvrij wordt. Werknemers maken onder de Wet toekomst pensioenen belangrijke keuzes. Huidige belasting op advies ontmoedigt het gebruik. Fiscale vrijstelling helpt mensen om met vertrouwen hun pensioen te regelen. ›› 
31 maart | BBB | Verworpen: 64–86 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat werknemers binnen de Wet toekomst pensioenen belangrijke keuzes moeten maken over hun pensioen; overwegende dat persoonlijk financieel en pensioenadvies dat door de werkgever wordt aangeboden momenteel als belast loon wordt aangemerkt en daarmee ontmoedigend werkt; verzoekt de regering te bezien hoe financieel advies voor (bijna) gepensioneerden dat door of via de werkgever wordt verzorgd, kan worden vrijgesteld van loonbelasting, en de Kamer te informeren over de mogelijke beleidsopties en de bijbehorende budgettaire consequenties.

Verhoging AOW-leeftijd definitief schrappen

De regering moet de verhoging van de AOW-leeftijd (staatspensioen) definitief schrappen. Het plan staat niet in de Voorjaarsnota en de vakbonden willen er niet over praten. Daardoor ontbreekt het draagvlak. ›› 
31 maart | SP | Verworpen: 71–79 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat de verhoging van de AOW-leeftijd niet is meegenomen in de Voorjaarsnota; constaterende dat dit plan door het kabinet is doorgespeeld naar de SER, maar de vakbonden hierover nog niet in gesprek willen; verzoekt de regering de verhoging van de AOW-leeftijd definitief te schrappen.

Pensioenen laten stijgen met de prijzen

De regering moet pensioenfondsen oproepen de pensioenen te verhogen. Veel uitkeringen zijn de afgelopen jaren niet meegegroeid met de stijgende prijzen. Door de inflatie verliezen gepensioneerden koopkracht. Waar financieel mogelijk moeten fondsen deze inhaalslag maken. ›› 
31 maart | SP | Verworpen: 53–97 |
Toekomst pensioenstelsel
De kamer, constaterende dat het inflatiecijfer deze maand 2,7% is en de verwachting is dat de prijzen nog verder zullen stijgen; constaterende dat de pensioenen van veel gepensioneerden de afgelopen jaren achterlopen op de prijzen; verzoekt de regering pensioenfondsen die nog niet over zijn op het nieuwe stelsel op te roepen de pensioenen waar mogelijk te indexeren.
30 maart, Ontwerp-Nota Ruimte

Onderzoek naar landaanwinning kustzone

De regering moet onafhankelijk onderzoek doen naar de mogelijkheden en consequenties van landaanwinning in de kustzone. Er zijn meer ruimteclaims dan beschikbare ruimte in Nederland. ›› 
30 maart | CU, D66, VVD | Aangenomen: 107–43 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat er in de Nota Ruimte staat dat kustuitbreiding vooralsnog niet toegestaan wordt, met als onderbouwing «geen onnodige druk op de zandvoorraad»; constaterende dat 9% van het Nederlandse Noordzeegebied is aangewezen voor zandwinning, daar 0,3% per jaar van wordt gebruikt voor de huidige kustsuppleties en dat het bodemleven na zes jaar alweer hersteld is van zandwinning; overwegende dat er in Nederland c.q. de ontwerpNota Ruimte meer ruimteclaims zijn dan beschikbare ruimte; verzoekt de regering onafhankelijk onderzoek te doen naar de mogelijkheden en consequenties van landaanwinning in de kustzone, zoals voor een Derde Maasvlakte, een initiatief als Delta21 en extra strand en duinnatuur, en voor deze landaanwinning ruimte te laten in de Nota Ruimte.

Onderzoek naar Markermeer ontwikkelingen

De regering moet onafhankelijk onderzoek doen naar de mogelijkheden en consequenties van ruimtelijke ontwikkelingen in het Markermeer/IJmeer, zoals voor IJstad en de uitbreiding van de Marker Wadden. Er zijn meer ruimteclaims dan beschikbare ruimte en de vraag naar wonen in de Metropoolregio Amsterdam blijft groot. ›› 
30 maart | CU, D66, VVD | Aangenomen: 121–29 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat het peilbesluit uit 2018 de zoetwatervoorzieningscapaciteit van IJsselmeer-Markermeer heeft vergroot met enkele tientallen procenten, en dat de Nota Ruimte de mogelijkheid wil behouden om deze capaciteit verder te vergroten met enkele tientallen procenten, door meer peilopzet, peiluitzakking en/of een andere afvoerverdeling van de grote rivieren; constaterende dat klimaatverandering en extra zoetwaterbehoefte in de 21ste eeuw een omvang van enige tientallen procenten zullen hebben ten opzichte van de zoetwatervoorzieningscapaciteit; constaterende dat landaanwinning in het Markermeer/IJmeer, zoals voor IJstad, de waterbergingsruimte slechts zeer beperkt zou verminderen, zeker in de wetenschap dat er minder water verdampt vanaf land dan vanaf open water; overwegende dat er in Nederland meer ruimteclaims zijn dan beschikbare ruimte, en dat het Markermeer/IJmeer in het hart van de Metropoolregio Amsterdam ligt, waar de vraag naar wonen groot blijft; verzoekt de regering onafhankelijk onderzoek te doen naar de mogelijkheden en consequenties van ruimtelijke ontwikkelingen in het Markermeer/IJmeer, zoals voor IJstad en uitbreiding van de Marker Wadden, en voor deze ruimtelijke ontwikkelingen ruimte te laten in de Nota Ruimte.

VROkrijgt meer regie bij Nota Ruimte

De regering moet laten zien hoe de Minister van VRO voldoende macht krijgt om de ruimtelijke opgaven in de Nota Ruimte te coördineren. Zonder duidelijke regie lopen de uitvoeringsplannen vertraging op. ›› 
30 maart | CU, D66 | Aangenomen: 146–4 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat de ontwerpNota Ruimte een groot aantal ruimtelijke opgaven bevat die meerdere departementen raken; overwegende dat een effectieve uitvoering van deze opgaven vraagt om duidelijke regie en coördinatie vanuit de Minister van VRO; overwegende dat verschillende partijen, waaronder provincies, hebben gewezen op het belang van voldoende regie en doorzettingsmacht bij de Minister van VRO voor de uitvoerbaarheid van de Nota Ruimte; verzoekt de regering inzichtelijk te maken op welke wijze wordt geborgd dat de Minister van VRO over voldoende coördinerende bevoegdheden en doorzettingsmacht beschikt ten opzichte van andere departementen, ten behoeve van een voortvarende uitvoering van de Nota Ruimte.

Inzicht in ruimteclaims Nota Ruimte

De regering moet de Kamer voorafgaand aan de vaststelling van de definitieve Nota Ruimte concreet inzicht geven in de totale ruimteclaim van de ambities op het gebied van woningbouw, defensie, natuur, landbouw, energie en infrastructuur. Zonder dit overzicht kan de Kamer de ruimtelijke gevolgen niet goed beoordelen. ›› 
30 maart | CU, D66 | Aangenomen: 150–0 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat de ontwerpNota Ruimte een groot aantal ruimtelijke ambities bevat op het gebied van onder andere woningbouw, defensie, natuur, landbouw, energie en infrastructuur; overwegende dat het voor een goede beoordeling van de Nota Ruimte van belang is om inzicht te hebben in de ruimtelijke consequenties van deze ambities; verzoekt de regering om de Kamer in aanloop naar de vaststelling van de definitieve Nota Ruimte concreter inzicht te geven in de som van de ruimteclaims die voortvloeit uit de ambities in de Nota Ruimte.

Wooncoöperaties in Nota Ruimte opnemen

De regering moet wooncoöperaties expliciet vermelden in de Nota Ruimte. Zo kunnen zij bijdragen aan betaalbare woningen en sociale samenhang. ›› 
30 maart | SP | Verworpen: 39–111 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat wooncoöperaties bijdragen aan betaalbaar wonen, sociale cohesie en duurzaam beheer van woningen; overwegende dat het regeerprogramma coöperatief wonen benoemt als een mogelijke derde woonsector; overwegende dat wooncoöperaties momenteel niet expliciet zijn opgenomen in de Nota Ruimte; verzoekt de regering wooncoöperaties expliciet te benoemen in de definitieve Nota Ruimte als structureel instrument voor betaalbare woningbouw, sociale cohesie en lokaal eigenaarschap.

Betaalbare kampeerplaatsen beschermen

De regering moet gemeenten helpen om in hun omgevingsplannen een onderscheid te maken tussen gewone kampeerterreinen en luxe chaletparken, zodat betaalbare plekken voor tenten en caravans behouden blijven. Veel vakantieparken worden nu luxer, waardoor goede kampeerplaatsen schaarser worden. ›› 
30 maart | SP | Verworpen: 63–87 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat recreatie en het belang van een divers recreatieaanbod nog beperkt zichtbaar zijn in de Nota Ruimte; overwegende dat gemeenten worstelen met de toename van luxe vakantieparken die traditionele campings vervangen, en zoeken naar middelen om dit tegen te gaan; overwegende dat hierdoor het aanbod van betaalbare kampeerplaatsen voor tenten, caravans en seizoensplaatsen onder druk komt te staan (of al onder druk staat); overwegende dat het maken van onderscheid tussen verschillende vormen van recreatie kan helpen om een divers recreatieaanbod te behouden; verzoekt de regering te bevorderen dat gemeenten in omgevingsplannen binnen het kader van de Omgevingswet onderscheid kunnen maken tussen traditionele kampeerterreinen en recreatiewoning- of chaletparken, met als doel het behoud van bestaande kampeerterreinen en kampeerplaatsen te ondersteunen.

Verplicht haalbaarheidsonderzoek voor campings

De regering moet onderzoeken hoe een verplicht haalbaarheidsonderzoek kan worden gesteld bij plannen om campings om te vormen tot recreatieparken. Zo blijft het aantal kampeerplaatsen behouden en kunnen gemeenten betere keuzes maken. ›› 
30 maart | SP | Verworpen: 35–115 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat plannen voor herstructurering van campings regelmatig leiden tot omzetting naar recreatieparken met recreatiewoningen of chalets; constaterende dat dergelijke herstructureringen vaak leiden tot een afname van traditionele kampeerplaatsen; overwegende dat het wenselijk is dat vooraf inzichtelijk wordt gemaakt wat de gevolgen zijn van zulke plannen; overwegende dat dit kan bijdragen aan betere besluitvorming door gemeenten; verzoekt de regering in de uitwerking van de Nota Ruimte een divers aanbod aan recreatie expliciet op te nemen; verzoekt de regering voorts te verkennen hoe kan worden geregeld dat bij plannen voor herstructurering van recreatieterreinen eerst een haalbaarheidsonderzoek verplicht wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld in het kader van ruimtelijke besluitvorming of wijziging van het omgevingsplan, waarin wordt bekeken wat de gevolgen zijn voor de diversiteit van het recreatieaanbod en het aantal kampeerplaatsen.

Extra natuur nodig voor natuurdoelen

De regering moet het PBL-advies over 100.000 ha extra natuur geven aan de taskforce stikstof. Het PBL zegt dat dit nodig is om onze natuurdoelen te halen. ›› 
30 maart | PvdD | Verworpen: 61–89 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat het PBL op basis van onderzoek aangeeft dat om aan onze nationale en Europese natuurafspraken te voldoen minstens 100.000 hectare extra natuur nodig is boven op de huidige uitbreidingsafspraken; verzoekt de regering om het advies van het PBL over minstens 100.000 hectare voor extra natuur, mee te geven aan de taskforce stikstof en om bij de definitieve versie van de Nota Ruimte terug te koppelen in hoeverre het advies is meegenomen.

Natuurinclusiviteit in de Nota Ruimte versterken

De regering moet in de Nota Ruimte een duidelijke definitie geven van naturinclusiviteit (dat ruimte ook voor natuur wordt gereserveerd), de verbinding tussen natuurgebieden verbeteren en natuurlijke oplossingen optimaal benutten. Een sterke natuurinfrastructuur houdt Nederland gezond en leefbaar en tegengaat natuurversnippering. ›› 
30 maart | PvdD | Aangenomen: 101–49 |
Nota Ruimte
De kamer, constaterende dat in de Nota Ruimte wel de infrastructuur van mobiliteit wordt geborgd maar niet de natuurinfrastructuur, die volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) cruciaal is om Nederland gezond en leefbaar te houden en die volgens het PBL belangrijk is om natuurversnippering tegen te gaan; constaterende dat in het regeerakkoord is opgenomen om natuurgebieden beter met elkaar te verbinden; verzoekt de regering om in de Nota Ruimte een duidelijke definitie en invulling van «natuurinclusiviteit» op te nemen, de verbinding van natuurgebieden (natuurinfrastructuur) beter te borgen en de kansen van slimme natuurlijke oplossingen (nature-based solutions) maximaal te benutten.