De regering moet op Europees niveau pleiten voor meer steun bij de export van Nederlandse landbouwtechnieken en zaden naar kwetsbare landen. Door een blokkade van de Straat van Hormuz is er een tekort aan kunstmest. Dit bedreigt de voedselzekerheid in ontwikkelingslanden. ››
De regering moet ervoor zorgen dat het beperken van migratie een vast en controleerbaar onderdeel wordt van Global Europe. Dit is het budget van de Europese Unie voor buitenlandse zaken. Nu verdwijnen de doelen voor migratie uit het plan. Het budget moet juist worden gebruikt voor grensbewaking, opvang in de regio en het terugsturen van migranten. ››
De regering moet de Europese Commissie vragen hoe ontwikkelingslanden makkelijker aan EU-standaarden kunnen voldoen. Dit neemt handelsbelemmeringen weg. Handel en markttoegang helpen deze landen op de lange termijn beter dan ontwikkelingshulp. Dit gaat via het Algemeen Preferentieel Systeem (APS), een EU-regeling voor lagere invoerkosten. ››
De regering moet onderzoeken waarom steeds meer ouders kiezen voor particulier onderwijs of b3-scholen (kleine, alternatieve scholen). Ouders zijn vaak ontevreden over de kwaliteit, veiligheid of pedagogische koers van het huidige onderwijsaanbod. ››
De regering moet voor het schooljaar 2026-2027 een enkelvoudig toetsadvies voor het praktijkonderwijs mogelijk maken. Nu krijgen leerlingen vaak meerdere adviezen. Hierdoor starten te veel leerlingen op een te hoog niveau, zoals basis of kader. Dit blijkt vaak onhaalbaar, waardoor zij alsnog overstappen naar het praktijkonderwijs. ››
De regering moet alle islamitische scholen direct sluiten en een verbod op deze scholen invoeren. Deze scholen verspreiden haat, antisemitisme en antidemocratische ideeën. Dit ondermijnt de Nederlandse vrijheden en normen. ››
De regering moet zorgen dat kwetsbare kinderen met een leer- of gedragsachterstand altijd voorrang krijgen in het praktijkonderwijs. Dit gaat voor de instroom van nieuwkomers. Het praktijkonderwijs is bedoeld voor deze kwetsbare groep, maar er zijn te weinig plekken. Deze kinderen mogen niet worden verdrongen. ››
De regering moet onderzoeken of het vooraf controleren van documenten bij scholen echt werkt om risico's te ontdekken. De onderwijsinspectie en de Raad van State twijfelen namelijk of deze papieren controles effectief zijn. ››
De regering moet regelmatig controleren of de regels voor burgerschapsonderwijs bij nieuwe scholen (b3-scholen) nog wel werken. Anti-democratische ideeën veranderen voortdurend. Hierdoor kunnen de huidige regels van de Inspectie van het Onderwijs verouderd raken. ››
De regering moet de verschillen in arbeidsvoorwaarden tussen leraren in het regulier onderwijs en leraren op privéscholen in kaart brengen. Er is een tekort aan leraren. ››
De regering moet in Europees verband zorgen voor extra geld voor de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Lange wachttijden bij deze instantie zorgen voor een tekort aan toegelaten biologische gewasbeschermingsmiddelen en biociden (middelen om ongedierte te bestrijden). ››
De regering moet pleiten voor een versnelde beoordeling van biologische gewasbeschermingsmiddelen bij de EFSA (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid) en alle EU-landen. Deze middelen zijn nodig om minder gif te gebruiken in de landbouw. Nu gaat de controle in Europa te traag door een gebrek aan kennis en capaciteit. ››
De regering moet in Europa zorgen voor een beter plan voor de toelating van biocontrol-middelen (natuurlijke bestrijdingsmiddelen). Het huidige voorstel is onvoldoende en brengt de veiligheid en eerlijke concurrentie in gevaar. Dit advies komt van het Ctgb, de instantie die bepaalt welke bestrijdingsmiddelen in Nederland gebruikt mogen worden. ››
De regering moet een concreet actieplan maken voor kwetsbare teelten. Veel bestrijdingsmiddelen verdwijnen en goede alternatieven zijn er vaak niet. Zo wordt voorkomen dat bepaalde gewassen volledig uit Nederland verdwijnen. ››
De regering moet in Brussel strijden voor voedselzekerheid en zelfstandigheid bij het Omnibusvoorstel. Dit is een Europees plan om regels voor de veiligheid van voedsel en diervoeder te versimpelen. Nederland moet daarbij weerbaar blijven en niet te afhankelijk worden van andere landen. ››
De regering moet de Tweede Kamer een definitief beslismoment geven over de Omnibus Food and Feed (Europese regels voor voedsel en veevoer). De regering mag geen definitieve afspraken maken zonder toestemming van de Kamer. Zo kan de Kamer de kosten, voordelen en risico's van deze regels goed afwegen. ››
De regering moet 'green lanes' (snelle procedures) invoeren voor biocontrols. Biocontrols zijn natuurlijke bestrijdingsmiddelen tegen plagen. De huidige plannen zijn niet genoeg om de toelating hiervan te versnellen. De regering moet dit ook op Europees niveau regelen. ››
De regering moet in Europa pleiten tegen extra tijd voor het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. Dit zijn middelen om planten te beschermen tegen plagen. Als deze termijn wordt verlengd, blijven giftige stoffen te lang in gebruik. Dit brengt onacceptabele risico's met zich mee. ››
De regering moet in Europa pleiten voor het behoud van periodieke herbeoordelingen voor alle stoffen. Dit is een regel waarbij stoffen elke paar jaar opnieuw worden gecontroleerd op veiligheid. Stoffen kunnen namelijk schadelijk zijn voor mens en milieu, maar dat blijkt vaak pas na langdurig gebruik. ››
De regering moet onafhankelijk uitzoeken wat het Omnibusvoorstel (een plan voor de beoordeling van stoffen) kost en hoeveel extra personeel er nodig is. Het is nu onduidelijk of dit plan de werkdruk en vertragingen bij de beoordeling van stoffen echt oplost. De regering moet ook laten zien hoe dit betaald wordt. ››