De regering moet in Europa zorgen voor gelijke belasting op vliegen. De huidige verschillen tussen landen zorgen voor oneerlijke concurrentie. Ook wijken reizigers uit naar landen waar vliegen goedkoper is. ››
De regering moet bij nieuwe belastingen voor de luchtvaart rekening houden met het risico dat reizigers naar buitenlandse luchthavens gaan. Als mensen naar het buitenland vliegen, verplaatst de uitstoot zich alleen maar. De vervuiling van vliegtuigen neemt dan niet echt af. ››
De regering moet onderzoeken wat de gevolgen zijn van de stapeling van nationale en Europese vliegbelastingen. Te veel belastingen maken vliegen duurder. Ook kunnen reizigers naar buitenlandse luchthavens gaan. Dit is slecht voor de positie van Schiphol. ››
De regering moet de aangepaste milieueffectrapportage (MER) opnieuw voorleggen aan de Commissie mer voor advies. Het huidige onderzoek is niet goed genoeg. Een herzien onderzoek is nodig voor een juridisch houdbaar Luchthavenverkeerbesluit. Dit besluit bepaalt de regels voor het vliegverkeer op de luchthaven. ››
De regering moet een scenario uitwerken voor een nachtsluiting van Schiphol. Dit scenario moet worden vergeleken met het huidige plan van de minister. Nachtelijk vliegtuiggeluid veroorzaakt namelijk veel overlast en schade aan de gezondheid. ››
De regering moet de nieuwste gegevens van het RIVM gebruiken bij de herziening van de milieueffectrapportage (MER) voor het Luchtvaartwerkplan (LVB) 2026. De huidige plannen gebruiken nog oude informatie uit 2002. Nieuw onderzoek laat zien dat de overlast van nachtvluchten groter is dan eerder gedacht. Met actuele gegevens krijgt de overheid een goed beeld van de ernst van de hinder. ››
De regering moet extra maatregelen uitwerken voor de nieuwe regeling (het LVB). Het huidige plan beschermt de natuur, het milieu en omwonenden namelijk niet goed genoeg. Onderzoek van het RIVM laat ook zien dat de geluidsoverlast groter is dan eerder werd gedacht. ››
De regering moet de groei naar 500.000 vliegbewegingen niet opnemen in het definitieve LVB (de regeling voor de luchtvaart). Het vastleggen van deze groei is risicovol. Het is namelijk nog niet zeker of de klimaatdoelen, de mensenrechten, de gezondheid van omwonenden en de stikstofregels worden gehaald. ››
De regering moet de Raad van State om spoedadvies vragen over het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) 2026. Dit besluit verandert het luchtvaartbeleid enorm. De regering moet de Kamer ook op tijd informeren over dit advies. Zo kan de Kamer eerst nog in debat gaan voordat de regels definitief worden. ››
De regering moet onderzoeken hoe het onderhoud van wegen, spoor en bruggen beter kan aansluiten op de toekomst. Nu wordt er vooral gekeken naar de technische staat en de leeftijd van de infrastructuur. Ook de toekomstige behoefte aan mobiliteit (hoe mensen en voertuigen zich verplaatsen) moet een rol spelen bij het maken van keuzes voor onderhoud en vervanging. ››
De regering moet nieuwe manieren zoeken om de infrastructuur te betalen. Het huidige geld is niet genoeg voor het grote onderhoud aan wegen en bruggen. Ook moet de bereikbaarheid van nieuwe woonwijken goed blijven. De regering moet daarom opties voor extra geld voorleggen, zoals het uitbreiden van tolheffing of de inzet van pensioenfondsen. ››
De regering moet tijdens Prinsjesdag extra geld regelen voor infrastructuur. Er wordt al jaren te weinig uitgegeven aan wegen en spoor. Er is wel geld beschikbaar, maar dat gaat nu naar andere zaken zoals klimaat, asiel en Brussel. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft meer budget nodig. ››
De politiek moet investeren in de infrastructuur, zoals wegen en spoorwegen. Dit is nodig voor een sterke Nederlandse economie. De afgelopen decennia is er te weinig geïnvesteerd omdat politici zich te veel richten op het winnen van stemmen in plaats van op de lange termijn. ››
De regering moet voor het einde van de zomer laten zien wat het nieuwe afweegkader (een methode om infrastructuurprojecten te beoordelen) betekent voor elk MIRT-project (grote projecten voor wegen en spoor). Het is nu nog onduidelijk wat de gevolgen van dit nieuwe kader precies zijn. ››
De regering moet overleggen met de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Klimaat en Groene Groei en Economische Zaken over infrastructuur. Goede bereikbaarheid is namelijk nodig voor woningbouw, de energietransitie en de economie. De belangen van deze ministeries moeten goed op elkaar worden afgestemd. ››
De regering moet een plan maken om geld te krijgen van de Europese Investeringsbank (EIB) voor belangrijke infrastructuur. Deze projecten moeten zowel voor burgers als voor defensie nuttig zijn. Er is meer geld nodig voor infrastructuur en de EIB biedt nu nieuwe manieren om dit te financieren. De regering moet dit plan voor het najaar van 2026 delen met de Kamer. ››
De regering moet de Algemene Rekenkamer laten adviseren over nieuwe manieren om infrastructuur, zoals wegen en spoor, te betalen via het Mobiliteitsfonds. Dit is nodig om de gevolgen te begrijpen voor de financiering van projecten, de wetgeving en de MIRT (de langetermijnplanning voor verkeer en vervoer). ››
De regering moet verkeersveiligheid een vaste plek geven bij de keuze voor nieuwe wegen en spoor. Dit moet gebeuren in het MIRT (het programma waarin de overheid beslist over grote investeringen in infrastructuur). Zo wordt veiligheid een belangrijk onderdeel bij het maken van deze keuzes. ››
De regering moet de vergoeding voor stijgende kosten voor het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds niet verder verlagen. Deze fondsen betalen voor wegen en waterveiligheid. Er is al een tekort van 80 miljard euro. Door deze vergoedingen te verlagen, worden de tekorten voor onderhoud en bouw nog groter. Dit brengt belangrijke investeringen in Nederland in gevaar. ››
De regering moet bij het verdelen van geld uit het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds ook naar de regio kijken. Nu is de focus vooral gericht op het belang van heel Nederland. Investeringen in belangrijke regionale knooppunten en knelpunten zijn echter nodig voor een goede bereikbaarheid, leefbaarheid en economische groei in de regio. ››